rome-1rome-2

Naar Rome, - storm en schipbreuk

Koken en exegese gaan goed samen, ook nog nadat het handwerk gedaan is: er wordt iets voorgeschoteld en opgedist; spijs en wijn met een tafelspeech als smaakmaker. Ter voorbereiding liefst een Duitse foliant. Wie hardop leest, hoort direct dat het ernst is: Minestrone mit Fischeinlage. Leberknöchelsuppe mit Einlage. Een bruggetje naar de storm en schipbreuk in het voorlaatste hoofdstuk van Handelingen is snel geslagen: 'eine weltliche Komposition mit Paulus-Einlagen.' [1] Dat wil zeggen: naar de literaire mode van zijn dagen laat de auteur Paulus optreden in een spannend verhaal dat hij elders gelezen heeft. Wie hem daarover de les wil lezen vanuit hedendaagse opvattingen over geschiedschrijving, plagiaat of een versteende bijbel diskwalificeert alleen zichzelf.

De eerste christenen verwachtten elke moment de wolkenformatie waarop Jezus terug zou keren. Aan het eind van de eerste eeuw is dat geloof sterk afgenomen en doet de noodzaak om zich in te stellen zich gevoelen. Een andere oriëntatie, daar wil ook de auteur van Handelingen aan bijdragen. Hij schrijft geen 'christelijke streekroman' [2] maar literatuur, een verhaal dat de wereld zal veranderen. Vandaar de lange redevoeringen, de gesprekken met koningen en stadhouders en de verhalen over de toestroom van hooggeplaatste of vermogende Romeinen. Ze zijn van de weg, niet van de straat, laat staan oproerkraaiers. Integendeel, zij geven de keizer wat des keizers is. Zij zijn een loot op de Joodse stam, een sprongvariant van de synagoge: een erkende godsdienst, een religio licita, zij mag er zijn, kreeg licensie. [3]

Het Hebreeuws moet in het Grieks en Latijn doorklinken. Het einddoel van Paulus' reizen is Rome. Het sterke verhaal van storm en schipbreuk lijkt ervoor geknipt, het overtuigt niet in de laatste plaats door de vele vaktermen. [4] Anders gezegd: de verteller weet tijd en wijze: hij zet de feiten naar zijn hand en in de manier waarop hij dat doet, ontvouwt hij zijn boodschap.

Hoewel de onschuld van Paulus vast staat [26,31] moet hij toch naar Rome, want hij heeft zich nu eenmaal op de keizer beroepen. De Romeinse hoofdman Junius koopt op een vrachtschip tickets voor de gevangenen en zijn voetvolk. Hij is opvallend vriendelijk voor Paulus. Naast de verteller mag hij nog een goede vriend meenemen: Aristarchus. [5] En als ze de haven van Sidon binnenlopen mogen ze gedrieën bij vrienden gaan eten. Ook tussen de regels scoort de verteller: Paulus kan nergens komen of hij heeft er vrienden en hij kan goed overweg met Romeinse officieren, ze waarderen en respecteren hem.

De reis gaat verder langs Cyprus naar Myra, een stad in het zuidwesten van het huidige Turkije - ooit zal St Nicolaas daar de scepter zwaaien. Ze stappen er over op een graanschip dat vanuit Alexandrië onderweg is naar Italië. Van meet aan zit de wind tegen [27,5 en7]. Met moeite bereiken ze de ankerplaats Goede Rede op Kreta. De vasten en Verzoendag liggen dan al achter hen, kortom: de winterperiode nadert, dan mag er tot half maart helemaal niet gevaren worden.

In alle vrijheid spreekt de gevangene Paulus zeelui en soldaten toe over de gevaren voor schip, lading en mensen [in die volgorde]. [6] Junius slaat het advies letterlijk in de wind en kiest voor de kapitein die verder wil varen naar een haven op Kreta waar het beter toeven is in de winter. Bij een zacht zuidenwindje worden de ankers gelicht maar snel daarna gaat het mis. Een zware storm drijft het stuurloos geworden schip weg van het eiland. Dagenlang zijn de zon en sterren niet te zien: elke oriëntatie ontbreekt. Alles wat wind vangt wordt gestreken, touwen worden als noodverband om het schip geslagen, de lading gaat overboord en op de altijd kritieke derde dag ook nog het scheepstuig en daarmee alle hoop.

Op dat moment spreekt Paulus in de ziedende storm de goegemeente van bijna driehonderd opvarenden opnieuw toe. [7] Hij laat de kans liggen om soeverein aan zijn eerdere advies voorbij te gaan; integendeel: hij komt van zijn sokkel en doet als wij: 'Nou, en wat zei ik?' Hij voorziet dat behalve de lading ook het schip nog verloren zal gaan maar geen opvarenden. Dankzij de apostel, die zijn Weg voor de keizer gaat verantwoorden, worden allen gered.

In de veertiende stormnacht vermoeden de matrozen land. Peiling wijst uit dat het water snel minder diep wordt. Ze zijn bang dat het schip op de klippen te pletter zal slaan. De ankers gaan uit. Paulus voorkomt dat een aantal matrozen in de sloep vlucht met het smoesje dat ze ook aan de voorkant de anker gaan laten zakken. Erg duidelijk is die passage overigens niet. Is het niet heel verstandig om ook aan de voorkant de ankers te laten zakken? Als het schip op de rotsen dreigt te slaan, maak je dan in een sloep wel een kans? De verteller lijkt zich om zulke vragen niet te bekommeren: hij wil Paulus laten schitteren, de gedetineerde in een vrije rol.

Al geruime tijd heeft niemand een hap door de keel kunnen krijgen [27,21]. Als die draad wordt opgepakt zijn er ook al een paar [ver]telwoorden gepasseerd: drie [27,19], dat wil zeggen: nu komt het er op aan, en tweemaal veertien [27, 27 en 33]: de dag waarop Pesach valt, weliswaar in een andere maand, maar toch. En dan kan het niet missen: hij nam brood, dankte en brak het [27,35]. [8] In deze surrealistische setting wordt gezinspeeld op de eucharistie, een waarlijk 'open avondmaal' - versterking van het geloof in een goede afloop. opstaan uit een wisse dood, verzoening tussen mensen die elkaar naar het leven staan [27,30 en 42].

'Eet, het is je redding.' Dan wordt licht: strand, land in zicht, maar het schip loopt op een zandbank en breekt doormidden. Uit angst om straks zelf voor de geslaagde vluchtpogingen op te moeten draaien, willen de soldaten de gevangenen doden. [9] En dan is er opnieuw het motief dat allen omwille van Paulus worden gered: 'Maar de hoofdman, die Paulus wilde sparen, verijdelde hun voornemen.' Wie kan zwemmen mag overboord springen, wie die kunst niet machtig is, kiest een wrakhout of wat er maar drijven wil. Zo komen 'allen behouden aan land'.

Terug naar het begin: 'eine weltliche Komposition mit Paulus-Einlagen. De verteller gebruikt een spannend, goed geschreven verhaal waarin hij de hoofdrol aan Paulus toeschrijft en daarin zijn eigen visie: een zelfbewuste Paulus, een leider voor wie geen zee te hoog gaat, die het overzicht houdt, bij de overheid erkenning en zelfs sympathie ontmoet, uitdager van gemeenten die tot ver buiten de eigen kring tot zegen zijn. Dit profiel had de gemeente aan het eind van de eerste eeuw nodig. Het is duidelijk anders dan het wat tobberige zelfbeeld van Paulus, die meende dat zijn boodschap ergernis opriep of als dwaasheid werd afgedaan; die zijn kracht in zwakheid volbracht zag en dagelijks last had van een doorn in zijn vlees. [10] Het zou nog even duren eer Paulus zelf in de kerk kon zingen: 
          Ach christenheid, twijg bijna afgestorven / aan diepgewortelde stam jodendom,
          heb ik je met mijn volgestouwde brieven / verward, verwilderd zelfs: laat mij dan rusten.
          […] Wie bij mij zweert, heeft mij verkeerd begrepen. [11]

Het verhaal is vaak gepsychologiseerd: wind en tegenweer, storm als aanvechting, het geweld van antimachten en valse wind van leer; het schip van de kerk in zwaar weer; de kracht van poëzie: Jezus, die winden en zee bestraft [Mt 8,26]. [12] Natuurlijk kan en mag dat maar vandaag denken we toch vooral aan de gammele scheepjes die volgepropt met vluchtelingen vandaag voor de kusten van Griekenland, Malta, Italië en Spanje vergaan. Zoals Auschwitz staat voor alle gruwelplekken met gaskamers, zo Lampedusa voor alle kusten van Europa waar vluchtelingen verdronken. De bodem van de Middellandse zee was al een [druk bezocht] kerkhof voor talloze antieke schepen maar ook in de 21e eeuw zinken nog dagelijks de drijvende doodskisten uit Afrika en andere oorden waar het leven niet langer te harden is.

          Hij ligt op de vloedlijn alsof niemand hem mist.
Een volledig geklede man, alsof hij niet weet dat hier het naaktstrand is, waar de zandkasteelfinale straks begint. En dan:
          Wat is dat voor een god aan gene zijde
          dat hij ons en ons eiland aan hem heeft beloofd.
          Zijn wij hun Eden, dan houdt alles op [12]

Zeker, Europa zit niet te wachten op nog meer laagopgeleide werkelozen. [14] Maar mag je dat zeggen zonder het kwaad van de mensensmokkelaars aan te pakken? Zonder iets te doen aan de oorzaken waardoor mensen - hoe hoog de zee ook mag gaan - hun biezen pakken? Vluchtelingen weigeren en tegelijkertijd handelsbeperkingen handhaven en hulp verlagen, is zonde tegen de Heilige Geest, doodzonde. In het volgende hoofdstuk komt dit thema voluit aan de ore. 

augustus 1996 / oktober 2013


1] Martin Dibelius, Aufsätze zur Apostelgeschichte, Göttingen, 1957, 174
2] vgl Hand. 26,27 waar Paulus tegen stadhouder Felix en koning Agrippa verklaart: 'dit is immers niet in een uithoek geschied' - integendeel: dit verhaal zal de wereld veranderen. Het is niet moeilijk en zeker niet onjuist om in de Bijbelse verhalen een teneur aan te wijzen van kritische omgang met macht[hebbers] maar er zijn - zoals in dit verhaal - ook voorbeelden van een andere strategie.
3] Elke eerstejaars theologie deed een tentamen Nieuwtestamentisch Grieks. Uit een evangelie naar keuze en het boek Handelingen werd je dan een hoofdstuk voorgelegd dat je moest lezen en vertalen. Vooral meisjes, te mooi om theologie te studeren, kwamen nog wel eens weg met de werken van barmhartigheid of een andere tekst die iedereen [toen nog wel] uit het hoofd kende, maar de heren der schepping vreesden de valreep van Handelingen: en wel dit om de vele scheepstermen beruchte verhaal van de schipbreuk.
4] vgl Hand. 19,29; 20,4; Col. 4,10; Filemon 24
5] Paulus heeft ervaring, driemaal leed hij schipbreuk, zie Korinte 11,25.
6] Het zijn er 176 om precies te zijn. Evenals bij de 153 vissen [Joh 21,11] gaat het bij 176 opvarenden om een driehoeksgetal: 1 +2 +3 + … 17 = 153; 1 + 2 + 3 + … 23 = 276. De kerkvaders hebben aan het getal 17 al het nodige afgelezen, zoals: alle toen bekende vissen [volkeren] ter wereld; tien [geboden] + zeven [gaven van de Geest], de getalswaarde van de Hebreeuwse Godsnaam of het woord voor paaslam, meer recent van Hemelsoet tot Huisman: 23 is net niet 24 [ouderlingen uit de Apocalyps], reden waarom 'het nagenoeg laatste hoofdstuk niet de laatste maar de voorlaatste werkelijkheid' zou inluiden [Ben Hemelsoet en Klaas Touwen, Handelingen, parabels van het koninkrijk, 1997, 141]. Als je een tekst googlet, vind je tegenwoordig ook opgenomen preken. Zo vraagt ene dominee Huisman zich in het vuur van zijn rede plotseling af hoe Paulus zich in een ziedende storm voor zoveel mensen verstaanbaar wist te maken, lang duurt de verlegenheid niet: 'Nu ja, gesterkt door de Heilige Geest gaat het al gauw.'
7] Vergelijk Lukas 22,19; 24,30.
8] Een navrante parallel uit de geschiedenis van de slavernij. Duizenden ongelukkigen stierven onderweg. Maar met de haven in zicht werden de zieken overboord gezet: voor dode slaven kregen de vervoerder een vergoeding, voor zieken niet.
9] zie 1 Korinte 1,21-23; 2,3; 2 Korinte 12,7-9
10] Huub Oosterhuis, Gezongen liedboek, 1993, 520
11] zie Zwingli: LB gezang 306 [965] en vooral psalm 107: gevangenschap en storm op zee bezongen als beelden van exil, door Willem Barnard berijmd op een ongewoon vrolijke - en daarom onbekende ? - wijs.
12] Willem Jan Otten, Welkom, Gedichten 2003-2008, 2008, p61
13] Hoe kansloos de verkopers van zonnebrillen of paraplu's zijn, is het sterkst, want onontkoombaar, beschreven door Louise Fresco in De tuin van de sultan van Rome, 2005 [nooit meer stuur ik in een restaurant zo'n irritante rozenverkoper door zonder er een te kopen].