Stefanus kroongetuige 6,10-15; 7,54-60

 

suggesties voor een gesprek met kinderen

In het credo van Remco Campert wordt het onmogelijke waar:
    ik geloof in een rivier / die stroomt van de zee naar de bergen
    ik vraag van de poëzie niet meer / dan die rivier in kaart te brengen.
Kouwenaar noemde het schrijven van poëzie: vechten tegen de bierkaai.
    Ik heb nooit naar iets anders getracht dan dit:
    het zacht maken van stenen
    het vuur maken uit water
    het regen maken uit dorst.

Op de grens van koor en schip een stapel stenen. Stefanus: niet de eerste, niet de laatste uit een lange rij van mensen, gemarteld om hun overtuiging, gestenigd omdat ze om liefde gingen. Ruimt de stenen weg [1]. Onder de opzwepende koorklanken uit Mendelsohns oratorium Paulus worden de stenen weg geraapt: Steiniget ihn. Steiniget ihn. Er lästert Gott, er lästert Gott; und wer Gott lästert, der soll sterben [2]. Bij de communie, staande in een kring, keren de kinderen terug met de inmiddels aan een kant hemelsblauw geschilderde stenen, die ze in een strakke cirkel leggen: Stefanus betekent krans, - Liedboek, gezang 85 is aan deze kroongetuige gewijd en opent met de regel: De hemel is opengesprongen.
 

Een andere insteek: de kerkelijke kalender, die op 26 december van liturgische kleur verschiet, van een witte kerst naar de kerstroos, het rood van Stefanus, de gestenigde. In de Scandinavische en Engelse middeleeuwen ontstonden gretig verbeelde legenden om Stefanus en kerst te verbinden.  Stefanus zou als kok van Herodes geprobeerd hebben om de kindermoord van Bethlehem [28 december] te voorkomen, een reeds gebraden haan schiet hem daarbij te hulp. De slechte verliezer laat Stefanus stenigen. Gabriël Smit verzamelde deze volkse wijsheden in Het jaar van de Heer, daarin staatook deze ballade uit de 14e eeuw:
    Koning, ik voorspel uw dood, uw rijk gaat snel voorbij.
    Een nietig kind in Bethlehem is machtiger dan gij.

    Het was nog niet gezegd of hoor: het dier sprong van de schaal,
    luid kraaiend: Christus natus est, door de ontstelde zaal.
stefanus-4stefanus-5

Stefanus,- verhaal van een open zenuw [3]
'Volgend jaar in Jeruzalem.' Aan het eind van de seder op Pesach overstijgen deze woorden alle verschillen en stromingen binnen het Jodendom: de komst van de Messias, stad van eindelijk vrede wereldwijd. Stad en land zijn vanuit de diaspora alle eeuwen door financieel ondersteund. Rond de hoge feesten stromen pelgrims uit de hele wereld binnen om er voor langere tijd te komen wonen of die hun buitenlandse bezittingen verkochten om er bij te zijn als de lang verwachte doorbraak van het Godsrijk zich zou realiseren.
De in Auschwitz afgestudeerde politicoloog M.S. Arnoni schreef: Moeder was niet thuis voor haar begrafenis. De titel drukt uit waarom het als vuil verbranden van de vermoorden extra schrijnt: Joden van altijd en overal worden zo dicht mogelijk bij en ik elk geval richting Jeruzalem begraven om op het teken van de Messias uit de startblokken te schieten. Bejaarden keerden uit de diaspora terug naar Jeruzalem met het oog op hun begrafenis. Het verklaart misschien het begin van Handelingen 6: de grijze golf van Grieks sprekende weduwen waar Handelingen 6 mee opent met als gevolg: een tekort aan mantelzorg en krapte bij de voedselbank [4].

Een ander stukje uit de legpuzzel. Als de eerste ballingen uit Babel terugkeren, schouwt Zacharja de toekomst van het nieuwe Jeruzalem: een open stad zonder muren of firewall, dorpsgewijs bewoond, multicultureel in de beste zin van het woord [2,8]. Volgens de Talmoed waren er vlak voor de verwoesting van deze tweede tempel door de Romeinen in 70 n.C. niet minder dan 470 synagogen in Jeruzalem. Alles conform de witz over een Jood die aanspoelt op een onbewoond eiland en onmiddellijk met de bouw van twee synagogen begint: een om naar toe te gaan, de andere om wat er ook gebeurt nooit binnen te gaan. Elke wijk een eigen sjoel, zo ook: elke windstreek en tongval uit de diaspora [5].  Het was dan ook geen wonder dat zovelen zich aangesproken wisten door de eerste preek op Pinksteren [2,9-11]. Wie een andere taal spreekt, ademt ook een andere cultuur. Voor de Hellenisten was de tempel/dienst letterlijk ver achter de horizon gezakt. In den vreemde werd de sabbat een tempel in de tijd, zoals de Thora beloofd land werd: grond onder de voeten, houvast. Mozes lazen ze meer naar de geest dan naar de letter, en ze moesten ook wel: alleen al om normaal met je buren om te gaan. Ze leefden in de verwachting van de late profeten: de uitstorting van de Geest, de besnijdenis van het hart, het offer van de gebeden en de gojim die zich samen met hen aan Jeruzalem wilden oriënteren. En zoals het Palestijnse Jodendom vele vleugels kent zo zijn er onder de Hellenisten verschillen. Elke verhuizing is een ontworteling, - soms leidt dat tot kramp om het oude en vertrouwde vast te houden, vaker wordt de horizon breder en de blik verruimd.

Verschillen binnen het pluriforme Jodendom beginnen nu ook in de kring van mensen met fiducie in Jezus op te spelen. In Handelingen 6-7 zien we de wegen uiteen buigen, het begin van een scheiding van geesten en op termijn: de ontsporing [6]. De problemen ontstaan omdat het zo goed gaat, steeds meer mensen kiezen voor de weg [7]. En dan ontstaat er gemurmureer, het werkwoord verwijst naar een hobbel, een stremming in de geschiedenis van bevrijding uit de slavernij [8]. Aramees en Grieks sprekenden, Palestijnen en Hellenisten zien elkaar niet meer staan. Breuken zijn per definitie complex maar het praat en knokt gemakkelijker met een sterk verwijt, iets dat telt en zich gemakkelijk laat vertellen, al het andere kan dan onder de noemer, onbenoemd blijven. Wat telt is de discriminatie van Griekstalige weduwen die tekort gedaan worden bij de voedselbank.

De tekst is lastiger te interpreteren dan je denkt. Lukas geeft opening van zaken zonder het achterste van zijn tong te laten zien. Er ontbreken stukjes of er zijn twee puzzels door elkaar geraakt? Mogelijk heeft Lukas zijn eigen redenen om feiten en verschillen wat te verdoezelen? Hoe dan ook: de twaalf apostelen kiezen er niet voor het homeopathisch huismiddel van de latere kerk om eerst nog een tijdje aan te modderen. Ze dicteren ook geen oplossing maar roepen iedereen bijeen en doen een voorstel: de verkiezing van zeven wijze mannen, die het probleem gaan aanpakken [9], waardoor de twaalf zich meer op het gebed en de dienst van het woord kunnen richten [10]. Aldus geschiedt.

Het voorval staat bekend als de instelling van het diaconaat. Maar dat woord wordt niet gebruikt, en het lijkt dus een interpretatie achteraf: met de kennis van nu vooral. Wie elke dag de doorbraak van het messiaanse rijk verwacht, is niet geïnteresseerd in een ambtstheologie. Bovendien: Stefanus en Philippus gedragen zich niet als diakenen. Zij beginnen onmiddellijk te preken en te dopen. Het is ook opvallend dat de gemeentevergadering uitsluitend mannen met Griekse namen kiest. Nikolaüs, de laatstgenoemde, is zelfs een proseliet. Het lijkt toch meer op een tweedeling in een Palestijnse en een Hellenische gemeente, waarbij we: twaalf staat tot zeven[tig] wel mogen lezen als Israël en de volkeren. Petrus en Johannes zijn de voortrekkers in de Palestijnse gemeente terwijl Stefanus en Philippus bij de Hellenisten de aanvoerdersband dragen. In PKN-jargon zien we een buitengewone wijkgemeente ontstaan, zoals er ook een bonte verscheidenheid aan synagogen bloeit.

En ook hier zijn twee mentale gemeenten meer dan 1 + 1. Als het compromis de lieve vrede moet bewaren, ontstaat stroperigheid waarin uiteindelijk niemand zich thuis voelt: veranderingen gaan in dat geval nooit sneller dan de zwaarste kan lopen. Zodra er meer smaken zijn, worden er ook meer mensen bereikt. De boedelscheiding is nog niet beklonken of vele priesters vinden vrijmoedigheid om zich bij de Palestijnse gemeente te voegen [6,7]. Na de scheiding is het probleem van de zuiverheid in relatie tot vreemdelingen - dat straks rond Paulus in alle perversie, haat en geweld zal terugkeren [21,26-28] - voor de priesters voldoende bezworen om toe te treden. Omgekeerd trekt het van nationalisme en samenhangende gevoeligheden bevrijde Hellenisme eveneens nieuwe mensen aan.[11] De achterstelling van Griekse weduwen was de aanleiding maar het conflict ging en gaat om de interpretatie en het tegoed van Tenach, om doop en besnijdenis.

stefanus-7

Jeruzalem gezuiverd van andersdenkenden 6,8-15, 7,54-8,3
Godsdienst, - we kunnen er niet omheen: godsdienst zou geen godsdienst zijn als de kanker van haat zich niet opnieuw uit zou zaaien. Waarheid met de reikwijdte van oogkleppen: andere visies - en op termijn dan altijd ook anderen - mogen er niet zijn. Jodendom, christendom en islam ontlopen elkaar op dit punt historische gezien niets. Waarom zijn verschillen in geloof, ethiek of seksuele geaardheid zelden iets om je over te leren ! verheugen maar altijd een excuus om geweld te gebruiken? Elk geloof maakt zich daarmee onmogelijk: niet te harden achterlijkheid, het verraad van de Naam. Immers: de zegen van transcendentie bewijst zich als de Gans Andere, schuilnaam voor alles dat anders is dan jij. Als dit abc van het geloof al ergens herkend en beleden wordt, is het in de marge, alle macht verloren, een plek om uit te huilen en opnieuw te beginnen.
Kort na de scheiding van geesten gaat het al mis. Stefanus wordt door valse getuigen aangeklaagd en terwijl ene Saul op de garderobe past, gelyncht: slachtoffer van versteende religie. Terwijl hij nog boven aarde staat, breken zware vervolgingen uit. Jeruzalem: gezuiverd van andersdenkenden, van vreemde smetten vrij.
Een kleine zijsprong naar de politieke verhoudingen is verhelderend [12]. In Galilea en Perea regeert viervorst Herodes Antipas [20vC-39nC]. In Rome werd hij verliefd op Herodias, de vrouw van zijn halfbroer Filippus. Johannes de Doper gispt de nieuwe verbintenis, wordt gevangen gezet en nadat een wervelende dans van Salomé de hoofden van de mannen verhit heeft, neemt haar moeder Herodias wraak: zij eist het hoofd van Johannes op een schotel [13].
Tot die tijd was Antipas gehuwd met de dochter van Aretus, koning van Nabatea [een gebied binnen het huidige Syrië, Jordanië en Saoedi Arabië]. Door de echtbreuk escaleert een grensconflict met de schoonvader tot een casus belli. Antipas krijgt een geducht pak slaag. Keizer Tiberius schiet zijn bondgenoot te hulp met twee legioenen onder bevel van Vitellius Germanicus, de in 35 benoemde gouverneur van Syrië, die eerder al orde op zaken stelde onder de Parthen en op Cicilië. Ook een klacht over het bloedbad dat Pontius Pilatus onder de Samaritanen heeft aangericht wordt door hem behandeld: de stadhouder moet zich in Rome gaan verantwoorden voor de keizer.
Vitellius is vaak van huis om uitslaande branden te blussen. Hij heeft belang bij rust onder de vele korte lontjes in die smalle zandbak langs de Middellandse zee. Anders dan zijn voorgangers kiest hij voor de onder het gewone volk populaire Farizeeën en minder voor Herodes en de Sadduceeën, de corrupte kliek rond de tempel.
Vandaar de herkenbare omslag in Handelingen: eerst zijn het de Sadduceeën die de apostelen de voet dwars zetten omdat zij iets verkondigen waar de Sadduceeën niet in geloven: de opstanding der doden [4,2; 5,17], maar zodra de Farizeeën de bovenliggende partij zijn, moeten de Hellenisten het ontgelden. De Palestijnse gemeente onder leiding van Jacobus heeft zich over die omslag richting 'verkramptes' verheugd: ook zij verwachtten de nadering van het vrederijk in het verlengde van nauwgezette vervulling van de Thora. Tijdens de zuivering van Jeruzalem waarbij de Hellenisten over Judea en Samaria verstrooid worden, staat er expliciet bij dat de apostelen [en hun gemeente]  buiten schot blijven [8,1b].
Als Vitellius in 37 tegen zijn zin de schoonvader van Antipas de les zal lezen, wordt het plan voor het goed en wel begonnen is afgeblazen omdat plotseling Tiberius sterft. Tijdens de onbestemde, eerste jaren van diens opvolger Caligula breken rustiger tijden aan en keren de Hellenisten terug:  'de gemeente door heel Judea, Galilea en Samaria had vrede, zij werd opgebouwd en wandelde in de vreze des Heren.' In diezelfde tijd doet de eerder door Lukas al tussen de coulissen geplaatste Saul zijn grote ontdekking: 'visie is een kwestie van verblinding' [Bernlef].
Terug naar Stefanus. Zijn opvallende optreden wekt weerstand bij de behoudende stroming binnen de Hellenistische synagogen. Zij misgunnen het succes, ergeren zich aan zijn scherpe tong [7,51-52] en de manier waarop tegen heilige huisje geschopt wordt [7,37,42,43,49,50]. Als zij in het reguliere debat niet kunnen winnen, worden valse getuigen gekocht. Het zingt zich snel rond: Stefanus maakt zich schuldig aan godslastering, - het omlaag halen van God en Mozes, de tempel en de thora. De oudsten, de schriftgeleerden en de heffe des volks vinden elkaar in de gevoelens, die de eeuwen door handelsmerk van het geloof zijn: gekwetstheid en verontrusting.
De aanklacht is woordelijk gelijk aan die tegen Jezus: een andere interpretatie van de Tora en de metafoor over de afbraak en opbouw van de tempel.[14] Ook toen was sprake van valse getuigen met vilein verdraaide verwijten. Heel opvallend is dat Lukas de door Marcus en Mattheus vermelde feiten in zijn evangelie weglaat om ze van pas te laten komen in het verhaal over Stefanus: zoals het de Heer vergaat, alzo zij zijn gemeente, zijn lichaam, levend op de adem van zijn Geest. Een literaire vondst: dichter kan hij kruis en opstanding, de gemeente onder het kruis en de opgestane Heer niet bij elkaar brengen. En evenals Jezus bidt ook Stefanus voor zijn vijanden en sterft hij met een psalm op de lippen [15].
Kort daarvoor ziet hij de hemelen [16]  geopend en 'de zoon des mensen staande ter rechterhand Gods'[17]. Het is enige keer in het NT dat de uitdrukking niet door Jezus zelf in de mond genomen wordt. De woorden komen uit de apocalyptiek [18].  Het is een hoogheidstitel, die de volmacht van voldragen humaniteit uitdrukt. Ook de subtiele verandering waarmee Lukas de psalm citeert, is veelzeggend. Jezus zit niet ter rechterhand maar is er bij gaan staan zoals een trainer die de dug-out verlaat: zo ver waagt hij zich [19],  zover gaat de identificatie [20]  altijd en overal waar 'God gebeurt' op aarde. Jezus naast en aan God gelijk. Dat gaat het gepeupel te ver. Knarsetandend van woede en met beide vingers in de oren om zich tegen de blasfemie te beschermen rapen ze stenen. Maar de overwinning is al beklonken: Kom levensadem, en blaas in de vermoorden opdat zij leven.      

stefanus-8stefanus-9
INTERMEZZO, - de kei der waanzin
vrome mannen begraven Stefanus en houden een luide dodenklacht voor hem [8,2].
 
Ende al sijn de scape siec ende seer, si en salvense niet;
en de ghequetst ende te broken, si en verbendense niet
Jan van Ruusbroec,
Vanden gheesteliken tabernakel, dl 2, CXXIII

Kon je háár maar zien die zonder jou slaapt in een in het geheugen ingestorte tuin. Dronken van duizend doden spreek ik daar met mezelf, alleen maar om te weten of het waar is dat ik onder de graszoden lig. De namen ken ik niet. Wie zal je zeggen dat je het niet weet? […] En nu speel je slavin om je kroon te verbergen - wie kende je die toe? wie heeft je gezalfd? wie heeft je gewijd? Het onzichtbare volk van de oudste herinnering. Uit eigen beweging verloren, je ziet af van je koninkrijk vanwege de as […]

Maar spreek niet van tuinen, spreek niet van de maan, spreek niet van de roos, spreek niet van de zee. Spreek van wat je weet. Spreek van wat trilt in je merg, en schaduw en licht in je oogopslag legt, spreek van de onophoudelijke pijn in je botten, spreek van de duizeling, spreek van je adem, je verwoesting, je verraad. Het proces waartoe ik me dwing is zo donker, in stilte gehuld. O, spreek van de stilte. […]

Gestorven zijn in wie men was en in wie men beminde, wel en niet zijn tegengesteld als een stormachtige en terzelfdertijd helblauwe hemel. […]

In rouw gedompeld, stukgescheurd visioen van een tuin met vernielde standbeelden. Bij het krieken van de dag deden je botten pijn. Je scheurt je open. Ik voorkom en voorkwam het je. Je legt de wapens neer. Ik zeg het je, ik zei het je. Je ontbloot je. Je werpt jezelf af. Je valt uiteen. Ik had het je voorspeld. Plots verbrokkelde het: geen enkele geboorte. Je draagt je, je verdraagt je. Alleen jij hebt weet van dit gebroken ritme. Nu jouw restjes, één voor één oprapen, met grote spoed, waar laat je ze achter? Was ik dichterbij geweest, ik zou mijn ziel verkocht hebben in ruil voor onzichtbaarheid. Dronken van mij, van muziek, van gedichten, waarom zei ik niet van het gat van afwezigheid? Over mijn gezicht zwierf geschreeuw in een haveloze hymne. Waarom zeggen ze niets? En waarom deze grote stilte? [21]

stefanus-10

 

Ajejandra Pizarnik, Argentinië [1936-1972] dochter van Joods-Russische migranten, studeerde literatuur en filosofie in Buenos Aires. De hele familie op één na werd uitgemoord door de nazi's. Een oom in Parijs: ze studeerde er Franse Literatuur en werkte als freelance journaliste [1960-1964]. Na twee mislukte pogingen tot suïcide verbleef ze twee jaar in een psychiatrische inrichting tot zij op 26 september 1972 voldoende slaappillen had.
Ajejandra schreef zeven dichtbundels. Verlies, stilte, zelfmoord, waanzin, eenzaamheid en de niet te overbruggen afstand tot de anderen zijn haar thema's.  De geciteerde fragmenten komen uit het prozagedicht: Ectracción de la piedra de locura [1964],- Het snijden van de kei der waanzin. De titel verwijst naar De kei snijding van Jeroen Bosch [Prado, Madrid]: een kwakzalver opent de schedel van een krankzinnige om de kei der waanzin weg te nemen.

 

De pleitnotities van Stefanus 7,1-53
Inmiddels is minder dan de helft ons aangezegd. Een lange verdediging voor het Sanhedrin gaat aan de moord door de woedende meute vooraf. De verbeten wil om Stefanus tot zwijgen te brengen, heeft hem niet van zijn stuk gebracht, integendeel: eerder geprikkeld en geïnspireerd. Iedereen kan het ook aan hem zien. Nog voor hij iets gezegd heeft, glanst zijn gezicht als dat van een engel. Een lichtend aangezicht zoals dat van Mozes na zijn onderhoud met de Eeuwige [22].  Tweeënvijftig verzen, nagenoeg heel het zevende kapittel heeft Lukas ervoor nodig. Toch zijn het geen pleitnotities, eerder de inbreng van een getuige-deskundige. Het lijkt nog het meeste op een preek zoals die in Hellenistische kring gehouden zou kunnen zijn.
En waarom ook niet? Gedurende een aantal jaren heb ik 'het voorrecht' gehad kort gedingen bij te wonen over mijn eigen werk/situatie. Hoewel de problemen me natuurlijk heel vertrouwd waren, voelde ik soms een enorme vervreemding alsof het over iets heel anders ging. En misschien zouden de vele palavers van kerkelijke colleges aanzienlijk bekort zijn als er één keertje een dienst of een ander experiment was bijgewoond. Recht en werkelijkheid verhouden zich als abstractie tot 'de ruimte van het volledig leven'. In De Gebroeders Kamarazow ontkent Iwan elke vorm van schuld aan de moord op z’n vader, maar dat hij zich persoonlijk verantwoordelijk weet, hoeft de griffier niet op te schrijven. Omgekeerd is Jigal Amir - die Yitzhak Rabin neerschoot - schuldig aan moord maar evenzeer het tragische slacht­offer van een geperverteerde religie.
Later in Handelingen horen we van Eutychus: een jongeman, die terwijl hij in de vensterbank naar een lange preek van Paulus luistert door slaap wordt overmand en van de derde verdieping naar beneden valt [20,9]. Wie de balsturige maar ook saaie toespraak - die Lukas Stefanus in de mond legt - leest, kan het zich voorstellen. Het is een 'kort begrip' van Tenach: Abraham, Jozef, Mozes, Jozua, David en Salomo als de belangrijkste stapstenen plus een scherp oog voor historische dieptepunten: het gouden kalf en de tempel als gouden kooi. De toepassing liegt er niet om: de zonde tegen de Heilige Geest, de profeten vervolgd en gedood, en recent: het verraad en de moord op Jezus. Van zulk dik hout mogen planken gezaagd worden maar er wordt geen mens door tot inkeer gebracht. Integendeel, het effect is averechts: je kweekt ermee wat je bestrijden wilt: hakken in het zand, harde nekken, onbesneden oren en harten.
Een gemiste kans, een mislukte preek. Waarom het sanhedrin niet de goed Hellenistische spiegel van Jona voorgehouden? Israël niet geroepen en apart gezet om een autistisch nationalisme te koesteren maar om voor Palestijnen en alle andere volkeren tot een zegen te zijn? [23] De hardleerse Jona, die zijn vlucht bijna met de verdrinkingsdood moet bekopen, opgeslokt en daarna uitgekotst door een grote vis. En dan doet hij het weer. Hij verzaakt. Hij verleidt Ninevé niet tot omkeer maar voorspelt de ondergang, waarna hij zich installeert als bermtoerist om vooral niets van het spektakel te hoeven missen. Echter: 'een profeet schopt de gevallen hond niet om hem af te maken maar om hem weer op zijn poten te krijgen.' [24] 

Gelukkig geeft ook een mislukte preek te denken. Enkele kanttekeningen.
1 Stefanus verstaat de kunst om persoonlijk te zijn zonder het over zichzelf te heb­ben: ‘Alle schrijven ontleent zijn waarachtigheid aan het talent om ik te zeggen zonder subjectief te worden.'[25]  Naar ons westers begrip van autonomie kan dat niet, maar uitgerekend in dit ongerijmde verbergt zich het geheim van de Naam. Alles wat Stefanus zegt, gaat ook over zijn eigen rol maar dat hoeft Lukas niet op te schrijven. Hij verdiept en herkent zichzelf in Tenach en gaat daarin op.
2 Bij alle getuigen die Stefa­nus vanaf Abraham aanvoert, komt Jezus nauwelijks ter sprake en dat hoeft ook niet: het gaat om de Messias die reikt van Adam tot de jongste dag, zoals ook het evangelie geen biografie van Jezus is maar een collage van teksten uit Tenach. Jezus en Stefanus staan over en weer voor elkaar in, komen in elkaar aanwezig [7,37 en 52]: wat de een beweegt komt in de ander teweeg. Nogmaals de intrigerende regel van Ajejandra Pizarnik: 'Gestorven zijn in wie men was en in wie men beminde, wel en niet zijn tegengesteld als een stormachtige en tegelijkertijd helblauwe hemel.'
3 Eenzelfde kralenkrans van teksten vinden we vanaf het vroegste begin in het eucharistisch gebed. Verhalen van gisteren worden opgehaald met het oog op morgen en maken vandaag al anders. Tijdens het gebed voltrekt zich de intrigerende transsubstantie van omstander naar medespeler. Gedenken leidt tot de ontdekking: zoals zij toen en daar worden nu wij hier en nu bevrijd uit Egypte.
4 Geen gecanoniseerde Mozes maar de levende stem, niet de tempel als heilig huisje maar de beweging waarin de Naam aanwezig komt. Alles draait om zijn as: geen offer van dieren maar persoonlijke inzet, niet de besnijdenis als lichamelijke verminking maar de beteugeling, het werkelijk breken met de drift van zelfhandhaving. Stremming, traagheid en verstarring is zonde tegen de Heilige Geest.
5 De scopus, het leidmotief van de preek is beweging, een nooit eindigend proces van interpretatie en vernieuwing. De Eeuwige ontwijkt menselijke projec­ties of constructies niet omdat hij er te hoog of te goed voor is maar te bewegelijk: een mobiel heiligdom als vrijgeleide naar deze wereld anders, en daarom: geen houvast maar een wijkend en verspringend perspectief.
6 Lang voor de beslissing van Constantijn de Grote om het feest van de zonnewende te vervangen door kerstmis wijdde de oudste kerk 26 december aan St Stefanus. Pasen als het centrale feest, Pinksteren als ontvouwing daarvan door de Geest en dan de Advent: de zoon des mensen, wij eindelijk mens zoals die aan Stefanus verscheen. Het latere kerstfeest maakt inbreuk op het oudste kerkelijk jaar.
7 In middeleeuwse [en oudere kerken] vinden we direct onder het altaar de crypte met de relieken der martelaren? Hun bloed en dat van Jezus wilde men kennelijk dicht bij elkaar houden? In de brief aan Kolosse [1,24] is sprake van aanvullingen op het lijden van Christus. Goede vrijdag, de doodstrijd van de Messias duurt - zoals Pascal opmerkte - tot het einde der tijden. Goede vrijdag en stille zaterdag horen bij Pasen. Opstanding gaat aan het lijden vooraf, zoals de Opgestane de littekens, het merk en stempel van de dood draagt. Thomas wilde daarover eerst volkomen zeker zijn eer hij fiducie had in de opstanding. Het heil: nooit zonder pijn op handen. In brood en wijn komen oud zeer mee. En evenals bij Stefanus lopen verleden en heden door elkaar:

    Toen alles was volbracht, sliep hij
    volkomen aan de dood voorbij.
    Drie dwaze moeders, welgeteld,
    hebben een vreemd bericht verspreid:
    'God eigen vlees en bloed is hier.
    Wij hebben zelf zijn stem herkend.
    Zijn wonden doen nog pijn. Hij lééft
    waar twee of drie tezamen zijn.’


[1] Jesaja 62,10
[2] Felix Mendelsohn Paulus, OPS 36 135/136, 1995 [ook een uitstekende samenvatting van Stefanus verweer - Handelingen 7,2-53].
[3]In 1983 en 1996 ging het enkele weken over Stefanus maar ook voor en tussen die jaartallen duikt hij rond kerst of na pinksteren op in de dienstpapieren.
[4] M.S. Arnoni, 1982, p298-305; Ernst Haenchen, Apostelgeschichte 1977, 255 [naar een mondelinge suggestie van K.H. Rengstorf].
[5] Handelingen 6,9 noemt synagogen van Libertijnen, Cyreneeërs, Alexandrijnen en Joden uit Cilicië en Asia [vgl 21,27]. De Libertijnen ook wel als Vrijgelatenen en zelfs als Vrijgemaakten vertaald; een Armeens handschrift heeft Libystini: Lybië dus.
[6] Hier weet ik me voorgoed verbonden met Fred Vermeulen [1928-2009]; Vlaams priester, die begin jaren zestig de kap over de haag hing omdat hem een warmere gave gewerd dan die der onthouding. Ook de bijbel was hem onthouden. Zijn hele tweede leven bleef hij studeren om uit te vinden waar en hoe de breuk met de synagoge mogelijk werd.
[7] Vgl dagboek Kortenhoef, september 1976: 'Het wordt nu zo druk, u ziet ons niet meer zitten.'
[8] Zie Exodus 15,24 en Numeri 14,27
[9] Als Jetro ziet hoe zijn schoonzoon Mozes dag en nacht voor alles en iedereen moet klaar staan, adviseert hij hem om te decentraliseren: hoofden over duizend, honderd, vijftig en tien [Ex 18,14].
[10] In de kring waarin de een de ander uitnemender acht dan zichzelf is het wel een grotesk argument, dat geschiedenis maakte: diakenen worden nog altijd gezien als langer in rang; moeite met de vrouw in het ambt geldt soms niet dat van de diakenen.
[11] Kort na de oorlog ontvouwde 'de geniaalste theoloog van Nederland' als dorpsdominee in gehuchten als Piaam en Idsegahuizen zijn vergezichten aangaande deze Hellenisten: 'Na de belijdenis: Het woord is vlees geworden legden zij bijzondere nadruk op die andere: De Geest is uitgestort op alle vlees. En dit zal in de eerste gemeente al vroeg enige spanning gegeven hebben [242]. 'Het verschil tussen de Twaalve en de Zeven ligt in de verhouding tot Tempel en Wet. De Twaalve gaan op in de Tempel en stellen prijs op een rechtvaardigheid uit de wet. Ze weten niet goed raad met de Heilige Geest  als een de wereld herscheppende God.' Het Palestijnse jodendom wilde 'liefst met Jezus doorgaan en de evangeliën voortzetten.' Na hemelvaart gaat het echter 'niet meer over de Incarnatie of over een voortzetting daarvan, maar over de Inspiratie.' De Hellenisten verstaan 'de heilige kunst om met de evangeliën te breken om de volle wending des Geestes mee te maken' [248]. Anders gezegd: om een traditie voort te zetten moet je ermee kunnen breken, zoals een overbekend verhaal vaak eerst kapot moet om weer toegang te krijgen. O. Noordmans, Gestalte en Geest [1955].
[12]Zie: Heinrich Kraft, Die Entstehung des Christentums, 1981, S.226-248.
[13] Zie Mc 6,14-29, vgl voor zijn rol in het proces tegen Jezus Lk 23, 8-12.
[14] Zie Mc 14,58 en Mt 26,61; Mc 15,29 en Mt 27,40. Bij Mattheus wordt de uitspraak afgezwakt: niet: ik zal, maar ik kan de tempel afbreken. Bij Johannes verschuift het beeld naar de tempel van het lichaam. Tegenover apocalyptische voorstellingen van een nieuwe uit de hemel neerdalende tempel lezen we in de Apocalyps dat er in de hemel geen tempel meer zijn zal [21,22].
[15] Lukas 23,46 en 46, Psalm 31,6
[16]Zie: Rochus Zuurmond, In hemels naam [2012], p 38-41: 'Juppiter en zijn kornuiten zijn in de hemel, maar JHWH is in de hemelen.'
[17] Handelingen 7,56b, vgl Lukas 22,69 en Psalm 110,1
[18] Daniël 3,25 en 7,13
[19] Hoe gevaarlijk dat is weten we sinds 2 december 2012 toen de grensrechter Richard Nieuwenhuizen werd doodgeschopt.
[20] Vgl de trainer, de verslaggever en een heel volk die na een wedstrijd kunnen zeggen: 'wij hebben gewonnen of verloren.'
[21] Ajejandra Pizarnik [vertaling: Simon Horsten], uit: Poëziekrant, 2012, jaargang 36/6
[22]Zie: Exodus 34,29. Ik heb mijn vader vaak horen vertellen dat hij in zijn eerste gemeente Driesum [1941-1944] hetzelfde verschijnsel gezien heeft.
[23]Het gaat om inclusief denken: Jozef redt zowel Egypte als Israël van de hongersnood; Mozes wordt gered door een Egyptische prinses, die hem opvoedt in hem later goed van pas komende wijsheid van Egypte. Vgl Openbaring 21,26: de eer en heerlijkheid van de volkeren worden in het hemels Jeruzalem binnen gebracht.
[24] Joseph Brodsky, Nadezjda Mandelsjtam (1899-1980), Een overlijdensbericht, in:  Tussen iemand en niemand, 198, 157
[25] Leonard Nolens, De vrek van Missenburg, dagboek 1990 - 1993, p. 29