Casimir Johannes Leenmans
5 IX 1857 - 28 II 1936

     ~ Geertje Krull 11 III 1863 - 25 V 1923;
     ~ 14 II 1928 Maria de Later [wed. Albert Stoel 1865-1922] 15 XII 1883 - 17 VI 1957

predikant:
Sloten, Barneveld, Staphorst, Overschie, Hoogeveen, Zetten-Andelst, Bennekom, Utrecht, Oosterwolde, Waarder, Gameren, Gouderak

dominee met of zonder geloof en of ambt
In M.Vasalis, Een biografie [2011] staat een tekstfragment [mogelijk uit 1974] waarin Vasalis over de familie Leenmans mijmert en mij op pagna 763 voor een raadsel plaatst: "Van de drie zonen van mijn overgrootvader werden er drie dominee. Een hield zijn geloof en ambt, een verloor zijn geloof maar niet zijn ambt. En de derde verloor beide. Zij leefden allemaal tot hun negentigste." Ik weet niet beter of mijn betovergrootouders Leenmans [1822-1910] - Jurrewitz [1816-1894] hadden twee kinderen die dominee werden: de oudste is de opa van Vasalis: H.A. Leenmans [1844-1937 † 93]; de dertien jaar jongere C.J. Leenmans [1857-1936 † 78] is de opa van mijn moeder. Archieven.nl vermeldt het overlijden [25 XI 1851] van nog een C.J. als zoon van het echtpaar Leenmans-Jurrewitz maar de derde dominee kan hij niet geweest zijn. Bij het overlijden Van H.A. Leenmans Sr in 1910 waren zijn vier kinderen aanwezig, naast beide predikanten was dat de nogal gevaarlijk gekke tante Jo, die haar vader verzorgde sinds hij weduwnaar was. [1] Vooralsnog blijft de intrigerende vraag wie nummer vier is. Hoe dan ook: in onderstaande tekst gaat het over het echtpaar Leenmans-Krull. 

in beeld bij de GZB
In Staphorst wordt op 20 maart 1887 mijn opa Hendrik Arie geboren, wat het dorp betreft zeer tot zijn latere ongenoegen. Een opvallende parallel met zijn naamgenoot en neef, de vader van Vasalis: beiden groeien op als enige jongen met vier zussen. [2] In juli 1907 verhuist C.J. Leenmans van Bennekom - waar hij en zijn eega later begraven zullen worden - naar Utrecht. Kort daarna wordt de vacature in Bennekom vervuld door J.P. Paauwe, de dominee waaraan de vader van Jan Siebelink verslingerd zal raken.
Aan de Tolsteegsingel in Utrecht heeft C.J. het 't langst van alle elf gemeenten, die hij diende, uitgehouden: tien jaar. Hij was er de opvolger van dr J.D. de Lind van Wijngaarden, in die tijd de voorzitter van de Gereformeerde Zendingsbond [GZB].
Vanuit Gameren vertrekt C.J. in april 1927 als emeritus naar Zeist. In februari 1928 hertrouwt hij 71 jaar oud met de 45 jarige weduwe Maria de Later, drie maanden daarna doet hij intree in Gouderak. Maria de Later was eerder getrouwd met de 18 jaar oudere Albert Stoel [1865-1922], de beide kinderen uit dit huwelijk Teunis en Riena Stoel verhuizen mee naar Gouderak. Op 28 september 1930 gaat C.J. Leenmans opnieuw en nu voorgoed met emeritaat. [3]
In de Utrechtse jaren duikt C.J. Leenmans op in de annalen van de GZB. In 1907 wordt besloten tot een jaarlijkse zendingsdag, het begin van een traditie tot op de huidige dag: in augustus 2013 waren er meer dan 2300 bezoekers. Leenmans en Bieshaar stellen in 1907 voor om de dag bij mooi weer in de 'Heelsumsche bosschen' buiten te houden. Er komt verzet: 'Het mag geen zendingsfeest worden,' [zoals die bij andere zendingsgenootschappen in die tijd populair zijn]. Het verweer hiertegen is ijzersterk: Jezus en Paulus hebben ook buiten gepreekt. En dat laatste is de opzet: vijf, zes, zeven keer op een dag en dan in de pauze en bij de lunch gezellig rond de bonnentent. Het voorstel wordt met 6 tegen 3 stemmen aangenomen.

de trombone van Steenwijk over de psalmen
In de vergadering van 24 okt 1907 wordt besloten tot oprichting van een eigen maandblad: Alle den Volcke [4]. C.J. Leenmans wordt de eerste hoofdredacteur en klaart de klus tot april 1910. Die eerste jaargangen zijn weinig opwindend, want de eerste zendeling wordt pas in 1913 naar Toraja op Celebes [Sulawesi] gestuurd: het is de legendarische ds A.A. van de Loosdrecht die vier jaar later vermoord zal worden. Aanvankelijk bestaat de inhoud uit een meditatie, giftenverantwoording, bestuursverslagen en de overmijdelijke toespraken, het manco wordt erkend: het wachten is 'op een of meer jongelingen die zich in waarheid van den Heere geroepen gevoelen naar den Heidenwereld uit te gaan.'
Eerder klaagt De Lind van Wijngaarden al dat er van de kerk niets te verwachten valt, om dat zij niet 'vol waters' is en gehinderd wordt door 'normale en abnormale krankheden'. Alleen het laatste behoeft wat de vergadering betreft toelichting in de notulen: 'het kaf heerst dan over het koren'. Kan de beoogde zendeling wellicht met een advertentie gevonden worden? Neen, want hij moet door een gemeente beroepen worden. De vergadering neemt in deze nog geen besluit en 'wenscht uit te zien wat de Heere zal doen.'
In april 1902, - let wel: er zal nog elf jaar geen zendeling in zicht zijn, is de vergadering ernstig verdeeld over de vraag of de man anders dan psalmen zal mogen laten zingen, 'omdat de ervaring geleerd heeft dat het vrije lied Gods Woord op den achtergrond dringt, en een zeer bekwaam vervoermiddel is tot het inprenten van allerlei wind van leer.' Ds J.W.H. Kalkman heeft hier moeite mee. Voor hem zijn de drie formulieren van enigheid voldoende waarborg om de grenzen van de vereniging zuiver te houden.
Het begin van de volgende vergadering d.d. 9 juli laat zich raden: een brief waarin Ds J.W.H. Kalkman bedankt als lid van bestuur en vereniging. Nog voor de pauze wordt in de vacature voorzien: elf stemmen voor Lt Gen L.F. Duymaer van Twist. Het is minder dan de helft: drie stemmen gaan naar Mr G.J. Grashuis, lector Sundanees in Leiden en oud-zendeling op Java [1862-1865]; zes voor ene Van der Sluis en het meest verwonderlijk: twee blanco en twee ongeldig. De generaal is zelf ter vergadering aanwezig en besluit... 'na enige weifeling zijne benoeming te aanvaarden' [5].
Lodewijk Franciscus Duymaer van Twist vertegenwoordigt de rechtervleugel van de Hervormde Kerk [GB] in de AR, dit verklaart mogelijk waarom hij het langst zittende kamerlid ooit is: 1901-1946. Zijn koosnaam luidt 'Duympie' en zijn stemgeluid bezorgt hem de bijnaam 'De trombone van Steenwijk'. Dat laatste kwam hem goed van pas want gedurende tientallen jaren riep hij na de troonrede in zijn eentje luidkeels: 'Lang leve de koningin.'
Terug naar zijn verkiezing als bestuurder van de GZB. Na de pauze wil men in het Huishoudelijk Reglement [HR] de regel opnemen dat 'de zendeling in zijne kerkelijke samenkomsten onder de Heidenen alleen de Psalmen zou laten zingen en' - zo staat er dan voor alle duidelijkheid nog achter: 'dus niet de gezangen.' De formulering is overduidelijk maar Duympie weet beter. Hij wil de regel niet in het Huishoudelijk Reglement maar in de Statuten opnemen want die laatste mogen krachtens artikel 13 nooit veranderd worden. Iemand vraagt of die Statuten niet veranderen als je iets nieuws in opneemt. Daar komt de vergadering niet uit. De Lt. Generaal wordt uitgenodigd om hierover 'een der heeren ministers te raadplegen.' [6]

Leenmans & Leenmans
Dergelijke verhalen over mijn overgrootvader kwamen mij als kind al ter ore maar boeiden mij pas echt toen ik in de jaren 1969 - 1973 probeerde om studie en het werk van adjunct-secretaris GZB te combineren: de notulen van het hoofdbestuur, p.r. zoals het vervaardigen van lesmateriaal voor scholen en de redactie van  Alle den Volcke. De benoeming op zichzelf was niets minder dan een paleisrevolutie - een coup onder leiding van de nog jonge dr C.A. Tukker toen het halve hoofdbestuur in Indonesië zat - maar dat verhaal niet nu, wel het sluitstuk. 'Toen ik ontslag nam, nodigde de aimabele voorzitter Van Sliedregt mij uit in Bilthoven en deed bij die gelegenheid een uitspraak waaraan liefhebbers van de klassieke dogmatiek een hele kluif hebben: 'Ja, jongen de Here heeft je met vele en rijke gaven gezegend maar ze passen niet bij de GZB.' Op dat moment drong de betekenis van een mantra die ik als kind al zo dikwijls gehoord had dieper tot mij door: 'voor den Here is niets te wonderlijk.'
Mooie anekdotes voor insiders, zoals het woord a n ek dote al zegt, kun je ze beter niet overal ten beste geven. Wat wel helpt, is een andere lijst, een ruimer kader. Als het eerste nummer van Alle den Volcke onder redactie van C.J. Leenmans het licht ziet, is neef Hendrik, de vader van Vasalis, aan het Gymnasium Haganum een door leerlingen als Martinus Nijhoff, Victor van Vriesland, Josine Meyer en Thea, de latere vrouw van Abel Herzberg, gewaardeerde leraar geschiedenis. [7] Als Duympie voor altijd wil afdwingen wat de heidenen In Indonesië wel en niet mogen zingen, heeft Haagse Hendrik al radicaal afgerekend met de aan zijn naam klevende braafheid.Hij heeft dan al eens een vergsdering van de Hervormde Synode voortijdig weten te beëindigen door in een rok van zijn zus, zonder onderbroek, omgekeerd in een appelboom te gaan hangen. Christenen noemt hij 'klepbroeken en hypocryten', dominees zijn 'oplichters, huilebalken en schijtlaarzen.' Veel nuance valt er niet te ontdekken, consistentie wel want na een paar bezoeken aan zijn op Walden bij Frederik van Eeden werkende verloofde, heeft hij 'nog nooit zo'n verzameling schuinsmarcheerders en warhoofden gezien.' [8] Wie beelden van het vooroorlogse voetbal draait, verbaast zich over het enorme verschil in snelheid en spelpatronen, - met notulen en preken is dat uiteraard niet anders, zij het dat tijdens het voetbal wel vrij en voluit gezongen wordt, gestreeld door een blij vooruitzicht zelfs: 'We gaan naar Rome.' Anders gezegd: wie zich verdiept in deze [vergader]cultuur, een prekenbundel uit die tijd opslaat of zich met terugwerkende kracht alsnog 'live' aan het kermen, dreigen en zeuren durft onderwerpen [9], schrikt van zoveel nietszeggendheid en begrijpt op z'n minst de ergernis van buitenstaanders. En dan zwijgen we nog van de christelijke specialiteit om ondanks een heel goed boek in huis altijd te laat te komen: bij de afschaffing van de slavernij, de kinderarbeid, apartheid, de rechten van vrouwen, andere seksuele voorkeuren, abortus en vragen rond het levenseinde opnieuw.

Lava en sintels
Einde verhaal? Nee, want we hebben van Duympie en zijne excellenties niets meer vernomen over de vraag of de onveranderlijke Statuten niet veranderen zodra je daar iets aan af of toe doet. Het vervolg ligt in mijn eigen archief: een vergeten stapel luchtpostbijbeldundrukpapier uit de tijd voor fax, skype of iemel: 1974 - 1976. Een briefwisseling met Bert Boer [1945-2009], die indertijd voor de GZB aan de theologische faculteit op Ambon werkte. Wij waren beiden gepokt, gemazeld en wat niet al in het rechter segment van de Hervormde kerk, zonen van vaders die daar belangrijk waren [10]. Is het thema Vader & zoon bij Peter van Straaten op zichzelf al goed voor een reeks cartoonboeken: met een bekende vader is het extra lastig om jezelf of zelf iemand te worden.
Er zijn hilarische alinea's in de stijl van een sleutelroman of directe verwijzingen naar Orwells ministerie van waarheid. In sommige brieven is geknoeid, andere kwamen helemaal niet door de censuur, - volgens de postbode ! las de bewuste ambtenaar geen Nederlands maar rook hij onraad bij veel afkortingen met hoofdletters. [11] Er zijn kanttekeningen bij gelijktijdig gelezen boeken, toegezonden tijdschriften en knipsels, want er gebeurt veel: het wereldje zet zichzelf duidelijker op de kaart, trekt grenzen in publicaties als Getuigenis, Principia, Positie en Beleid. Een omroep, eigen krant en scholen gingen van start of komen er aan. Het zijn de jaren waarin ik redactiesecretaris was van Wapenveld: een blad als vrijplaats, horzel of luis in de pels: alleen al door wie waarover en wanneer te laten schrijven. [12] Teruglezend in deze epistels gaat het vooral over de aanloop, het feit dat en het naspel van de discussie tussen C. Graafland en G. Boer: lava en sintels, belijden als beweging, belijdenis als stolsel met als focus de omineuze zin dat in de belijdenis 'in principe alles gezegd' zou zijn. [13]
Door nieuwe ontdekkingen in de bijbel - zoals de blijvende plaats van Israël, de laatste dingen als de hoop op deze wereld anders; schepping niet als iets dat achter ons ligt maar als strijd tegen de chaosmachten die nog volop aan de gang is, - zou ook tegen  geheide problemen met de evolutie, het al dan niet inenten en verzekeren ander aangekeken kunnen worden. Maar zo niet het hervormd-gereformeerde wereldje, want nieuwe 'elementen' kunnen desnoods als kanttekening, voetnoot of appendix aan de belijdenis worden toegevoegd alsof alles niet zo met elkaar samenhangt dat het geheel daardoor niet wezenlijk zou veranderen. Bijna driekwart eeuw na Duympie is de openstaande rekening opgelopen tot de omvang van een faillissement. [14]

Later volgt nog een mislukt debat over de Klinisch Pastorale Vorming [KPV], een methode die vooral op de persoon van de pastor gericht is en waarmee ook aan het seminarie van de Hervormde Kerk gewerkt wordt. De KPV wordt smadelijk weggezet als sensitivitytraining ten gunste van een visie op ambt en zonde die de bestaande orde dient en de mens kleineert. De methode is voor Nederland ontwikkeld door Wybe Zijlstra, een van de twee zonen dominee van, jawel: GZB-zendeling P. Zijlstra, die op de zendingsdag van 1927 in het grote bos de aanwezigen liet schrikken van een meegereisde Torajajongen in de uitdossing van een koppensneller.
Inmiddels staat het Reformatorisch Dagblad in de kinderschoenen. Kritische geluiden zijn nimmer opbouwend maar worden afgedaan als 'nestbevuilen of spugen in het water waarvan je gedronken hebt.' Ene Van As, H.H.J. doet zijn naam als ultieme stokebrand eer aan door de discussie over het pastoraat aan te grijpen voor een filippica tegen Wapenveld. De latere professor Gerrit de Kruijf zou in zijn enthousiasme over Een vlucht regenwulpen Maarten 't Hart tot een leraar der kerk hebben opgehemeld. Mensen als Berkhof en Hasselaar leggen vreemd vuur op het altaar enz enz. Maar het bestuur is gealarmeerd en 'dat zal wel betekenen dat er nu eindelijk koppen gesneld gaan worden.' [15] Als deze tekst in de krant staat is de kleinste helft van de redactie al opgestapt, het bericht daarover wordt weggeplamuurd, dat wil zeggen: over twee nummers uitgesmeerd.

Bij de GZB is er ondertussen regelmatig een talentenjacht. Een van ons valt direct af, omdat hij: jawel, niet vies is van een gezang. Twee wel door de keuring gekomen vrienden schrijven een brief: gesprek heropend. Sindsdien heb ik het niet meer zo gevolgd. Zal het ooit anders zijn? In het boek Handelingen [3,20] is sprake van apokastasis, het herstel van alle dingen. Inmiddels is er een hersteld Hervormde kerk, een herstelde Statenvertaling en op de dag waarop ik deze terugblik afsluit, lees ik dat een voorman dominee uit die kringen 'onverzekerd' toch een nieuw hartje gekregen heeft.

Maar zoals elke beweging dient ook de GZB naar beste weten beoordeeld te worden. In Alle den Volcke 1912,5 schrijft dr P.G. Datema over Brutale winst.
'Wat er al een bloed kleeft aan de hooge dividenden van Indische landbouwondernemingen, die 33%, zooals ik laatst van eene zag vermeld, en vaak nog meer haar aandeelhouder, en haar directeuren natuurlijk nog meer opleveren. De tijd komt dat het ook hier zal bevestigd worden Jacobus 5,1-5: Welaan nu, gij rijken, weent en huilt over uw ellendigheden, die over u komen. Uw rijkdom is verrot.
Het is nu maar eens een enkel voorbeeld uit vele, die er te geven waren. Want ieder weet, dat niet slechts tegenwoordig, nu alles meer georganiseerd, in naamlooze vennootschappen, ook op handelsgebied aan de groote klok moet komen te hangen, maar nog veel meer vroeger, de inlanders in onze Indiën zijn uitgebuit. En hoe kan op zulk bloedgeld zegen rusten?
Het is niet goed te maken door uit zulke winst een grootere of kleineren bijdrage der Zending te doen ten deele vallen. Doch ook dit is zeker, komt de inlander tot besef van zijn macht, de overheerschers nu zoo langen tijd, zullen het gewaar worden, dat er geweldig wraak wordt genomen.'

 

1] Bij het overlijden van Leenmans sr in 2010 waren vier kinderen in leven [Biografisch woordenboek van protestantsche godgeleerden, dl 5 p686-687]. Over de gevaarlijke gekte van tante Jo heeft Vasalis het nodige overgeleverd: Meijer, a.w. 665-666, 763-766. 
2] In het gezin van mijn opa kwam nog een Johannes na. Hij werd slechts twee jaar. De andere Hendrik Arie ziet een drieling langskomen. Drie jongens, het vooruitzicht niet langer de enige man te zijn met vier zussen boezemt hem zoveel schrik in dat hij de drieling heeft doodgebeden. Het gebed van de onwetende wordt wonderwel verhoord [Meijer, 44].
3] Maria de Later werd in Zeist begraven en herenigd met haar eerste echtgenoot Albert Stoel. Ik was toen elf jaar maar pas tijdens het schrijven van deze tekst [2013] ontdekte ik haar bestaan, mogelijk was de familie niet erg met de relatie ingenomen,- zoveel is zeker: mijn opa Leenmans heeft zijn vader de realtie zeer kwalijk genomen wat hem niet heeft verhinderd om later op zijn beurt iets vergelijkbaars te doen: voer voor familieopstellingen. 
4] De naam is een citaat uit het kerstevangelie naar Lukas [2,10]. Het klinkt mooi, maar het is zoals vaker gebeurt op de klank en daarmee fout gekozen. De engelen in Lukas 2 verkondigen niet alle volken blijdschap, maar al den volcke, - dat is heel het volk, en wel Israël. Een eeuw later krijgt het blad alsnog de naam die van meet aan bedoeld was: Alle volken.
5] De aarzeling is groepscode, immers: niemand is een functie of ambt waardig, gretigheid en ambitie zijn ongepast. De oude tuinder en domineeszoon Geert Dekking in Monster, bij wie ik letterlijk kind aan huis was, vertelde omstreeks 1958 dat hij op mijn vader gesteld was om diens subtiele humor. Iemand had een vergadering opgehouden met gezever over het ontbreken van vrijmoedigheid voor herverkiezing. Later bleek hij voor alle zekerheid op zichzelf gestemd te hebben. Een voor een vouwde mijn vader de stembriefjes open, maakte er een stapeltje van, tikte dat in tijdrekkend af en zei: 'Nu mijnheer Van S u heeft veel stemmen gekregen, u heeft ze allemaal.'
6] Gegevens ontleend aan: De annalen van Gereformeerden Zendingsbond 1901 - 1961, Tana Toraja, Een Bronnenpublicatie bewerkt door Dr Th van den End,  uitgave: Raad voor de Zender der NHK 1985. Geheel online te vinden: www.historici.nl/retroboeken/zending/#source=7&page=94&accessor=toc Foto's e.a. gegevens: W. Bieshaar, Gedenkboek GZB, 1901-1926.
7] Maaike Meijer, a.w. 70, 428.
8] Maaike Meijer, a.w. resp. 25, 27, 41 en 33. In 2006 verscheen een boek van H.A. den Dolder - de Wit over mijn vader: Levend in het werk des Heeren. Afgezien van uit het archief geciteerde teksten en twee bijdragen van anderen een tenenkrommend boek. Vasalis wordt alleen genoemd in de  onvolledige, feitelijk onjuiste en ook vaak fout gespelde bijlage II, Theologen uit het geslacht Leenmans [318], maar het meest bizar: Vasalis wordt opgevoerd als een van de vijf dochters van haar opa! Haar vader, de al heel jong niet gelovige historicus en sociaal democraat dr H.A. Leenmans wordt een plaats ontzegd,- zoveel domineesgeilheid is niet zonder pathologische trekken.
9] Hoor en huiver: http://www.dewoesteweg.nl/ - Werpt uw brood uit op het water.
10] Samen in een boekje met de titel: Ze hadden wat te zeggen [J. van der Graaf, 2004, 44-53, 144-151]
11] Zie: Wiki-leaks en afluisterpraktijken in de vorige eeuw, n.a.v. Roger Martin du Gard [1881-1958], Het oude Frankijk, 1933 [2009] op deze site onder dagmaat, Frankrijk.
12] In Vijftig jaar Wapenveld [Bart Wallet, 2000, jrg 50,4] staat echter: '... het is verbazingwekkend dat Wapenveld niet thuis geeft, als de verzuiling van de bevindelijk gereformeerden plaatsvindt. [ ] De theocratische oude garde, het viermanschap C.P. van Dijk, G. van Leijenhorst, R. Plomp en G. Verweij, maakt plaats voor een maatschappijkritische redactie met Henk Abma aan het hoofd. Na gerezen moeilijkheden treden enkele redactieleden af en gaat de ploeg onder leiding van G. Holdijk begin jaren tachtig een gefragmenteerde periode in. Vgl Wapenveld juni 1998, Henk van 't Veld, Een afscheidslied.  
13] G. Boer, Ontwikkelingen in confessionaliteit - daar en hier? C. Graafland, Spanning tussen belijdenis en belijdenis? G. Boer, Voortgang of stilstand, in: Wapenveld, jrg 24 nrs 4 en 5 [1974] en het jaar daarop: Henk Vreekamp, Woord en praktijk, notities bij de Nota Positie en Beleid van de Gereformeerde Bond, Wapenveld, jrg 25,3-4.
14] Reformatorisch Dagblad, 23 januari 1980. Opgestapt zijn: A.T. de Vries, A.L Rijken-Hoevens, G. Boer en H.A. Abma. In genoemde biografie blijft ook buiten beeld dat mijn vader de opkomst van het RD met lede ogen zag naderen, beducht als hij was voor de versterking van de terreur van de geestelijke mens die elke vorm van orthodoxie zullen trachten te overtreffen tot 'een uiterste verbijzondering als alleenzaligmakend overschiet.'
15] W.J. Op 't Hof, Ik heb geen polis, ik luister naar de Heere, Trouw, 30 november 2013