geertgeerlingseen geertgeerlingstwee geertgeerlingsdrie

Eens als de bazuinen klinken
Geert Geerligs [1919-1989]

Soms zie je iets waaraan zich op datzelfde moment een herinnering hecht
waarvan je niet meer wist dat zij nog in je is.
Het overkwam me laatst bij het digitaal doorbladeren van een veilingcatalogus:
werken van Geert Geerligs,- op de Academie waren Appel en Constant Nieuwenhuis jaargenoten.

Hij hield van de Vechtstreek, water en licht, schilderde vaak van onderaf: kikkerperspectief.
La Smith heeft aan de Hogeschool voor de Kunsten nog les van hem gehad, hoorde ik
toen zij dit stukje las, zo zie je maar.

De dansende kleuren en de blikrichting wekten het verhaal, - was in de leer geweest
bij de in bevindelijke kringen vermaarde dominee Izaäk Kievit in Baarn [1887-1954]
kerks was hij nooit.
Op zijn sterfbed riep Geert om de dominee met wie hij in zijn atelier
in Kortenhoef wel eens een biertje dronk, want die moest hem begraven.

De familie wist mij te vinden.

Bang voor de dood was Geert niet, wel angstig voor de duistere tijd in het graf tot de bazuin zou klinken
zo had hij het indertijd begrepen en vooral dat het wel eens lang kon gaan duren.
Geert is begraven in Laren, toen de kist gezakt was de laatste woorden gezegd:

'Meer dan zijn lichaam blijft ons zijn naam...'

klonken vanuit het struweel trompetten in ,t diepst geheim had Geert ze besteld
en verdekt op laten stellen, ze hadden nog een keer geoefend.
Ik bied op drie werken om er een dicht bij het verhaal te houden.

geertgeerlingsvier

De koe en de boerin zullen tesamen weiden
Trijntje Krull [1859-1914] ~ Ymte Jentjes Bootsma [1851-1927]

 

Trijntje, de oudste dochter van Johannes Krull, is nog geen negentien als zij in 1878 trouwt met de acht jaar oudere Utrechtse kandidaat Ymte Jentjes Bootsma, geboren in Goënga, een gehucht bij Sneek waar echter ook de latere minister-president Gerbrandy geboren is.
Onmiddellijk na de trouwdag vestigt het stel zich in de pastorie van Lunteren waar zij ruim negen jaar blijven. Er worden twee dochters geboren, die vernoemd worden naar beide oma’s: Hesseltje [1883] en Sybregje [1886].
In 1887 verhuist het gezin naar Zoetermeer, waar Ymte op 11 december door zijn schoonvader uit Spannum wordt bevestigd. Nu worden er twee jongens geboren, zodat ook beide opa’s vernoemd kunnen worden: Johannes [1888] en Jentje [1891].
Ging er rond Jentjes geboorte iets grondig mis? Op 18 november 1892 wordt echtscheiding uitgesproken, daags na kerst wordt de akte bezorgd. Een ongehoord schandaal in die tijd, zeker als de verwikkelingen zich afspelen in het glazen huis van een domineesgezin.
Tot 1938 waren er naast overspel slechts drie mogelijkheden: verkwisting, gevangenis of mishandeling, - geen mens wil daarmee verder, met als gevolg: de grote leugen, een van de partners bekent of wendt overspel voor.
Dat Bootsma in Zoetermeer veertig jaar dominee kon blijven en er op 10 mei 1927 in het harnas stierf, is even opmerkelijk als het feit dat de naar opa Krull vernoemde Johannes op zijn beurt maar liefst drie scheidingen zal laten noteren: 1912, 1917 en 1921. De laatste keer van Froukje Zomer, dochter van een der gebroeders-oprichter van uitgeverij Zomer & Keuning die met bladen als De Spiegel, Op den uitkijk, de NCRV-gids, Prinses en Moeder de hele protestante zuil voorzag [zie: www.hetvolkshuis.nl/geschiedenis-arbeidersbeweging/typografen ].

In 2003 worden in ’t Seghen Waert, het orgaan van Genootschap Oudsoetermeer twee brieven afgedrukt met jeugdherinneringen van een dochter van Ymte Bootsma. Ronald Grootveld schreef er een inleiding bij, die hieronder in vier punten is samengevat.

1 Tachtig jaar werd de oude pastorie aan Dorpsstraat 10 in Zoetermeer bewoond door vader en later zoon Johannes Jacobus van Sittert [1806-1886]. Vanaf 1854 zijn er allerlei afscheidingen die uitlopen op de Gereformeerde Kerk. Na 1866 beleggen ‘Vrienden der Waarheid’ evangelisatiediensten omdat Van Sittart jr teveel over zou hellen naar de ‘Groninger richting’. Moe van het gekibbel legt hij in 1886 zijn ambt neer, waarna hij tot zijn dood in 1905 in het dorp blijft wonen.

2 Anderhalf jaar heeft de kerkenraad nodig om een opvolger te vinden: Ymte Bootsma. Ook na zijn komst gaat het wroeten en aderlaten waar protestanten het patent op hebben door: vrijzinnigen organiseren zich, er ontstaat een Gereformeerde Gemeente, ook de evangelisatie Ezra weet niet van ophouden, er ontstaat een gezangenkwestie.

3 Echtbreuk in de pastorie: het gesprek van het jaar, en toch: geen woord erover in de notulen van de kerkenraad. Maar in het Centraal Bureau voor Genealogie in Den Haag wordt het zgn. Handschrift Regt bewaard, de omvangrijke Predikantenlijst van Nederland, waarin de onderwijzer en chroniqueur van de Rijnstreek W.M.C. Regt [1867-1938] noteerde: ‘Trijntje verliet haar man en ging er met een ouderling aldaar vandoor.’
In mei 1891 vermelden de notulen van de kerkenraad dat Pieter Korevaar zonder opgaaf van redenen bedankt als ouderling. Op 16 november 1892, twee dagen voor de scheiding, vertrekken zowel Trijntje Bootsma als de tweeëntwintig jaar oudere Pieter Korevaar naar Borgerhout bij Antwerpen. Ymte Bootsma blijft achter met vier jonge kinderen. In de wagenmakerij op Vlamingstraat 65 woont Cornelia Korevaar-van Dijk. Haar kinderen zijn de deur al uit. Dochter Helena is eveneens getrouwd met een wagenmaker: Jacobus Ziere. Haar gezin trekt eind oktober 1892 vanuit Vianen weer bij moeder in om het bedrijf voort te zetten. Cornelia overlijdt in 1905. Vier jaar later woont Pieter nog enkele maanden bij zijn schoonzoon in. Hij komt dan van Vught en keert daar ook weer naar terug. Trijntje Krull is nooit meer in Zoetermeer terug geweest.

4 Ymte Bootsma is vierenveertig als hij in mei 1895 hertrouwt met de zeventien jaar jongere boerendochter Anna Sebilla Elizabeth van Sittert, een achternichtje van de jongste hierboven genoemde dominee met die naam. Op 16 maart 1896 wordt Hendrika Johanna Jacoba geboren [Rie]. Daarna volgen nog drie zoons, in 1902 een vroeg overleden tweeling, vijf jaar later Ymte en in 1908 nog Sibbeltje. In 1908 is Rie twaalf en verlaat haar oudste, dan twintigjarige halfbroer Johannes het huis, zoals gezegd: drie echtscheidingen tegemoet: 1912, 1917 en 1921.
Rie Bootsma werkt als secretaresse in Den Haag bij Buitenlandse Zaken. Op 21 januari 1925 trouwt zij met de in Schiedam geboren huisarts Frans van Deursen. Samen vestigen zij zich in Vinkeveen: Frans overlijdt daar in 1979, Rie in 1994, - herinneringen aan een reünie in 1966 heeft zij in 1972 beschreven in twee brieven waaruit de opvallendste passages hieronder zijn overgenomen.

pastorie
‘De oude pastorie bleek al jaren geleden [1928] afgebroken te zijn en vervangen door een modernere. Ook van de tuin die zo precies aansloot bij dat oude huis was niet veel meer over dan een semi-modern, aangelegd, koud geval. Waarom dat huis uit de 17e eeuw niet op de lijst van monumentenzorg is geplaatst, begrijp ik niet. Van de grote, met wit-zwarte marmeren tegels bevloerde vestibule, de lange gang met dwarsgang, de drie grote zolders met schoorstenen waarin hammen gerookt konden worden en waar de wind door huilde en zong als verhalen uit een ver verleden, de balken waarop de namen en datums van vorige bewoners geschilderd waren, tot de kelders met oude tegels, de stenen binnenplaats met de regenput, was dat huis één stuk geschiedenis. De twee poorten aan weerszijden, één gemetseld in een gaaf oud muurtje, - weg; de grote eeuwenoude kaarsrechte rode beuk, de enorme treurwilg die er bijna even hoog tegenaan leunde en zijn takken wijd over de sloot uitspreidde, de prieeltjes, de donkere hoekjes, de artistieke bruggetjes, - weg. In het bos (!) een eilandje, achter de tuin, onder andere de enorme sneeuwballenboom, waarvan de takken zwaar van prachtige grote witte bloemen over de bossloot hingen, alsof ze niet genoeg konden krijgen van hun eigen weerspiegeling in het water. Ik heb een heel moeilijke jeugd gehad, maar als ik aan die tijd terugdenk, staat er altijd als een rustpunt het huis, zie ik weer de tuin als iets dierbaars, verdwenen alsof het nooit bestaan heeft, een fata morgana.’

dorpelingen
‘Herinneringen komen en gaan, dorpsverhalen: Noppe de spiritistische veldwachter, een schat van een man, maar die ons als kinderen de stuipen op het lijf joeg als hij in het donker al gesticulerend zijn overleden zoon opriep. Schele Stien van der Eyk die in haar spionnetje alle paartjes afloerde en de ouders waarschuwde.
Piet Beek, kerkvoogd en legendarisch gierig. Piet Neus zeiden de jongens om zijn enorme voorgevel, wat zulke fatale gevolgen had dat ik hem, toen mijn vader eens jarig was, begroette met: ‘Dag, mijnheer Neus’. En mijn moeder, volkomen van de kaart, vroeg: ‘Mijnheer Beek, gebruikt u suiker in uw neus?’ Des te erger, omdat mijn ouders zich zo afhankelijk voelden van deze rijke kerkvoogd. [ ]
De oude Herwijnen met zijn sik, de voorlezer, die zich telkens vergiste. Ik zie hem nog staan. Bespottelijk eigenlijk die voorlezers, maar zo ging dat toen. Eens moest hij uit de Openbaringen het hoofdstuk lezen over het vredesrijk. Er staat zoiets als ‘de koe en de berin zullen tezamen weiden.’ Hij las: ‘de koe en de boerin’, kuchte een paar maal en las toen ‘de boer en de boerin zullen tezamen grazen’, toen gaf hij het op.’ ‘

velerlei armoe
‘Armoe thuis, een salaris teveel om te sterven enz., stand ophouden, klaar staan, want die prachtige pastorie was ook een glazen huis, paradox. Een groot huis met twaalf kamers, een grote tuin, tien kinderen, f 1800,- en niets extra’s voor het onderhoud van de pastorie of de tuin. O ja, met de slacht een bord met karbonaden waarvoor je moest knikken en bedanken. En dan die moordende orthodoxie, geen dominee zwaar genoeg. Als er een dominee kwam, die Heer zei in plaats van HEERE, was hij verdoemd. [ ] En in hun eigen leven? Zoals ds Gravemeyer eens zei: ‘God in de brandkast van Maandagsmorgens vóór de veemarkt en Zaterdag eruit.’
De pesterijen van mijn vader, de ellende thuis; de pesterijen van Jantje Poot, de boer de enige socialist, de fijne Chr. boerenzoons die zich niet ontzagen de tbc-dochters van Poot die in een tentje lagen te kuren uit te jouwen. De boerenarbeiders die als ze krom van de reuma niet meer konden, naar huis werden gestuurd met één pintje melk per week, f2,50 van de diaconie en een pakje met Kerstmis!
Zelf zou ik zo graag nog eens een dienst op zondag meemaken in de gerestaureerde Hervormde Kerk. Zijn bij die restauratie ook de armenbanken verdwenen aan weerszijden van de ingang van de kerk waar het eeuwig tochtte, maar ze zaten er ook voor niks (!), de afgewerkte boerenarbeiders en zo hoorde het en zo wilde God het. Als kind durfde ik nooit die kant uit te kijken, zo ‘rot’ vond ik het.
Nu is het een op hol geslagen tijd, maar aan die goeie oude tijd mankeerde ook wel een en ander. Neem de brief van A. Visser 10.3.1868 [in: Honderd jaar christelijk onderwijs in Zoetermeer, 1961] wat hij schrijft over de uitverkiezing. Wat een keihard Christendom en wat een arrogantie, alsof zij de sleutels van hemel en hel in handen hadden. Mijn hele jeugd heeft in dit teken gestaan, niet van mijn vader, maar de preken, het gezwijmel van bezwaarden die in de pastorie hun gemoed luchtten.’

Casimir Johannes Leenmans
5 IX 1857 - 28 II 1936

     ~ Geertje Krull 11 III 1863 - 25 V 1923;
     ~ 14 II 1928 Maria de Later [wed. Albert Stoel 1865-1922] 15 XII 1883 - 17 VI 1957

predikant:
Sloten, Barneveld, Staphorst, Overschie, Hoogeveen, Zetten-Andelst, Bennekom, Utrecht, Oosterwolde, Waarder, Gameren, Gouderak

dominee met of zonder geloof en of ambt
In M.Vasalis, Een biografie [2011] staat een tekstfragment [mogelijk uit 1974] waarin Vasalis over de familie Leenmans mijmert en mij op pagna 763 voor een raadsel plaatst: "Van de drie zonen van mijn overgrootvader werden er drie dominee. Een hield zijn geloof en ambt, een verloor zijn geloof maar niet zijn ambt. En de derde verloor beide. Zij leefden allemaal tot hun negentigste." Ik weet niet beter of mijn betovergrootouders Leenmans [1822-1910] - Jurrewitz [1816-1894] hadden twee kinderen die dominee werden: de oudste is de opa van Vasalis: H.A. Leenmans [1844-1937 † 93]; de dertien jaar jongere C.J. Leenmans [1857-1936 † 78] is de opa van mijn moeder. Archieven.nl vermeldt het overlijden [25 XI 1851] van nog een C.J. als zoon van het echtpaar Leenmans-Jurrewitz maar de derde dominee kan hij niet geweest zijn. Bij het overlijden Van H.A. Leenmans Sr in 1910 waren zijn vier kinderen aanwezig, naast beide predikanten was dat de nogal gevaarlijk gekke tante Jo, die haar vader verzorgde sinds hij weduwnaar was. [1] Vooralsnog blijft de intrigerende vraag wie nummer vier is. Hoe dan ook: in onderstaande tekst gaat het over het echtpaar Leenmans-Krull. 

in beeld bij de GZB
In Staphorst wordt op 20 maart 1887 mijn opa Hendrik Arie geboren, wat het dorp betreft zeer tot zijn latere ongenoegen. Een opvallende parallel met zijn naamgenoot en neef, de vader van Vasalis: beiden groeien op als enige jongen met vier zussen. [2] In juli 1907 verhuist C.J. Leenmans van Bennekom - waar hij en zijn eega later begraven zullen worden - naar Utrecht. Kort daarna wordt de vacature in Bennekom vervuld door J.P. Paauwe, de dominee waaraan de vader van Jan Siebelink verslingerd zal raken.
Aan de Tolsteegsingel in Utrecht heeft C.J. het 't langst van alle elf gemeenten, die hij diende, uitgehouden: tien jaar. Hij was er de opvolger van dr J.D. de Lind van Wijngaarden, in die tijd de voorzitter van de Gereformeerde Zendingsbond [GZB].
Vanuit Gameren vertrekt C.J. in april 1927 als emeritus naar Zeist. In februari 1928 hertrouwt hij 71 jaar oud met de 45 jarige weduwe Maria de Later, drie maanden daarna doet hij intree in Gouderak. Maria de Later was eerder getrouwd met de 18 jaar oudere Albert Stoel [1865-1922], de beide kinderen uit dit huwelijk Teunis en Riena Stoel verhuizen mee naar Gouderak. Op 28 september 1930 gaat C.J. Leenmans opnieuw en nu voorgoed met emeritaat. [3]
In de Utrechtse jaren duikt C.J. Leenmans op in de annalen van de GZB. In 1907 wordt besloten tot een jaarlijkse zendingsdag, het begin van een traditie tot op de huidige dag: in augustus 2013 waren er meer dan 2300 bezoekers. Leenmans en Bieshaar stellen in 1907 voor om de dag bij mooi weer in de 'Heelsumsche bosschen' buiten te houden. Er komt verzet: 'Het mag geen zendingsfeest worden,' [zoals die bij andere zendingsgenootschappen in die tijd populair zijn]. Het verweer hiertegen is ijzersterk: Jezus en Paulus hebben ook buiten gepreekt. En dat laatste is de opzet: vijf, zes, zeven keer op een dag en dan in de pauze en bij de lunch gezellig rond de bonnentent. Het voorstel wordt met 6 tegen 3 stemmen aangenomen.

de trombone van Steenwijk over de psalmen
In de vergadering van 24 okt 1907 wordt besloten tot oprichting van een eigen maandblad: Alle den Volcke [4]. C.J. Leenmans wordt de eerste hoofdredacteur en klaart de klus tot april 1910. Die eerste jaargangen zijn weinig opwindend, want de eerste zendeling wordt pas in 1913 naar Toraja op Celebes [Sulawesi] gestuurd: het is de legendarische ds A.A. van de Loosdrecht die vier jaar later vermoord zal worden. Aanvankelijk bestaat de inhoud uit een meditatie, giftenverantwoording, bestuursverslagen en de overmijdelijke toespraken, het manco wordt erkend: het wachten is 'op een of meer jongelingen die zich in waarheid van den Heere geroepen gevoelen naar den Heidenwereld uit te gaan.'
Eerder klaagt De Lind van Wijngaarden al dat er van de kerk niets te verwachten valt, om dat zij niet 'vol waters' is en gehinderd wordt door 'normale en abnormale krankheden'. Alleen het laatste behoeft wat de vergadering betreft toelichting in de notulen: 'het kaf heerst dan over het koren'. Kan de beoogde zendeling wellicht met een advertentie gevonden worden? Neen, want hij moet door een gemeente beroepen worden. De vergadering neemt in deze nog geen besluit en 'wenscht uit te zien wat de Heere zal doen.'
In april 1902, - let wel: er zal nog elf jaar geen zendeling in zicht zijn, is de vergadering ernstig verdeeld over de vraag of de man anders dan psalmen zal mogen laten zingen, 'omdat de ervaring geleerd heeft dat het vrije lied Gods Woord op den achtergrond dringt, en een zeer bekwaam vervoermiddel is tot het inprenten van allerlei wind van leer.' Ds J.W.H. Kalkman heeft hier moeite mee. Voor hem zijn de drie formulieren van enigheid voldoende waarborg om de grenzen van de vereniging zuiver te houden.
Het begin van de volgende vergadering d.d. 9 juli laat zich raden: een brief waarin Ds J.W.H. Kalkman bedankt als lid van bestuur en vereniging. Nog voor de pauze wordt in de vacature voorzien: elf stemmen voor Lt Gen L.F. Duymaer van Twist. Het is minder dan de helft: drie stemmen gaan naar Mr G.J. Grashuis, lector Sundanees in Leiden en oud-zendeling op Java [1862-1865]; zes voor ene Van der Sluis en het meest verwonderlijk: twee blanco en twee ongeldig. De generaal is zelf ter vergadering aanwezig en besluit... 'na enige weifeling zijne benoeming te aanvaarden' [5].
Lodewijk Franciscus Duymaer van Twist vertegenwoordigt de rechtervleugel van de Hervormde Kerk [GB] in de AR, dit verklaart mogelijk waarom hij het langst zittende kamerlid ooit is: 1901-1946. Zijn koosnaam luidt 'Duympie' en zijn stemgeluid bezorgt hem de bijnaam 'De trombone van Steenwijk'. Dat laatste kwam hem goed van pas want gedurende tientallen jaren riep hij na de troonrede in zijn eentje luidkeels: 'Lang leve de koningin.'
Terug naar zijn verkiezing als bestuurder van de GZB. Na de pauze wil men in het Huishoudelijk Reglement [HR] de regel opnemen dat 'de zendeling in zijne kerkelijke samenkomsten onder de Heidenen alleen de Psalmen zou laten zingen en' - zo staat er dan voor alle duidelijkheid nog achter: 'dus niet de gezangen.' De formulering is overduidelijk maar Duympie weet beter. Hij wil de regel niet in het Huishoudelijk Reglement maar in de Statuten opnemen want die laatste mogen krachtens artikel 13 nooit veranderd worden. Iemand vraagt of die Statuten niet veranderen als je iets nieuws in opneemt. Daar komt de vergadering niet uit. De Lt. Generaal wordt uitgenodigd om hierover 'een der heeren ministers te raadplegen.' [6]

Leenmans & Leenmans
Dergelijke verhalen over mijn overgrootvader kwamen mij als kind al ter ore maar boeiden mij pas echt toen ik in de jaren 1969 - 1973 probeerde om studie en het werk van adjunct-secretaris GZB te combineren: de notulen van het hoofdbestuur, p.r. zoals het vervaardigen van lesmateriaal voor scholen en de redactie van  Alle den Volcke. De benoeming op zichzelf was niets minder dan een paleisrevolutie - een coup onder leiding van de nog jonge dr C.A. Tukker toen het halve hoofdbestuur in Indonesië zat - maar dat verhaal niet nu, wel het sluitstuk. 'Toen ik ontslag nam, nodigde de aimabele voorzitter Van Sliedregt mij uit in Bilthoven en deed bij die gelegenheid een uitspraak waaraan liefhebbers van de klassieke dogmatiek een hele kluif hebben: 'Ja, jongen de Here heeft je met vele en rijke gaven gezegend maar ze passen niet bij de GZB.' Op dat moment drong de betekenis van een mantra die ik als kind al zo dikwijls gehoord had dieper tot mij door: 'voor den Here is niets te wonderlijk.'
Mooie anekdotes voor insiders, zoals het woord a n ek dote al zegt, kun je ze beter niet overal ten beste geven. Wat wel helpt, is een andere lijst, een ruimer kader. Als het eerste nummer van Alle den Volcke onder redactie van C.J. Leenmans het licht ziet, is neef Hendrik, de vader van Vasalis, aan het Gymnasium Haganum een door leerlingen als Martinus Nijhoff, Victor van Vriesland, Josine Meyer en Thea, de latere vrouw van Abel Herzberg, gewaardeerde leraar geschiedenis. [7] Als Duympie voor altijd wil afdwingen wat de heidenen In Indonesië wel en niet mogen zingen, heeft Haagse Hendrik al radicaal afgerekend met de aan zijn naam klevende braafheid.Hij heeft dan al eens een vergsdering van de Hervormde Synode voortijdig weten te beëindigen door in een rok van zijn zus, zonder onderbroek, omgekeerd in een appelboom te gaan hangen. Christenen noemt hij 'klepbroeken en hypocryten', dominees zijn 'oplichters, huilebalken en schijtlaarzen.' Veel nuance valt er niet te ontdekken, consistentie wel want na een paar bezoeken aan zijn op Walden bij Frederik van Eeden werkende verloofde, heeft hij 'nog nooit zo'n verzameling schuinsmarcheerders en warhoofden gezien.' [8] Wie beelden van het vooroorlogse voetbal draait, verbaast zich over het enorme verschil in snelheid en spelpatronen, - met notulen en preken is dat uiteraard niet anders, zij het dat tijdens het voetbal wel vrij en voluit gezongen wordt, gestreeld door een blij vooruitzicht zelfs: 'We gaan naar Rome.' Anders gezegd: wie zich verdiept in deze [vergader]cultuur, een prekenbundel uit die tijd opslaat of zich met terugwerkende kracht alsnog 'live' aan het kermen, dreigen en zeuren durft onderwerpen [9], schrikt van zoveel nietszeggendheid en begrijpt op z'n minst de ergernis van buitenstaanders. En dan zwijgen we nog van de christelijke specialiteit om ondanks een heel goed boek in huis altijd te laat te komen: bij de afschaffing van de slavernij, de kinderarbeid, apartheid, de rechten van vrouwen, andere seksuele voorkeuren, abortus en vragen rond het levenseinde opnieuw.

Lava en sintels
Einde verhaal? Nee, want we hebben van Duympie en zijne excellenties niets meer vernomen over de vraag of de onveranderlijke Statuten niet veranderen zodra je daar iets aan af of toe doet. Het vervolg ligt in mijn eigen archief: een vergeten stapel luchtpostbijbeldundrukpapier uit de tijd voor fax, skype of iemel: 1974 - 1976. Een briefwisseling met Bert Boer [1945-2009], die indertijd voor de GZB aan de theologische faculteit op Ambon werkte. Wij waren beiden gepokt, gemazeld en wat niet al in het rechter segment van de Hervormde kerk, zonen van vaders die daar belangrijk waren [10]. Is het thema Vader & zoon bij Peter van Straaten op zichzelf al goed voor een reeks cartoonboeken: met een bekende vader is het extra lastig om jezelf of zelf iemand te worden.
Er zijn hilarische alinea's in de stijl van een sleutelroman of directe verwijzingen naar Orwells ministerie van waarheid. In sommige brieven is geknoeid, andere kwamen helemaal niet door de censuur, - volgens de postbode ! las de bewuste ambtenaar geen Nederlands maar rook hij onraad bij veel afkortingen met hoofdletters. [11] Er zijn kanttekeningen bij gelijktijdig gelezen boeken, toegezonden tijdschriften en knipsels, want er gebeurt veel: het wereldje zet zichzelf duidelijker op de kaart, trekt grenzen in publicaties als Getuigenis, Principia, Positie en Beleid. Een omroep, eigen krant en scholen gingen van start of komen er aan. Het zijn de jaren waarin ik redactiesecretaris was van Wapenveld: een blad als vrijplaats, horzel of luis in de pels: alleen al door wie waarover en wanneer te laten schrijven. [12] Teruglezend in deze epistels gaat het vooral over de aanloop, het feit dat en het naspel van de discussie tussen C. Graafland en G. Boer: lava en sintels, belijden als beweging, belijdenis als stolsel met als focus de omineuze zin dat in de belijdenis 'in principe alles gezegd' zou zijn. [13]
Door nieuwe ontdekkingen in de bijbel - zoals de blijvende plaats van Israël, de laatste dingen als de hoop op deze wereld anders; schepping niet als iets dat achter ons ligt maar als strijd tegen de chaosmachten die nog volop aan de gang is, - zou ook tegen  geheide problemen met de evolutie, het al dan niet inenten en verzekeren ander aangekeken kunnen worden. Maar zo niet het hervormd-gereformeerde wereldje, want nieuwe 'elementen' kunnen desnoods als kanttekening, voetnoot of appendix aan de belijdenis worden toegevoegd alsof alles niet zo met elkaar samenhangt dat het geheel daardoor niet wezenlijk zou veranderen. Bijna driekwart eeuw na Duympie is de openstaande rekening opgelopen tot de omvang van een faillissement. [14]

Later volgt nog een mislukt debat over de Klinisch Pastorale Vorming [KPV], een methode die vooral op de persoon van de pastor gericht is en waarmee ook aan het seminarie van de Hervormde Kerk gewerkt wordt. De KPV wordt smadelijk weggezet als sensitivitytraining ten gunste van een visie op ambt en zonde die de bestaande orde dient en de mens kleineert. De methode is voor Nederland ontwikkeld door Wybe Zijlstra, een van de twee zonen dominee van, jawel: GZB-zendeling P. Zijlstra, die op de zendingsdag van 1927 in het grote bos de aanwezigen liet schrikken van een meegereisde Torajajongen in de uitdossing van een koppensneller.
Inmiddels staat het Reformatorisch Dagblad in de kinderschoenen. Kritische geluiden zijn nimmer opbouwend maar worden afgedaan als 'nestbevuilen of spugen in het water waarvan je gedronken hebt.' Ene Van As, H.H.J. doet zijn naam als ultieme stokebrand eer aan door de discussie over het pastoraat aan te grijpen voor een filippica tegen Wapenveld. De latere professor Gerrit de Kruijf zou in zijn enthousiasme over Een vlucht regenwulpen Maarten 't Hart tot een leraar der kerk hebben opgehemeld. Mensen als Berkhof en Hasselaar leggen vreemd vuur op het altaar enz enz. Maar het bestuur is gealarmeerd en 'dat zal wel betekenen dat er nu eindelijk koppen gesneld gaan worden.' [15] Als deze tekst in de krant staat is de kleinste helft van de redactie al opgestapt, het bericht daarover wordt weggeplamuurd, dat wil zeggen: over twee nummers uitgesmeerd.

Bij de GZB is er ondertussen regelmatig een talentenjacht. Een van ons valt direct af, omdat hij: jawel, niet vies is van een gezang. Twee wel door de keuring gekomen vrienden schrijven een brief: gesprek heropend. Sindsdien heb ik het niet meer zo gevolgd. Zal het ooit anders zijn? In het boek Handelingen [3,20] is sprake van apokastasis, het herstel van alle dingen. Inmiddels is er een hersteld Hervormde kerk, een herstelde Statenvertaling en op de dag waarop ik deze terugblik afsluit, lees ik dat een voorman dominee uit die kringen 'onverzekerd' toch een nieuw hartje gekregen heeft.

Maar zoals elke beweging dient ook de GZB naar beste weten beoordeeld te worden. In Alle den Volcke 1912,5 schrijft dr P.G. Datema over Brutale winst.
'Wat er al een bloed kleeft aan de hooge dividenden van Indische landbouwondernemingen, die 33%, zooals ik laatst van eene zag vermeld, en vaak nog meer haar aandeelhouder, en haar directeuren natuurlijk nog meer opleveren. De tijd komt dat het ook hier zal bevestigd worden Jacobus 5,1-5: Welaan nu, gij rijken, weent en huilt over uw ellendigheden, die over u komen. Uw rijkdom is verrot.
Het is nu maar eens een enkel voorbeeld uit vele, die er te geven waren. Want ieder weet, dat niet slechts tegenwoordig, nu alles meer georganiseerd, in naamlooze vennootschappen, ook op handelsgebied aan de groote klok moet komen te hangen, maar nog veel meer vroeger, de inlanders in onze Indiën zijn uitgebuit. En hoe kan op zulk bloedgeld zegen rusten?
Het is niet goed te maken door uit zulke winst een grootere of kleineren bijdrage der Zending te doen ten deele vallen. Doch ook dit is zeker, komt de inlander tot besef van zijn macht, de overheerschers nu zoo langen tijd, zullen het gewaar worden, dat er geweldig wraak wordt genomen.'

 

1] Bij het overlijden van Leenmans sr in 2010 waren vier kinderen in leven [Biografisch woordenboek van protestantsche godgeleerden, dl 5 p686-687]. Over de gevaarlijke gekte van tante Jo heeft Vasalis het nodige overgeleverd: Meijer, a.w. 665-666, 763-766. 
2] In het gezin van mijn opa kwam nog een Johannes na. Hij werd slechts twee jaar. De andere Hendrik Arie ziet een drieling langskomen. Drie jongens, het vooruitzicht niet langer de enige man te zijn met vier zussen boezemt hem zoveel schrik in dat hij de drieling heeft doodgebeden. Het gebed van de onwetende wordt wonderwel verhoord [Meijer, 44].
3] Maria de Later werd in Zeist begraven en herenigd met haar eerste echtgenoot Albert Stoel. Ik was toen elf jaar maar pas tijdens het schrijven van deze tekst [2013] ontdekte ik haar bestaan, mogelijk was de familie niet erg met de relatie ingenomen,- zoveel is zeker: mijn opa Leenmans heeft zijn vader de realtie zeer kwalijk genomen wat hem niet heeft verhinderd om later op zijn beurt iets vergelijkbaars te doen: voer voor familieopstellingen. 
4] De naam is een citaat uit het kerstevangelie naar Lukas [2,10]. Het klinkt mooi, maar het is zoals vaker gebeurt op de klank en daarmee fout gekozen. De engelen in Lukas 2 verkondigen niet alle volken blijdschap, maar al den volcke, - dat is heel het volk, en wel Israël. Een eeuw later krijgt het blad alsnog de naam die van meet aan bedoeld was: Alle volken.
5] De aarzeling is groepscode, immers: niemand is een functie of ambt waardig, gretigheid en ambitie zijn ongepast. De oude tuinder en domineeszoon Geert Dekking in Monster, bij wie ik letterlijk kind aan huis was, vertelde omstreeks 1958 dat hij op mijn vader gesteld was om diens subtiele humor. Iemand had een vergadering opgehouden met gezever over het ontbreken van vrijmoedigheid voor herverkiezing. Later bleek hij voor alle zekerheid op zichzelf gestemd te hebben. Een voor een vouwde mijn vader de stembriefjes open, maakte er een stapeltje van, tikte dat in tijdrekkend af en zei: 'Nu mijnheer Van S u heeft veel stemmen gekregen, u heeft ze allemaal.'
6] Gegevens ontleend aan: De annalen van Gereformeerden Zendingsbond 1901 - 1961, Tana Toraja, Een Bronnenpublicatie bewerkt door Dr Th van den End,  uitgave: Raad voor de Zender der NHK 1985. Geheel online te vinden: www.historici.nl/retroboeken/zending/#source=7&page=94&accessor=toc Foto's e.a. gegevens: W. Bieshaar, Gedenkboek GZB, 1901-1926.
7] Maaike Meijer, a.w. 70, 428.
8] Maaike Meijer, a.w. resp. 25, 27, 41 en 33. In 2006 verscheen een boek van H.A. den Dolder - de Wit over mijn vader: Levend in het werk des Heeren. Afgezien van uit het archief geciteerde teksten en twee bijdragen van anderen een tenenkrommend boek. Vasalis wordt alleen genoemd in de  onvolledige, feitelijk onjuiste en ook vaak fout gespelde bijlage II, Theologen uit het geslacht Leenmans [318], maar het meest bizar: Vasalis wordt opgevoerd als een van de vijf dochters van haar opa! Haar vader, de al heel jong niet gelovige historicus en sociaal democraat dr H.A. Leenmans wordt een plaats ontzegd,- zoveel domineesgeilheid is niet zonder pathologische trekken.
9] Hoor en huiver: http://www.dewoesteweg.nl/ - Werpt uw brood uit op het water.
10] Samen in een boekje met de titel: Ze hadden wat te zeggen [J. van der Graaf, 2004, 44-53, 144-151]
11] Zie: Wiki-leaks en afluisterpraktijken in de vorige eeuw, n.a.v. Roger Martin du Gard [1881-1958], Het oude Frankijk, 1933 [2009] op deze site onder dagmaat, Frankrijk.
12] In Vijftig jaar Wapenveld [Bart Wallet, 2000, jrg 50,4] staat echter: '... het is verbazingwekkend dat Wapenveld niet thuis geeft, als de verzuiling van de bevindelijk gereformeerden plaatsvindt. [ ] De theocratische oude garde, het viermanschap C.P. van Dijk, G. van Leijenhorst, R. Plomp en G. Verweij, maakt plaats voor een maatschappijkritische redactie met Henk Abma aan het hoofd. Na gerezen moeilijkheden treden enkele redactieleden af en gaat de ploeg onder leiding van G. Holdijk begin jaren tachtig een gefragmenteerde periode in. Vgl Wapenveld juni 1998, Henk van 't Veld, Een afscheidslied.  
13] G. Boer, Ontwikkelingen in confessionaliteit - daar en hier? C. Graafland, Spanning tussen belijdenis en belijdenis? G. Boer, Voortgang of stilstand, in: Wapenveld, jrg 24 nrs 4 en 5 [1974] en het jaar daarop: Henk Vreekamp, Woord en praktijk, notities bij de Nota Positie en Beleid van de Gereformeerde Bond, Wapenveld, jrg 25,3-4.
14] Reformatorisch Dagblad, 23 januari 1980. Opgestapt zijn: A.T. de Vries, A.L Rijken-Hoevens, G. Boer en H.A. Abma. In genoemde biografie blijft ook buiten beeld dat mijn vader de opkomst van het RD met lede ogen zag naderen, beducht als hij was voor de versterking van de terreur van de geestelijke mens die elke vorm van orthodoxie zullen trachten te overtreffen tot 'een uiterste verbijzondering als alleenzaligmakend overschiet.'
15] W.J. Op 't Hof, Ik heb geen polis, ik luister naar de Heere, Trouw, 30 november 2013

 

 

 

 

 

 

Wiki-leaks en afluisterpraktijken in de vorige eeuw

Een simpele rekensom: de lengte van de boekenplanken gedeeld door de jaren waarin ik aan boeken verslingerd ben, leert dat het er gemiddeld twee per week zijn aangeschaft. Heel vroeger mocht je die bedragen van de belasting aftrekken. Bovendien koos ik uitsluitend boekhandels die tien procent korting boden: niet aan mij maar als gift aan de kerk: ook weer aftrekbaar. Niks mooier dan de polder vroeger, hoewel: wat in de jaren van Mark Rutte met een wat dik woord kunstbeleid genoemd wordt, komt weer aardig in de buurt. Wat de kunst ten goede komt: kunstmest, art in de directiekamers en de shit aftrekbaar.

Ook in Frankrijk koop ik natuurlijk boeken: Boekwinkeltjes.nl, Bol.com of rechtstreeks bij de uitgever en dan met een p/a adres. Lastig want iedereen werkt en brievenbussen zijn te nauw geschapen voor penetratie van alles wat dikker is dan 3.2 cm. Het gedoe daarmee vertaalt zich onmiddellijk in porto die niet in verhouding staat tot de prijs van het boek. Lange tijd koos ik voor een rusthuis. Daar is altijd iemand thuis. Koos! Ja, sinds de dementie toesloeg, kwam het moment waarop ik dan eerst maar eens moest bewijzen dat het mijn boeken waren. Sindsdien kan ik boekhandel Comenius in Naarden aanraden, ze denken mee, voorkomen dat je iets ontgaat en leveren als het even kan met een handtekening van de auteur. Soms krijg je meer dan besteld was. De reden vleit en dat mag wat kosten: 'Het past zo goed bij je verdere keus.'

Van het boek dat me laatst werd toegevoegd gingen er in Naarden maar liefst vijftienhonderd over de toonbank: Roger Martin du Gard [1881-1958], Het oude Frankrijk [de uitgever in 1933 niemand minder dan Gaston Gallimard, een jeugdvriend van de auteur; de vertaling is van Jan Keppler, L.J. Veen, 2009-3]. Wat heet te laat? Ik herinner me nu dat Ted van Gennep [1926-1990] deze winnaar van de Nobelprijs graag las en citeerde. De novelle past precies in een vlucht Amsterdam - Toulouse: een juweel!

Thuis zie ik dat het lemma Roger Martin du Gard bij Wikipedia, waarschijnlijk onbedoeld, maar daarom wel zo grappig, in één vileine zin de alles opleukende babbelbox van Hilversum neersabelt: ‘Dat Martin du Gard bij het Nederlandse publiek niet erg bekend is geworden, komt doordat hij geen voorwoorden of artikelen schreef, niet in jury's wilde zitten, geen manifesten tekende, geen mening gaf over actuele vraagstukken, medailles en zelfs een zetel in de Académie Française weigerde.’

Nadat ik deze tekst aan Comenius Naarden had toegestuurd, schreef hij terug dat het schilderij op de omslag van hem is en dat hij de tekst beschouwt als een mooie afsluiting omdat de uitgever hem zojuist berichtte dat er na de derde druk geen vierde wordt opgelegd: Roger Martin du Gard wacht in NL opnieuw vergetelheid. Zelf zal ik zijn naam blijven intikken bij elk digitaal boekwinkeltje dat ik binnenloop.

De novelle beschrijft één dag uit het leven van de postbode Joigneau, die zijn ronde doet in het dorpje Maupeyrou. Ons kent ons daar maar Joigneau is zo goed als alwetend. Zo dikwijls hij iets vermoedt of niet begrijpt, stoomt hij de brieven open. Voor het geval hij onverwacht ergens zijn oor te luisteren wil leggen, houdt hij altijd wat drukwerkjes achter de hand. Lastige missies worden Joigneau toevertrouwd en dankzij het vertrouwelijke karakter daarvan bedient hij ook de tegenpartij en snijdt het mes naar twee kanten. Zijn invloed reikt verder dan die van pastoor, burgemeester, onderwijzer-secretaris en veldwachter bij elkaar, want ook de gevestigde orde speelt hij suf.

De post komt met de trein van 5 over 5. In twaalf jaar is Joigneau maar een keer te laat geweest, dat was toen iedereen meende dat de bakkerij van de gebroeders Merlavigne in brand stond. Het is nooit opgehelderd wat de vrijgezelle broers en hun kleine dienstbode die morgen gestookt hebben maar zeker geen hout of oud brood.

Als Joigneau het huis verlaat ligt in het opkamertje Joseph, de leerling van de wagenmaker, nog op een oor. Voor La Mélie, de vrouw van de postbode is dat het sein om met verve de rol van Potifars vrouw te spelen. Haar man geniet dan al van het ontbijt bij Flamart, een oud-onderofficier, die via zijn vrouw - een caféhoudende ex-garnizoenshoer – een baantje bij het spoor kreeg. In dat café gebeurt van alles. Flamart heeft geen trek, hij wordt verteerd door vermoedens maar is de gevangene van zijn dienstrooster. De hoogst onschuldige briefkaarten die Joigneau hem in ruil voor het ontbijt laat lezen, stellen hem nauwelijks gerust. Later op de dag zal de postbode mevrouw Flamart een brief aan haar man laten lezen. ‘Anoniem?’ veinst de postbode als zij hem op haar beurt het [natuurlijk al gelezen] epistel overhandigt. De roddel laat zich raden, evenals de jaloerse afzender: veldwachter Cuffin. Mevrouw Flamart bekent de postbode dat zij in haar, ’t leven, vele mannen gehad heeft, dat is haar natuur, maar ‘Flamart, dat is helemaal geen kerel, Flamart heeft nog nooit iets met een vrouw gedaan’ [] Misschien ben ik daarom wel zo op hem gesteld.’ Joigneau zou eens wat meer van het leven moeten proberen te begrijpen in plaats altijd maar te oordelen. Hij kijkt naar de ‘witte blote armen, ’t lijken wel dijen, drie vaccinatietekens erop, die hebben wel iets.’ Kort daarop is er het zoetst van de overwinning als hij Cuffin toeroept of hij nog niet gehoord heeft dat Flamart zijn vrouw heeft vermoord. Grapje.

Het verhaal speelt eind jaren twintig, het dorp kent dan ook oorlogsweduwen met hun trotse kuisheid ‘die langzaam gek maakt van steeds dat verlangen’ en er zijn de drie ‘grote luiwammesen van het dorp', de oorlogsinvaliden met hun pensioen. We ontmoeten mijnheer des Navières. Hij waakt over een kleine collectie prullaria, die hij voor uiteenvallen wil behoeden door alles voor zijn dood in een museum onder te brengen. Hij droomt van het wonder van het communisme: de wonderbaarlijke afschaffing van het geld, terwijl de staat dagelijkse je kannetje melk en wellicht ook een passend gebit bezorgt. Mevrouw Xavier drijft de kruidenierswinkel. Vroeger zou zij voor heks zijn uitgemaakt, dat kan niet meer maar zwangere vrouwen zetten geen voet over de drempel. De oude Pâgueux is seniel, zijn incestueuze zoon en dochter houden hem in een smerig hok gevangen. Als de zoon het kleinkind aangeeft, laat hij noteren: vader onbekend. Mevrouw Massot en haar dochter hebben geld maar het lijkt alsof zij ‘de enigen zijn die dat niet weten.’ Al vijfentwintig jaar zweten kinderen en soldaten in de kousen en broekjes die haar vrome handen gebreid hebben. Het huis ligt bezaaid met dode vliegen: ‘gestorven van verveling’. De dochter fokt sijsjes, ze heeft er al dertig. Zodra de eitjes uitkomen is het ‘haar geheimzinnigste plezier om zo’n jonkie lekker warm in haar corsage te stoppen. Eén keer is zij er zelfs mee naar de kerk gegaan! ‘                          

Bij het hoogbejaarde echtpaar dat in augustus 1914 uit België vluchtte, concludeert Joigneau dat het zo niet langer gaat maar ze zijn te gierig om geld uit te geven aan hulp. Het is nu ook te laat. Ze hadden eerder iemand moeten nemen: gratis, in ruil voor de centjes, het huisje en de wijngaard. De hersens van Joigneau gaan in een hogere versnelling. Het krot van Mariceau, bewoond door twee kinderen van het armenbestuur. Zij op haar zeventiende al zwanger van een stroper; hij een bruut die desondanks met haar getrouwd is. Hij misbruikt beide vrouwen maar is nu op sterven na dood door de alcohol. Als het kind nu eens bij de Belgen gaat wonen, en dan straks: haar moeder het huisje en Joigneau de wijngaard… Zo gezegd, zo gedaan. Het is te mooi om waar te zijn. Als toch nog een kink in de kabel dreigt omdat het meisje zwanger is van haar stiefvader, zegt de moeder ‘dan zit er niets anders op dan je door die twee van Merlavigne te laten naaien. En als dat dan gebeurd is, zal ik wel zorgen dat ze voor de draad komen en betalen.’ Met afkeer denkt het meisje aan de twee baardige mannen en voor je ’t weet wordt de wijngaard te duur betaald want het meisje denkt zelf ‘aan Joigneau, die postbode…‘                                                                                    

Als we iedereen ontmoet hebben, wordt de balans opgemaakt. De jongeren willen coûte que coûte weg: ‘Je bent toch jong, en je wilt toch leven.’ Joigneau kan het niet begrijpen: ‘Hier alles oud en achterlijk? Hier waar we nota bene op elke honderd stemmen wel negentig linkse hebben?’
Mijnheer pastoor en zijn alles bedisselende zuster, ‘een maagd op leeftijd’ zien het pensioen naderen. Soms durft de pastoor zichzelf te bekennen geven dat niemand, ook niet onder de laatste kerkgangers, zich ook maar iets van hem heeft aangetrokken. Afgunst, wantrouwen en hebzucht maken de dienst uit. Zou het altijd zo geweest zijn? Waren de mensen vroeger alleen maar bang? Bang voor de Heer, de clerus, de gevestigde orde?
Als de zus van meester Ennberg vraagt: ‘Geloof je dat in alle dorpen in Frankrijk ditzelfde gebeurt?’ laat haar broer als enig antwoord zijn tong een paar maal tegen zijn tanden klakken, zoals hij dat ‘ook altijd doet als hij de orde in de klas moet herstellen.’

Een juweel. Het oude Frankrijk is nog springlevend maar Maupeyrou heet nu Global Village, geheimen hoeven niet meer te worden open gestoomd, ze staan gewoon op WikiLeaks, we worden wereldwijd afgeluisterd bij het leven, het is de lezer geraden om de verschillen te zoeken want me dunkt dat die er zijn ook al lijkt de postbode weer wel als twee druppels water op Julian Assange met zijn lekkende condoom.

leenmans-1

Leenmans en nog eens Leenmans

Mijn moeder was een Leenmans. Familieportretten staan stijf en zwart van de dominees, het waren er ook zoveel omdat de domineesdochters ook weer met dominees trouwden. Van Dale heeft er [hoe lang nog?] een hilarisch woord voor: zulke vrouwen hebben domineesvlees. Samen met het domineesstukje, het dito klontje en de beflijster een even vrolijk als vleselijk lemma. Groot gegroeid in zo'n gezin zou het heel lang duren voor ik begreep dat de kerk geen familiebedrijf is. Zoveel is zeker: mijn broer en ik zijn de inmiddels afgezwaaide vijfde en ook laatste generatie.
Als kind intrigeerde me al dat er ook familie was die zich blijkbaar aan de kerk onttrok: Vasalis [1909-1998] en de sportjournalist Herman Kuiphof [1919-2008]. We zagen ze nooit maar alleen hun bestaan en dat ze het bestonden, was al een geruststelling: een achterdeur die nooit in het slot viel.
Kuiphof hoorde je op de radio, later tv. Van en over Vasalis kon je lezen, eenmaal in de jaren tachtig heb ik haar geschreven: er kwam een vriendelijke brief terug vol vrolijke herinneringen aan koetsjes waarin ze met opa naar kerkjes rond Harlingen reed.
Gestimuleerd door de gedegen biografie van Maaike Meijer: M. Vasalis, Een biografie [2011], heb ik onderstaande gegevens bij elkaar gezocht: eerst de boom en dan de bladeren [zie de tabs hieronder], mogelijk komt er gaandeweg steeds iets bij. Er is geen titelatuur vermeld, uitgezonderd de dominees om aan te geven hoe oververtegenwoordigd zij zijn: achttien in vijf generaties. Voor aanvullingen, verbeteringen, foto's en documenten houd ik mij aanbevolen.

Hendrik Leenmans ~ Clasina Ozefus

Hendrik Leenmans ~ Maasje Arbon                                    Casimir Carolus Jurrewitz ~Anna Maria Hillewaert
1786 - 4 XI 1836          1785 - 12 IX 1861

                                                      ds Hendrik Arie Leenmans ~ Johanna Adriana Jurrewitz
                                                      3 II 1822 - 17 XII 1910        20 X 1816 - 27 XIII 1894  

ds Hendrik Arie Leenmans ~ Grietje Jans Botma                ds Casimir Johannes Leenmans ~ Geertje Krull
13 IX 1844 - 21 XI 1937        21 III 1843 - 4 V 1920                   5 IX 1857 - 28 II 1936                  11 III 1863 - 25 V 1923
na 1920: 'tante Jo…'                                                                 14 III 1928 ~ Maria de Later [weduwe Albert Stoel] † 17 VI 1957

kinderen                                                                                kinderen

1 Anna ~ Wolff van Wulfing                                                  1 Johanna Adriana ~ ds A.H.J.G. van Voorthuizen
                                                                                                  26-6-1884                29-12-1887 - 16 I 1941

2 Lide ~ Hoekstra [Harlingse houthandel]                           2 Sybregje ~             ds Hendrik Ewoldt
                                                                                                  9-9-1885 -               20-8-1879 - 26 VII 1954

3 Greet ongehuwd                                                                   3 Catharina   ' ~ '      Marie Treffers
                                                                                                  1888 - 30 VI 1974     ?? -   09 - 9 VII 1991

4 Wine ~ Theo du Saar                                                          4 Masje ~                  Willem Balfoort
                                                                                                  17-12-1890 -            ca 1895

5 drieling - kort na de geboorte overleden                          5 Johannes 1893 - 1895

6 Hendrik Arie Leenmans ~ Louise E.M. Creutzberg             6 ds Hendrik Arie Leenmans ~ Alida Peter
  1876 - 1954                        1876 - 1969                                      20 III 1887 - 1960                 1893 - 24 IV 1947
  huwelijk 27 XII 1905                                                                   ~ Hildegard Anna Haldewang

kinderen                                                                                 kinderen

1 Ank Leenmans   ~  Cornelis van der Harst                        1 Casimir Johannes Leenmans ~ Ursel ..?.. > Heinz
   25 X 1906 - VI 1977    ?   - 1974                                                 1917 - 1945                                   ?                   ?

                                                                                               2 ds Ph. J. Leenmans ~ Hildegard Lotz
                                                                                                   1920 - 2002                      

3 Margaretha/ Vasalis ~ Jan Droogleever Fortuyn              3 Johanna Hendrina Leenmans ~ ds H. G. Abma
    3 II 1909 - 16 X 1998     1907 - 10 I 1999                                  17 V 1918 - 7 III 2005                   23 I 1917 - 1 I 1992

kinderen                                                                                 kinderen

1 Lous      1940                                                                       1 Gerrit Hette     1941 - 1946
2 Dicky     1842 - 1943                                                           2 ds Hendrik Arie    1946
3 Hal        1944                                                                       3 ds Gerrit Hette     1948
4 Maria     1947                                                                      4 Alida Anneke   1954

 

 

 

 

 







         

 

Pagina 1 van 2

© 2020 henkabma.nl - All Rights Reserved. Designed By JoomShaper

Please publish modules in offcanvas position.