sinterklaas-1.jpg

Sinterklaas, al ons geschipper naast God 

Wir drängten manchmal, bald gross zu werden [ … ]
die andres nicht mehr hatten, als das Gross-sein.
Rainer Maria Rilke, Duineser Elegien IV


Ooit stak Sinterklaas qua populariteit zelfs Maria naar de kroon. In de Oosterse orthodoxie, die de Verlichting gemist heeft, is dat nog zo. Alles aan Nicolaas is legende en verdichtsel en dat is goed, want legenda is Latijn voor wat je echt moet lezen. St Nicolaas is geheel en al opgetrokken uit menselijke verlangens en frustraties, waarin een patroon geweven is. Aan dat patroon kun je aflezen dat het leven goed is, vandaar: schutpatroon van Amsterdam. Een echte volksheld, immers: Nicolaas is Grieks voor: nikè [de snelle schoenen van Nike] - overwinning, en laos - volk, kortom: die de harten voor zich inneemt, wint. Nederland kent legio Klaaskerken. En voor de nieuwe mode van namen als Mohammed en Dennis werden Jan en Piet nog op de voet gevolgd door Klaas en Clazina, Nico en Nicolette. Iedereen kent Jan Klaassen, maar ook namen als Nicholson, Nielsen, Nijssen, Colijn en Collins. 

De eerste tegenslag voor Sinterklaas was de Reformatie. Dominee kon het mooi zeggen: ‘Het is een sotte en ongefundeerde maniere van de kinderen haare schoenen met allerley snoeperie ende slickerdemick te vullen.’ Pure afgoderij en bedrog. De tweede dreun was de Verlichting, een tijdvak dat zichzelf verstond als de absolute Redelijkheid: weg met de oudwijfse fabelen. Pas in de romantiek komen ze terug, en hoe! Want je zou het niet zeggen maar ook de katholieke kerk is door het virus van de Verlichting besmet. Sinterklaas is anno nu niet meer dan een vierderangs heilige, een travestiet met potentieproblemen. De derde en meest recente aanval vaart onder de vlag van de zgn correcte politiek: zwarte Piet is een ergerlijk residu van het kolonialisme, een racistisch vooroordeel. En zo lijkt Sinterklaas het langzaam maar zeker af te leggen tegen de kerstman, een onnozele hals die alleen in de kaampjes van mensen als Herman Philipse goed uitkomen. 
Voorzover er aan de mythische Klaas iets historisch valt aan te wijzen, is hij een versmelting van twee vromen uit Klein Azië, het huidige Turkije: de bisschop van Myra in de 4e eeuw en zo'n 200 jaar later: een monnik met de gave der genezing. Als de stad Myra in de 7e eeuw verwoest is, worden de beenderen van Nicolaas onder het puin vandaan gehaald en overgebracht naar het zuid Italiaanse Bari. Sindsdien vergaat het de stad zó goed, dat de Venetianen dit huzarenstukje nog eens dunnetjes hebben overgedaan. Sinterklaas is altijd goed voor handel en wandel, in de vroegste berichten over hem klinkt dan ook al de verzuchting: multitudo Nicolaorum, - Sinterklaas is legio, op bergen en in dalen. 
sinterklaas-2sinterklaas-3

Overal in Europa werden de legenden over Sinterklaas in steen gebeiteld, fraaie staaltjes van romaanse kunst. Ik vat vier legenden samen en kom er aan het slot van dit verhaal op terug. Zoals alle heiligen was ook Nico natuurlijk als kind al voorbeeldig: op vastendagen nam hij eigener beweging met één borst genoegen, de andere kon rustig ingepakt blijven. Ooit redde hij drie arme meisjes van een toekomst in de prostitutie, omdat hun vader geen geld had voor de bruidschat. De goed heilig man, dat wil zeggen: de hyliksman of huwelijksmakelaar gooide de benodigde goudstukken als surprise door het raam. Drie jongens die ook al om hun dukaten door een herbergier zijn vermoord, in mootjes gehakt en opgeslagen in een pekelvat worden door Klaas opgewekt, waarna zij gezessen, dus inclusief de waard en zijn vrouw het te deum laudamus aanheffen. En dan nog deze legende: de opwekking van een baby die in een pan kokend water was omgekomen toen de moeder verleid door hemels schone kerkzang even niet oplette.  

sinterklaas-4

sinterklaas-5

sinterklaas-6

Om dieper tot het wezen van Nicolaas door te dringen nu eerst een kleine excursie naar de bijbel, en wel het verhaal van koning David die zijn spierballen test in een volkstelling. David is de eerste politicus die zijn overtuiging, roeping en mandaat inruilt voor glibberige peilingen. Het wordt hem zwaar aangerekend: niet hij maar zijn zoon Salomo mag de Eeuwige een huis bouwen. Het verhaal is overgeleverd in de boeken Samuël en Koningen, een vorstenspiegel, een school voor  koningen: wij allemaal op onze eigen vierkante centimeters.  
God zelf zou David het idee van de volksteling als beproeving hebben ingefluisterd. Later – kort voor de afsluiting van de joodse canon - wordt het verhaal in de Kronieken nog eens verteld. En dan gebeurt de volkstelling op instigatie van de duivel. Voer voor theologen, de orthodoxie met de handen in het haar en Maartje 't Hart als de kippen erbij. Tegenwoordig zeggen we het zijn twee vertelperspectieven. In het oudste verhaal is sprake van monisme: goed en kwaad in één hand. Het kwaad wordt niet ontkend, het slaat af en toe ook wild om zich heen, maar het loopt niet uit de hand. Later heeft men hetzelfde plaatje anders tegen het licht gehouden: geen monisme, maar dualisme. Het kwaad heeft een eigen gestalte, het is een heuse tegenmacht: een gevallen engel, Lucifer, satan, kortom: de hele rimram van duivels en demonen. Binnen het dualisme past de bekende vraag van onze volkschrijver Gerard Reve: ‘Dat Koninkrijk van u, komt daar nog wat van?’ Haalt'ie het wel?

Terug naar de meest hilarische aspecten van Sinterklaas. Zwart Piet is niemand minder dan de duivel. Der Schwartze heet het simpel auf Deutsch. Niks racisme dus: hij kruipt door schoorstenen en wordt zwart als roet. In de middeleeuwse mirakelspelen werd de strijd tussen goed en kwaad vaak uitgebeeld. Johan Huizinga sprak van  “ ‘s levens felheid” en opende er zijn Herfsttij mee: ‘al wat men beleefde had nog dien graad van onmiddellijkheid en absoluutheid, die de vreugde en het leed nu nog hebben in de kindergeest.’ Binnen het dualistische schema verschijnt Sinterklaas samen met een potsierlijke duivel, die jawel: aan de ketting ligt. Hij kan hoog en laag springen, maar er zijn grenzen. Zodra Sint met z’n vingers knipt is het afgelopen. Het kwaad getemd, geknecht. Scheppen is het kwaad bedwingen, de chaos bestrijden. Voorrang aan het leven, liefst door kwaad met goed te vergelden. Schilderijen van Lucebert worden bevolkt door een bonte stoet van demonen, dwergen en gedrochten. Mensen die de doeken kochten, vertellen dat zij na verloop van tijd van deze griezels gingen houden.  

En nu de volgende stap. Lang voor Freud wisten de vertellers van wanten. Alle christelijke feesten zijn gekerstende natuurfeesten, lawaaierige overgangsriten van het ene seizoen naar het andere, het sterven en opstaan van goden, de tijdelijke omkeer van rollen, de dans om vruchtbaarheid. De verandering begint bij de joodse profeten, zij begrepen heel goed dat als je de seks vergoddelijkt de lol er af is, je moet het menselijk houden. En zó werd Sinterklaas de beschermheilige van het verkeer: scheepvaart, huiselijk verkeer, handelsverkeer en niet te vergeten: het verkeren, verkering, geslachtsverkeer. Meisjes: niet in de prostitutie, maar een vrijer van speculaas of een suikerhart, oude vrijsters, minder subtiel: een zak pepernoten.

In de kleine lettertjes van de legende over de drie jongens is er eentje stout geweest is. Terwijl de twee anderen buiten staan te wachten is hij ergens naar binnen gegaan waar dat gezien zijn leeftijd nog niet mag. De vrouw is zwanger en mocht met haar kindje in het vruchtwater niet vrijen. Vervoerd door het zingen in de kerk doet ze dat toch waardoor de vrucht beschadigd wordt. Sinterklaas begrijpt, vergeeft en zet recht. Hij heeft de dekselse Piet in de hand en is heer en meester over de zak, de roede en de dukaten.
Wie geen kinderen krijgt moet ‘naar Sinterklaas gaan’ luidt een gezegde. In het Bretonse plaatsje Plenbiam hangt in de kerk een houten Klaas aan een touw. Kinderloze vrouwen kunnen deze Klaas onder het uitspreken van de juiste gebeden over het lichaam wrijven.  Een onecht kind noemen ze op Ameland: een lutje potje van Sinterklaas; dem Klose beten, wil zeggen: zwanger worden. Slot van het lied: Der Klos ist ko, een kindeke geboren!
Zwarte Piet is dus een afsplitsing van Sinterklaas. En ook bij hem gaat het monisme aan het dualisme vooraf. Oorspronkelijk zijn Sint en Piet één. Het Engelse Old Nick herinnert er aan Anders gezegd: Klaas heeft de steigerende hengst getemd, hij zit vast in het zadel en heeft de teugels stevig in handen. De man met de vurige mijter weet van de kale dwerg die op de gekste momenten lelijk kan opspelen. Hij kent het schoorsteenkruipertje dat warmte zoekt en dicht bij het vuur zijn gouden dukaten of pepernoten als je even niet oplet in je schoen laat glijden.

Tenslotte: Sinterklaas heeft ook veel van Jezus. Beiden schreven op z'n best in zand, nooit op papier, - bang als ze waren dat de mensen ermee aan de haal zouden gaan door het allemaal letterlijk te nemen. Talige dromen zijn er om te verinnerlijken. Johannes en Ezechiël kregen hele boekrollen voor de kiezen: ‘Neem er nog één, je moet er nog van groeien.’ Banketletters, letters van marsepein en chocola - de ware poëzie waarin we eenmaal per jaar mogen zeggen waar het op staat, elkaar de oren wassen, taal als ventiel. Geen laatste oordeel als er aan je leven niets meer te verhapstukken valt maar een jaarlijkse beoordeling: geschenken overwegen en de straffen pakken meestal uit als attracties. Ik ga voor een Sint als de huidige paus, schipperend naast God.

XII 2007

Naschrift 2013. Dit jaar kwam zwarte Piet wel heel erg onder vuur te liggen, omdat zwarte mensen zich ernstig gediscrimineerd zouden weten. Verene Shepherd, de Jamaicaanse voorzitter van een VN-breikrans, maakt het wel heel bont: zij pleit voor afschaffing van Sinterklaas want 'we hebben toch de kerstman al?' Van de weeromstuit drukt de PVV zwarte Piet aan het hart en kiezen meer verstandige en dat zijn de democratische Nederlanders met pijn in het hart voor de Regenboog-Piet.
Hoogst interessant is de uitkomst van dertig jaar research van Arnold-Jan Scheer [Wild geraas, 2013]: de met roet geblakerde blanke komt overal in Europa, diep in Iran en ook ver terug in de tijd tot Tacitus voor: altijd en overal in samenhang met rituelen van vruchtbaarheid, de winter verjagen en de ondergronds gegane vruchtbaarheid weer opwekken, - dat verhaal, vermengd met allerlei christelijke elementen.
Zwarten hebben niet het alleenrecht op de kleur die geen kleur is, dat zou eerst recht discriminatie zijn. Ook in Afrika wemelt het van zulke verhalen en gebruiken, waarbij de gezichten met klei worden wit gemaakt. Mensen zijn oecumenisch meer met elkaar verbonden dan we denken: waarom vieren we dat niet op 5 december? Roet en witte klei zijn meer ethisch dan etnisch bepaald. [zie ook: Arnold-Jan Scheer, Zwarte Piet verdeelt niet maar verbindt, in: Trouw, 23 oktober 2013].

Bronnen: A.D. de Groot, Sint Nicolaas, patroon van de liefde een psychologische studie over de Nicolaus-figuur en zijn verering in vroeger eeuwen en nu, 1949; Anton van Duinkerken, Geschiedenis van Sinterklaas, 1948; Willem Barnard, Goed-heilig-man, [De Klokslag, 1954], later in: Tussen twee stoelen, 1960; Nicolaas Matsier, Was Sinterklaas maar een gracht, 1995; Herman Pleij, Sinterklaas als smeermiddel, in: Tegen de barbarij, tien stukken over de Nederlandse  beschaving, 1999. De Romaanse doopvont van Zedelgem, Heemkundige kring Zedelgem, 1982

sinterklaas-7