Leenmans - Krull

 

leenmans - krull geertje met hoed  MO

Als kind boeide mij de glans van tafelzilver en dan vooral de erfstukken uit mijn moeders familie: een ratjetoe aan keurmerken, stempels en design maar de charme schuilt in de poëzie van het jargon om die verschillen te benoemen: een brijlepel met dubbel lof; Hollands glad van meester I.M., een dubbelrond filet van Weenink, een viscouvert van Pichal, parelrandjes of Haags lofje. Aan de onderkant zijn de initialen gegraveerd van de geliefden die ooit hiermee hun huishouden begonnen en rekening hielden met een groot gezin, veel familie en vrienden anders was er na de alle verdelingen niet zelfs in mijn la nog zoveel aanwezig. L K staat voor mijn overgrootouders: C.J. Leenmans en Geertje Krull. Dankzij die lepels en vorken herinner ik me menig tafelgesprek waarvan ik in deze tekst probeer wat details te achterhalen.

Geertje Krull staat op bovenstaande foto, gemaakt tijdens familiebezoek in 1921 bij hun zoon Henk Leenmans in de pastorietuin van Bodegraven. Als enige van het gezelschap draagt zij een hoed waar je mee op de foto kunt, een brede foulard en schouderstukken die vulling overbodig maken en het midden houden tussen een toga en een matrozenkraag.adv mo
Links van haar: oma Alida Leenmans-Peter met mijn moeder op schoot, opa Henk en Hildegard Haldewang: een van de Duitse dienstboden die na de eerste wereldoorlog massaal naar Nederland kwamen om er naast kost en inwoning een tientje per week te verdienen. 1] Met terugwerkende kracht zie je hoe zij van elders binnenklom en met het gezin vergroeide. Haar naam associeerde ik met de duistere geheimen van Sinterklaas: wordt het koek of gard. De diepe razernij van mijn moeder toen opa met haar trouwde, is een van de meer heftige jeugdherinneringen en verklaart mogelijk waarom wij nooit bestraft werden bij het afkorten van de naam tot tante Hi kak.
Tussen de overgrootouders, staand - en ook toen al van de partij - Marie Treffers, de vriendin van [op een knie] tante To, een van de vier zussen van opa. In matrozenpakjes de oudere en jongere broer van mijn moeder: C.J. [Cas] en al op den tafel gezet: Ph.J. [Philip]. Helemaal rechts dominee Hendrik Ewoldt, op schoot Johan, zijn moeder Sybregje Leenmans zal de foto gemaakt hebben: een ernstige zaak want zeg het maar: 'kan er bij twee of drie van de twaalf een lachje af?, Van zes heren is er maar eentje [Cas] niet voor dominee in de wieg gelegd is. Voor nog meer dominees wenden we ons nu tot de familie Krull.

                                                    stamb mo

Het geslacht Krull [zich ook schrijvende met C] komt uit de graafschap Bentheim, waar in het naburige Neuenhaus predikanten en burgervaders met die naam elkaar sinds 1542 afwisselen. In Uelsen wordt in 1591 een rechter en raadsman Krull door de Spanjaarden verbrand, zijn dochter wordt in Zwolle begraven waar halverwege de 17e eeuw ook een Krull opduikt als burgemeester.
In en rond Emden [Oost-Friesland] komt de naam Krull eveneens vaak voor: er woonden daar ettelijke duizenden voor het Spaans geweld gevluchte protestanten. Lange tijd koesterde men de hoop als achtste provincie aan de Nederlanden te worden toegevoegd. In 1571 werd op uitnodiging van Datheen en Taffin en grondig voorbereid door Marnix van St Aldegonde in Emden de befaamde eerste nationale synode gehouden van wat veel later de Hervormde kerk zal heten. Uit de eerste zin, de hoeksteen van het gereformeerde kerkrecht, spreekt een stevige allergie voor hiërarchie: 'Geen gemeente, geen dominee, geen ouderling noch diaken, zal over de ander heerschappij voeren, maar een iegelijk zal zich wachten voor alle suspiciën, en aanlokking om te heerschappen.' 2]
Afkomst bepaalt in die tijd sterk de toekomst, zo ook onder de vele bestuurders en artsen Krull, met een poreuze grens tussen Oost-Friesland en Nederland. Vanaf het midden van de 18e eeuw vinden we ze ook in leger of suiker op eilanden in Nederlands Indië, en een eeuw later ook bij de rechterlijke macht in Paramaribo. En altijd en overal zijn predikanten Krull en vrouwen met domineesvlees, mannen als Speckman, Cruciger, Sander van Hoek, Taverman, Dingemans en Kupéri vallen er op.

                    joh krull mo   hofstede de groot mo   renan mo   strauss mo   schleiermacher mo

De opa van Geertje
Ook Aijelt Folkerts Krull [1802], de opa van Geertje, komt uit Simonswolde bij Emden. Van 1827 tot zijn dood is hij predikant in Nijega, terwijl Trijntje J. Swart haar tien kinderen baart, hoewel: als tweede naam heten ze allemaal Aijelts, Ailjerts of Ayelts. Op 2 maart 1850 treurt Trijntje: 'Heden avond tegen 10 ure trof mij den zwaarsten slag des levens, daar het den Heer van leven en dood behaagde van mij weg te nemen, mijnen hartelijk geliefden Echtgenoot, den Wel Eerw Zeer Gel Heer Aijelt Folkerts Krull, in den ouderdom van 48 jaren en 3 maanden, in leven Predikant alhier. Wat ik en mijne acht Kinderen, voor wie hij een zorgdragend vader was, in hem verliezen, zullen allen beseffen, die den overledenen in zijnen stillen Christelijken wandel gekend hebben; doch de hoop, dat het sterven zijn gewin zij, en wij hem eenmaal in zalige gewesten mogen wedervinden, doe ons stil en gelaten, in den wil des Heeren berusten.'
Er zijn dan al twee kinderen overleden en Folkert de oudste vertrekt op 9 mei 1853 vanuit Balk in Gaasterland naar de Milford, Indiana Als Trijntje J. Swart 27 juni 1879 in Sneek plotseling overlijdt, staat de advertentie pas 9 juli in de krant: 'wegens buitenlandsche betrekkingen eerst heden geplaatst' verklaart Johannes Krull namens de familie. En dan begrijp je: de Bell Telephone Company is van 1877 en pas vier jaar later opent op de hoek van Dam en Kalverstraat het eerste telefoonnetwerk met 49 vaste aansluitingen en een telefoniste die haar klanten met een koord verbindt.

Voor de kerk zijn het roerige tijden. In het vacuüm dat de Fransen achter laten, landt in 1813 op het strand van Scheveningen Willem I. Vissers duwen hem op een bolderkar naar Den Haag. Hij 'hervormt' de kerk naar het model van de staatskerk zoals hij die in Engeland heeft leren kennen. Er is zelfs een minister van eredienst. Alles bij elkaar is het een brutale schoffering van de eerder geciteerde grondregel van Emden. Willem I is tuk op 'heerschappen'. Het verzet is niet gering maar als in 1934 in Ulrum het strovuur van de Afscheiding begint, wordt die toch vooral dankzij repressief overheidsgeweld een doorslaand succes. 3]
Aan de andere kant van het spectrum is er het beschavingsoffensief van burgers en herenboeren. Onder het motto: 'Darwinisme in de landbouw' wordt de graanveredeling ter hand genomen en bespreken leesgezelschappen op de deel het leven van Jezus in het licht van David Friedrich Strauss of Ernest Renan. Dominee Schelto Coolhaas van der Woude verklaart: 'De biebel is goud, moar hai is deur mensenhanden schreven, ie mouten nait alles leuven wat er staat.' 4] Een wijs woord aan de waarheid waarvan ook het dialect bijdraagt. Geloven en geloven is twee. Het echte schandaal is dan ook niet het modernisme of de met stomheid geslagen vromen, maar het feit dat de orthodoxie twee eeuwen later nog zweert bij opiniemakers van het type Knevel en Van den Brink. 'Geloven op twee' maakt de uittocht van de Franca's Treur onontkoombaar.
Johannes Krull studeert theologie bij Hofstede de Groot, voorman van de Groninger richting: modern maar geen modernist: in 1839 weet hij de Nederlandse uitgave van Strauss' Das Leben Jesu te verhinderen. De Groningers staan voor - een nog niet door twee wereldoorlogen geschokt - geloof in vooruitgang, dat zich in een levend, evangelisch christendom wil bewijzen: sociaal bewogen, zendingsbewust en op de bres voor beter onderwijs.
Het is de polderversie van Schleiermacher, de grootste theoloog van de 19e eeuw: God laat zich kennen en ervaren in menselijkheid. Heel verrassend - en misschien nog te weinig onderkend - verwijst hij daarvoor naar seksualiteit en creativiteit, bij uitstek de terreinen die de kerk de eeuwen door heeft gefnuikt. 5] De grootste theoloog van de komende eeuw zal dertien delen Kirchliche Dogmatik en de daarin beoefende Kunst der Fuge nodig hebben om met hem af te rekenen: Schleiermachter en Barth, tegenpolen maar elkaar ook diep verwant.
Vijftien jaar blijft Johannes Krull in zijn eerste gemeente Oppenhuizen [1853-1868]. Geleidelijk onttrekt hij zich aan de Groninger richting, echter zonder afbreuk te doen aan de goede contacten met Hofstede de Groot. Meer dan 70 studenten vertrouwt deze hem in de loop der tijd toe als persoonlijk begeleider en repetitor Grieks en Latijn. Hij publiceert Het christelijk kerkjaar, dat in 1912 postuum nog een derde druk beleeft. Zijn Catechismus over den troost die in Christus uit 1860 mag met dertien drukken een bestseller genoemd worden. Het geheim van een leven waarin verschil van overtuiging niet tot een breuk met anderen leidt, is wellicht het beste verwoord door zijn zoon Ayelt Folkert: 'Respect voor de belijdenis als voor geliefd oud porselein maar daarom nog geen uiteindelijke formulering.' 6]                      

domineesvlees en verdere familieverhoudingen
Na vijf vrijgezelle jaren in de pastorie van Oppenhuizen trouwt Johannes Krull [1830-1910] eind 1858 met Sybregje Regenbogen [1832-1912], dochter van een huisarts in Makkum. Zij krijgen negen kinderen: vier overlijden jong, vier dochters en een zoon groeien groot.
In 1864 trouwt Johanna [1839-1883], een zus van Sybregje, met een broer van Johannes: Klaas [1839-1883]: 'genees-, heel- en verloskundige te Giethoorn.' En daarmee valt een klein puzzelstukje op zijn plaats, want nadat de eerste vier kinderen van Johannes en Sybregje in de pastorie van Oppenhuizen geboren zijn, komt de vijfde in Giethoorn ter wereld: je ziet de kraam voor je, familie onder elkaar.
Het woord domineesvlees kwam al eens ter sprake. Grappen liggen voor de hand maar gaandeweg wordt duidelijk dat Van Dale niet om het woord heen kon: zo vaak kwam deze relatievorm voor. Trouwt Geertje een dominee, twee van haar zussen doen hetzelfde.
Trijntje [1859-1914], de oudste trouwt in 1878 met Ymte Jentjes Bootsma [1851]. Zijn eerste gemeente is Lunteren [1878-1887], veertig jaar daarna sterft hij in het harnas in Zoetermeer. Daags na kerst 1892 wordt zijn huwelijk ontbonden. 7] Er zijn dan drie kinderen. Hesseltje [1885-1960] is de oudste; de jongste, Jentje, is ruim een jaar; de middelste, Johannes, is naar opa vernoemd. Hij laat maar drie echtscheidingen noteren: 1912, 1917 en 1921. De laatste keer betreft het Froukje Zomer, dochter van een der gebroeders-oprichter van uitgeverij Zomer & Keuning die met bladen als De Spiegel, Op den uitkijk, de NCRV-gids, Prinses en Moeder de hele protestante zuil voorzag. 8]  
De tweede dochter Grietje [1861] huwt in 1889 Cornelis de Hoogh, de geboren Amsterdammer [1849] woonde kennelijk een tijdje bij zijn schoonouders in want de eerste beroepen geworden hem in Spannum. Dankzij de heel speciale site Dominees.nl ontdekte ik, dat Cornelis in een en dezelfde vacature in Terhaske samen met H.A. Leenmans Sr en zijn beide ! zwagers C.J. Leenmans en A.F. Krull beroepen wordt. Zulke crosspasses over het hele veld kwamen wel vaker voor maar vanaf 1887 is en blijft Cornelis in Vinkeveen: twintig jaar lang om dan ineens - pas 58 jaar oud - zijn 'bediening neer te leggen'.
Johanna, de vierde dochter [1866-1944] trouwt met Joost Bax [1863-1942], huisarts te Genemuiden; zij krijgen twee kinderen: Hendrik 1890-1967] wordt dominee, Johannes [1898de ander arts. Genoeg: wie een optelling of vermenigvuldiging op fouten wil controleren kan de negenproef toepassen, bij bovenstaande familieopstelling vond ik iets dergelijks. 9]

de kostschool in Spannum
Na Oppenhuizen [1853-1868] werkt Johannes Krull korte tijd in Katwijk waar hij kennelijk zo goed ligt dat hij er begraven wil worden. In 1870 keert hij terug naar Friesland: de terpdorpjes Spannum en Edens zullen tot 1893 het centrum van zijn activiteiten blijven.
Alle vijf dochters bezoeken kostschool de Tafelberg bij Oosterbeek waarbij Johannes zich hardop afvraagt: 'waarom zou men ook de boerendochters niet versieren met een weinig wetenschap en christelijke beschaving?' In 1876 is er in Spannum een internaat gebouwd en gaat de school onder leiding van freule Louise van Naerssen van start. De niet armlastige Hervormde gemeente heeft niet beknibbeld op het huis dat plaats biedt aan ongeveer twintig meisjes en tot het begin van 20e eeuw bestaan heeft. Kosten per leerling: het jaarsalaris van een landarbeider. In de kerk hebben de dames een eigen bank: elke zondag schrijven ze een verslag van de preek. Wie doordeweeks geen Frans maar Nederlands spreekt, krijgt een koord met sleutel om de nek en moet zwijgen tot iemand anders de regel overtreedt. De Friese volksschrijver Waling Dijkstra [1821-1914] bespotte de wat elitaire bedoening, de niet minder befaamde Friese bijbelvertaler Geert Aeilco Wumkes [1869-1954] becijfert in zijn Paden fen Fryslân dat de school honderden meisjes geestelijk rendement bracht. 10]
Vanuit de Friese vereniging Vrienden voor de Waarheid is Johannes Krull - naar de beroemde opzet van Doetichem-Ruimzicht betrokken bij de opzet van internaten voor gymnasiasten: eerst in Amersfoort, laten ook in Kampen. Voor kinderen van predikanten is het gratis. Na de dood van ds L.H.F. Creutzberg kiest zijn weduwe Anna Maria Gewin met haar drie zoons en twee dochters daar domicilie. Ook de rebelse zoon van H.A. Leenmans uit Harlingen was daar geparkeerd. Hij leerde er behalve Grieks en Latijn niets dan 'nieuwe vuile woorden en meer kennis over het geslachtsleven.' Tot hij een geheel andere manier van leven leer kennen: Karel Creutzberg, 'goed gekleed, sprak Hollands, onthield zich van vloeken en smerige taal, vocht zelden en had een razend snel verstand.' Als Karel hem een foto van zijn zus laat zien, valt Henk Leenmans als een blok. Enkele dagen later krijgt hij een briefje: 'Geachte Heer, wilt u zo vriendelijk zijn mijn portret te retourneren, ik vind het geen aangename gedachte dat een vreemde Heer in het bezit is van mijn portret. Lous.' Begin van de liefde waaruit Vasalis geboren zal worden. 11]

Ayelt Folkert Krull
Ook de al even genoemde enige zoon van Johannes Krull: Ayelt Folkert [1870] studeert eveneens theologie in Groningen. Het modernisme is dan alweer overgewaaid en de ethische richting zet de toon. Ayelt treft het met Isaac van Dijk [1847-1922], die tegen het positivisme van leerstof en stampwerk kiest voor de hermeneutiek: wetenschap die begint met verwondering en dan interpretatie en persoonlijke bezieling leidt. Zijn studies over Socrates, Jeanne d'Arc, Pascal, Kierkegaard en zijn visie op onderwijs en opvoeding zijn ook na honderd jaar nog heel leesbaar in de Gezamenlijke Geschriften, die van 1917-1924 bezorgd zijn door dertien leerlingen onder wie A.F. Krull.
Als er zeven jaar als gemeentepredikant op zitten, promoveert AFK in 1901 bij C.H. van Rhijn [1849-1913] op de 17e eeuwse reformator en piëtist Jacobus Koelman. Het gedegen bronnenonderzoek krijgt in 1972 nog een herdruk. In het voorwoord eert hij zijn Groningse wijkpredikant voor zijn vriendschap en zintuig voor praktische theologie. Het is A.S.E. Talma [1856-1907], een neef van de rode dominee en AR minister Talma, die Troelstra in zijn eigen district wist te verslaan.
De laatste jaren voor zijn emeritaat zwicht vader Johannes Krull voor de tufstenen kerk van Muiden. Daar trouwt Ayelt trouwt in 1894 met Maria Anna Hendrike van de Klashorst en stelt zich ook beroepbaar. Hij krijgt vier beroepen: het al eerder genoemde Terkaple, maar ook Kortenhoef: het 41e beroep in een vacature die acht jaar zal duren, ooit wandelde hij samen met zijn bruid door het huis waar ik vijfentwintig jaar woonde. 12] Hij kiest voor Zeerijp waar orgel en interieur al eeuwen proberen uit te maken wie het mooist is.
Na Zeerijp volgen Mijdrecht [1897], de Laurenskerk in Alkmaar [1900], Scheveningen [1903] en tenslotte de Laurenskerk in Rotterdam [1907]. In alle grote steden leeft het besef dat de slag om de arbeiders verloren ging, de uittocht van intellectuelen niet te stuiten. Oog voor de zelfkant naast de vervreemding en betekenisverlies van het evangelie bepalen rond de Eerste Wereldoorlog en de crash van 1930 de agenda. Het tegoed van Talma en Is. van Dijk kan daarbij vruchtbaar gemaakt worden. AFK start een opleiding voor evangelisten en wordt er zelf docent. Bouwde de vader een kostschool, de zoon laat op nummer 99 aan de Linker Rottekade een gebouw met drie verdiepingen verrijzen: De Samaritaan. Naast een kerkzaal en vergaderruimten is er een grote zaal waarvan iedereen in Rotterdam wist dat je er goede films kon zien, een filmhuis. 13]
De schaars overgeleverde biografische gegevens over A.F. Krull als dominee praten elkaar allemaal na: joviaal, gemakkelijk in de omgang; ziet zichzelf liefst boven de partijen, kortom: ethisch-orthodox en die overtuiging niet onder stoelen of banken; een begaafd docent en catecheet. Zoveel lijkt zeker. Je kunt op dat profiel nog wat foto's bekijken maar veel verder kom je een eeuw later toch niet meer.

De Samaritaan als Filmhuis
Tot er ineens een deur op een kier gaat. Als De Samaritaan in 1916 van start gaat, is dat tot het emeritaat van AFK in 1929 precies de bloeitijd van de zwijgende film. De fascinatie voor bewegende beelden is zo oud als de mensheid: van schaduw als suggestie van beweging op de tekeningen in de grotten van Lascaux tot de grot waarin Plato onze hele werkelijkheid als een schaduw aan zich voorbij meende te zien trekken. Als Edward Muybridge eind 19e eeuw vierentwintig ragfijne draden over de weg spant waarmee een galopperend paard zelf de sluiters van idem zoveel fototoestellen kan bedienen, lijkt het geheim van zijn draf, dat Leonardo da Vinci al intrigeerde bijna opgelost. De beelden zijn nog schokkerig maar na de toepassing van celluloid gaat het al beter. De toverlantaren wordt een attractie op de kermis, onderdeel van een reizend circus langs dranklokalen, bruiloften en partijen.
Als het nieuwtje er af is, ontdekken particuliere exploitanten als De Samaritaan de kunstfilm. Hoewel de geluidsfilm technisch al vanaf 1912 mogelijk is, wordt deze resoluut van de hand gewezen als commerciële verloedering. In de jaren dertig bestaan beide genres zelfs nog enige tijd naast elkaar zoals de publieke en commerciële omroep. Toch wordt niet het geluid op zichzelf afgewezen. Integendeel, spektakel genoeg: tijdens de film speelt een orkestje of een piano; achter het doek bedient iemand een grammofoon of worden omgevingsgeluiden geregisseerd. Het taboe geldt de taal, de dialoog. Natuurlijk maakt die meer duidelijk maar dat is dan ook precies het einde van de kunstfilm: dialogen sturen de interpretatie en snijden die de pas af. In die oude tijden kon je nog niet zeggen dat het boek beter was dan de film. Het verhaal moest je zelf bedenken, alleen de onversneden film voedt als de tiende muze de verbeelding. 14] Het verhaal van de Samaritaan, mensen uit de marge afgeleverd in een filmhuis, - het denken een impuls, interpretatie als levensfilosofie en voedsel voor de ziel, geeft het cliché van een sociaal bewogen en begaafd docent meer reliëf.

om te komen naar mijn huis van ons
De zoektocht naar mijn overgrootmoeder Geertje Krull ging sterk over de band: de mannelijke lijn, de context van studie en werk. Meisjes mochten naar een kostschool, leerden een mondje Frans, poetsten het zilverwerk en dominee verwekte in hun vlees met regelmaat zonen en dochters. Het Frans als voertaal in het Friese Spannum is een generatie later nog in de mode: Louise Creutzberg, de moeder van Vasalis had een Franse gouvernante, liep elke dag vanuit Woudenberg anderhalf uur heen en terug naar de Franse school in Amersfoort en bezocht later nog een kostschool in Zwitserland. Zij had graag het gymnasium gedaan maar moest het doen met de kruimels, die haar toevielen als haar moeder de beide broers overhoorde. Daarom was er extra voldoening dat haar dochters later wel medicijnen studeerden en zich zelfs specialiseerden in longziekten en [kinder]psychiatrie 15].
Twee of zelfs drie generaties Leenmans en Krull werden in dezelfde plaatsen beroepen. De 'ligging' van een gemeente verstarde kennelijk pas toen de richtingen zich beter organiseerden en een kerkpolitieke machtsfactor werden. 16] Van zulk 'alleen wonen' is begin 20e eeuw nog geen sprake. Maar kwamen de families bij elkaar over de vloer? Werd de complete zilvercassette wel eens uit de kast gehaald? Anders dan nu hadden huizen nog logeerkamers met bloemen op de ramen en grote bedden met als de trots van elke huwelijksuitzet: peluw, sprei, geborduurde lakens, stikdekens en lampetstellen. Boden ze elkaar bed en breakfest? Zouden ze Het feest herkennen zoals Leonard Nolens het beschreef?

          Laten we drinken omdat er niets te vieren valt
          Dan dat we bleven leven om mekaar te bezoeken.
          Het is een feest dat jij vandaag niet bent gestorven.
          Het is een feest dat hij geen degelijke wortels had
          Maar benen om te komen naar mijn huis van ons.
          Het is een feest dat zij haar eenzaamheid kan geven
          Aan het muzikale oor dat deze kamer is geworden.
          Laten we drinken zonder andere reden dan wij.

Misschien vraag ik het zo met de nadruk van een gedicht achter de hand omdat ik het graag wil, en wel omdat ik het zelf gemist heb? De zondag - de eeuwige preek en het bekokstoven daarvan - ging altijd voor. Het is mij nooit gelukt familie langer dan een avond bijeen te krijgen: de preek als spelbreker. Anders gezegd: de reformatie schafte het celibaat af en maakte de weg vrij voor de zich breed vertakkende domineesfamilies. Maar hoe gezellig was daar? Als kind hing er boven mijn bed een kalender die aangaf wanneer ik weer uit logeren kon. De bejaarde heer des huizes was een domineeszoon - meubels, schilderijen en in leer gebonden folianten van zijn vader stempelden zwaar het interieur - maar de zoon werkte in de hof, was tuinder geworden. Kortom: het was een kopie van de wereld waarin ik opgroeide maar hier kwam wel elke week de hele familie - koude en warme kant - bijeen: er werd lang getafeld, het voorsnijden van het vlees was een gebeurtenis, er werd geplaagd, gediscussieerd, gehuild en gelachen - alleen Hilterman GBJ kreeg het soms even stil. Wat wisten ze daarvan in de grote pastorieën? Of moesten ze daar zoals Willem Frederik Hermans ergens schrijnend over zichzelf schrijft: regelmatig met de gieter langs de wastafels om putlucht te voorkomen, - geen vrienden, alleen mensen die hem te vriend hielden. Jazeker, er is het tegoed van psalm 133: de idylle van zonen die in liefde samenwonen. Maar wat wisten dominees daarvan, afgezien van het langwerpige boekje waarin alle relevante gegevens van trouwpaartjes genoteerd werden met als finishing touch meestal 'over de hele' met rood potlood de g van een motje. In het glazen huis was je al te lang een potje met te grote oren, - als er echt ergens over gesproken werd aan tafel werd er overgestapt op Frans of Duits.
Als Henk Leenmans in Kampen bij zijn schoonfamilie over de vloer komt, ervaart hij het 'in alle opzichten anders' dan thuis en in 'bijna alle opzichten superieur. Er mocht en kon veel en er liep nooit iets uit de hand en niemand tornde aan het gezag van het kleine vrouwtje, dat om twaalf 's nachts haar borduurwerk opborg en zei: nu gaan we naar bed, jongelui, welterusten. Er werd veel gepraat en gediscussieerd over filosofie, politiek en literatuur. ' 17]

Leenmans :  Krull, - een balans
Nu ook de kleine lettertje van het Utrechts Nieuwsblad vanaf het eind van de 19e eeuw gedigitaliseerd zijn, kun je de gangen van drie generaties Leenmans vrijwel op de voet volgen. In de rubriek preekbeurten, zondag en vooral doordeweeks als er in de Marnixzaal, gebouw Irene of voor de vereniging met de treffende naam Troffel en Zwaard bijbellezingen gehouden werden of tijdredes: de oude Leenmans voor de ARP, het smaldeel van Duympie en Hugo Visscher; de jonge Leenmans samen met Kersten verongelijkt aan het mopperen namens de SGP, - een vaste riedel over de zondag als zondedag met extra treinen en sportverdwazing, en verder natuurlijk het ontsuitbaar oprukken der roomschen die de protestanten de kaas van het brood komen eten, terwijl voor Kersten de 'joodse boter' van Jurgens en van den Berg daaronder ook al onoverkomelijk is. Als er aan het eind van de avond iemand een kritische vraag stelt, reageert Kersten dat je zoiets moeilijk als 'vrijmoedig' kunt bestempelen en staat er een paar weken later als het duo opnieuw zal optreden in de advertentie: geen vragen! Zulke uitjes vonden kennelijk nog zoveel aftrek dat de krant er af en toe een journalist op afstuurde: ook naar de bijbellezingen. Anders dan je zou verwachten komt de bijbel er nauwelijks aan te pas. Er is een schema van eeuwig wel of wee, waar met behulp van het glijmiddel van allegorie of typologie elke tekst kan worden ingepast. 18]
Leenmans - Krull lijken zich te verhouden als de onveranderlijke drie Formulieren van Enigheid tot de drieslag verwondering, interpretatie en bezieling. In het eerste geval krijgt de Torajakerk op Sulawesi als belijdenis twee eeuwenoude Nederlandse teksten opgedrongen die niet vertaald kunnen worden omdat de woorden daarvoor letterlijk ontbreken, omgekeerd is de godvergeten wereld van film, kunst en cultuur nodig om te ontdekken wat de bijbel binnen die horizon te zeggen heeft.
Het lukte Muybridge niet om het geheim van de beweging tastbaar te maken. Maar we blijven het proberen, de menselijke geest kan niet zonder beelden en gelijkenissen. Daartegen richt zich dan ook niet het beeldverbod. Verboden wordt het vastleggen van die beelden. De Eeuwige is er niet te hoog of te heilig voor maar te bewegelijk, zoals Leonardo de benen van een paard tekende: 19]
          eindeloze reeksen herhalingen: spierbundels, pezen,
          knoken, gewrichten, de hele machinerie
          van drijfriemen en hefbomen waarmee
          een paard beweegt,
          […]
          hij moet hebben willen weten hoe een paard
          wordt gemaakt, en hebben gezien
          dat dat niet kon,
          hoe het geheim van een paard zich uitbreidde
          onder zijn potlood.
          Maakte de prachtigste afbeeldingen, bekeek ze,
          verwierp ze.

kanselvrees
Begin 1929 wordt AFK vervoegd emeritaat verleend, kort daarvoor zijn hem de versierselen behorend bij een ridder van Oranje Nassau uitgereikt. Er is sprake van een 'geschokt zenuwleven en kanselvrees'. Het is zinloos om op basis van de hier verzamelde gegevens over de oorzaak te speculeren, mogelijk siert het hem. Zelfs een afscheidsdienst zit er niet in, wel schrijft hij in de kerkbode over 'de stille hoop de draad die nu wordt afgesneden ooit weer op te nemen, zij het niet als dienstdoend predikant.' 20]
Eerder al: op de langste dag in 1921 overleed na een lang ziekbed Maria A.H. van der Klashorst. Zij wordt begraven in Amersfoort waar zij ook geboren is. Zij laat drie meerderjarige dochters na. [21] Vier jaar later hertrouwt AFK met de tien jaar jongere Nellie Boden [1880 -1942], een huisvriendin van zijn overleden echtgenote. Het verhaal krijgt hier nog een verrassende wending.
De in Indië rijk geworden, Rotterdamse zakenman Ernst August Boden laat in 1917 zijn zus een groot landgoed na bij Schaarsbergen, nadat hij er zelf vele jaren vrolijk op los heeft gebouwd. Afgezien van villa Zonneheuvel zijn er een boerderij, jachthuis, koetshuis, rentmeestershuis, chauffeurswoning, schaapskooi, bakhuis, watertoren en zelfs een mini-bunkertje, kortom Achterberg's Spel van de wilde jacht zou zich hier zomaar af kunnen spelen. Het echtpaar Krull-Boden woont er 's zomers met kinderen en familie. Mevrouw Krull heeft er een kennel met zo'n vijftig Schnautzers. [22] Als bij het bombardement op Rottermdam in mei 1940 hun huis verloren gaat, vestigt het echtpaar zich op Zonneheuvel. Lang, laat staan gelukkig, leven ze er niet. Hoewel Nellie ernstig ziek is, wordt het huis door de Duitsers gevorderd. Zij overlijdt nog datzelfde jaar in Velp. Ayelt Folkert sterft een jaar later op 18 januari 1942 kort nadat hij in de Paaschbergkerk een dienst heeft bijgewoond. [23]   

_____________

1] vgl Helma Ketelaar, Duitse dienstboden in Hilversum, 1919-1925
2] 1571 Emder Synode 1971 Beiträge zur Geschichte, Neukichener Verlag, 1973
3] Ironisch genoeg is de voorman van de Afscheiding in Ulrum, ds H. de Cock, de opvolger van Hofstede de Groot.
4] Zie de het opmerkelijke, want zeer leesbare proefschrift van Mirjam Buitenweg-van der Molen, God van vooruitgang, De popularisering van het modern theologische gedachtegoed in Nederland [1857-1880]; zo ook het sterk herhalende en mede daardoor vuistdikke Boer en Heer, de Groninger Boer 1760-1960 door Ynte Botke, 2002, en dan vooral: p379-384 - op die pagina's ook de citaten.
5] Een van de eyeopeners uit de jaren zestig was toch het inzicht van Marcuse, die de Augustijnse koppeling van seksualiteit en zonde, procreatie en erfzonde als geniaal betitelde omdat de kerk daarmee een machtsinstrument in handen had waaraan niemand kon ontkomen. Extra wrang is het om te zien dat de teloorgang van de kerk omgekeerd evenredig is met de toename van het aantal bijzondere leerstoelen voor Augustinus. Zie ook: D. Boer, Marquardt over Schleiermacher, in: In de Waagschaal, jrg 42,1.
6] Uitspraak geciteerd in Biografisch woordenboek van protestante godgeleerden in Nederland, dl 5, p281/2
7] Voor 1971 was het heel moeilijk om te scheiden. Tot 1938 waren er slechts drie mogelijkheden: verkwisting, gevangenis of mishandeling, - geen mens wil daarmee verder, gevolg: de grote leugen, een van beide partijen offert zich op en bekent of wendt overspel voor. Pas daarna hoefde je dat niet meer te 'bewijzen'. Dat Bootsma zolang in Zoetermeer kon blijven, is daarom opmerkelijk.
8] www.hetvolkshuis.nl/geschiedenis-arbeidersbeweging/typografen/
9] zie onder deze tekst op www.HenkAbma.nl :Leenmans-Krull, de negenproef, en daaronder: Ja zelfs zijn eigen plaats kent hem niet meer.
10] zie uitvoerig over de kostschool en Spannum: www.members.home.nl/jp.de.groot/ [hier ook: een lijst met alle leerlingen, docenten en plaatsen van herkomst].
11] Maaike Meijer, Vasalis, 25-26. Karel Creutzberg studeerde Indische recht en werd vicepreseident van de Raad van Indië; zijn broer Puck kinderarts in Genève en Batavia. Meijer, Vasalis, 45-46. Meer nog dan H.A. Leenmans kwam Louise Creutzberg uit een oud en oorspronkelijk uit Duitsland afkomstige familie van predikanten: haar vader: L.H.F. Creutzberg [1830-1893]; H.W. Creutzberg [1875-1940, Duinoordkerk, Den Haag]; K.F Creutzberg: Arnhem van 1870-1911, zijn zoon J.J. Creutzberg was predikant in Nijmegen en zijn zoon K.F. Creutzberg [1908 - 1942] was legerpredikant en werd in Indië door de Jappen gefusilleerd. De tweede vrouw van L.H.F. Creutzberg is mogelijk familie van ds E.E. Gewin [1843-1909] die in Utrecht predikant was en de nog heel jonge K.H. Miskotte catechisatie gaf [Dagboeken, 1917-1930, 1985, p15, 477, 533, 587.
12] www.HenkAbma.nl sub Kortenhoef: Er gaat een dominee voorbij.
13] Het pand liep bij het bombardement fundering schade op en moest in 1968 wijken voor stadsvernieuwing. De exploitatie is herkenbaar: een stichting als scheiding van verantwoordelijkheden omdat een kerkenraad niet geëigend is cultuurexperimenten te initiëren en beoordelen; mogelijk diende de constructie ook om de eigen broek op te houden: zo gebruikte AFK wat hij overhield om het magere viaticum van zijn makker en evenknie, de evangelist J.H. van der Graaf aan te vullen.
14] De Desmet-collectie in het Nederlands Filmmuseum telt ruim 900 films die van 1910 werden gedraaid. Als uitgave van dit museum verscheen ook het schitterende standaardwerk van Geoffrey Donaldson [1929-2002]: Of Joy and Sorrow. A Filmography of Dutch Silent Fiction, 1997.
Ook het omgekeerde is mogelijk: alleen geluid, geen beeld, zie de beschrijving van de installatie waarmee Peter Zegveld bijdroeg aan de tiende expositie voor blinden en zienden: verdwenen geuren en geluiden als associatieve dragers van herinnering [Kortenhoef, 1996] - op deze site onder het tabblad Mijn museum.
15] Vgl Maaike Meijer, Vasalis, p 46, 25, 45, 31. Het Frans komt nog prominent terug in een gedicht over Vasalis' hoogbejaarde moeders: Is het vandaag of gisteren [De oude kustlijn, 2002, p15 ]: 'Haar franse les / herhaalt zij van haar achtste jaar: / 'bijou, chou, croup, trou, clou, ou, où,/ die eerste juffrouw, weet je wel / die valse ouwe mademoiselle / hoe heet ze nou. Ik ben zo moe.' / Had ik je maar als kind gekend, / die nu mijn kind en moeder bent.
16] M.J.G. van der Velden, de rector van het Hervormde seminarie zocht het gesprek met andersdenkenden en had dat ook nodig. kortom: 'een vagebonder'. Tien jaar na zijn vertrek uit Renkum kostte het hem noch zichtbaar moeite om zonder emotie te vertellen hoe collega's hem links lieten liggen. Echte collegialiteit en vriendschap lijken juist in de kerk zeldzaam. Het is geen fijne werkplek. Tijdens de discussie over de toelating van de vrouw tot het ambt maakte van A.A. van Ruler de snedige opmerking 'dat je zoiets een vrouw niet aan moet willen doen.'
17] Meijer, Vasalis, p27 Toen Freek de Jonge in 2002 de Nieuwe Kerk afhuurde voor een dag met domineeskinderen was zelfs die kerk te klein, veel te klein.
18] Meer dan eens hoorde ik Mr L.J.M. Hage vertellen dat zijn schoonvader ds G.H. Kersten zo slim was om zijn studenten een mal te geven, waarin elke tekst paste 'omdat er anders gezien hun gebrekkige ontwikkeling binnen de kortste keren allerlei ketterijen opgeld zouden doen.'
19] Rutger Kopland, Florence, I Cavalli di Leonardo, uit de bundel: Voor het verdwijnt en daarna, 1985
20] zie: WDJ van der Kaaden, Herinneringen aan oud Rotterdamse predikanten XI, in: Rotterdamsche kerkbode 16 mei 1964 [met portret], A.F. Krull, Woord ten afscheid, Rotterdamsche kerkbode, september 1929. Zie ook F.L. van 't Hooft, in: Biogrfisch Lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands Protestantisme.
21] Sybregje A.H. [1895-1972], ongehuwd, directrice van een ooglijdersinstituut in Rotterdam [zo ook: een zuster van dr H.A. Leenmans, zie: Maaike Meijer p.67, noot 48]; Maria A.H. [1900-1974] gehuwd met S.A. van der Perk, huisarts te Rotterdam; Marharetha A.H. Senffleben-Krull [1901-1987] die in Kleef woonde. Het gezin van der Perk – Krull had twee kinderen , Mattheus Albert van der Perk, [1929] huisarts te Bilthoven, getrouwd met Catharina A. L. Calkoen, geboren in 1934; en: Marijke Anna Hendrika van der Perk, geboren in 1931 fysiotherapeute in Rotterdam, overleden in 1992.
22] Zie verder: http://dickveerman.nl/vliegveld-deelen/petersburg-dresden-en-leipzig/ Zelden zo'n chaotische site gezien, de feitelijke gegevens lijken echter wel te kloppen en het boek is volgens de auteyr beter: Vliegveld Deelen, van last tot lust.
22] De kerk is een door de Arnhemse architect J.S.A. Heineman gebouwd monument, sinds 1991 buiten gebruik, in 2000 omgebouwd tot een particulier woonzorgcentrum. Nog een verwonderlijk detail: sinds 1941 staat in die Arnhemse wijk ds D. Bouman, gekomen van... Spannum.