Maar Gallio trok zich geen van deze dingen aan

Terwijl er nog een aantal zaken onder de rechter zijn, staat de deurwaarder in het voorjaar van 1993 alweer een paar keer op de stoep van de Kortenhoefse pastorie. Waar ging het om? Op zondagmiddag 17 januari is de kerk verhuurd aan overbuurman Marcel Bertsch, de nieuwe eigenaar van Het Rechthuis, die na het faillissement van zijn voorganger en een flinke verbouwing zijn best doet om het vroeger vermaarde restaurant weer op de kaart te zetten. Onze kinderen kennen hem als agent uit Zeg eens Aaa en dokter van Kampen uit Goede tijden, slechte tijden, op afroep verdienen ze bij hem graag een centje bij. Sinds 1987 was Bertsch getrouwd met de beroemde fluitiste Berdien Stenberg [Steunenberg]. Die zondag zou zij voor een van de gasten van Het Rechthuis een nieuwjaarsconcert geven, gevolgd door een receptie in het restaurant. Als de bezoekers de parkeerplaats bij de kerk oprijden, zijn er opvallend veel Chryslers. Bij de brug staan twee merkvlaggen. Op de uitnodiging stond: 'Nu eens niet in het teken van de auto maar gewoon een gezellig samenzijn.' In HN-magazine hanteerde ik humor ter relativering: 'Op de auto van de fluitiste had ik wel de tekst Berdien loves Chrysler gezien maar ik maakte me geen zorgen want haar man liep er ook gewoon rond.' Helemaal fout zou de uit stijf karton opgetrokken advocaat van de tegenpartij in zijn eerste termijn opmerken: niet het huwelijk van Bertsch maar het passend gebruik van de kerk moet dominee zorgen baren.  

's Maandags zijn de rapen al gaar: een brief van de orthodoxe tegenpartij met het verwijt dat ik 'het terrein rond de kerk' beschikbaar gesteld heb 'voor een commerciële autoshow van het merk Chrysler' en dat nog wel 'op de zondag, zijnde de dag des Heren.' Afgezien van de groteske formulering - latere stukken spreken zelfs consequent van een 'commerciële autoshow op het kerkhof' - zit het venijn in de staart, de eis namelijk dat 'reserveringen van de kerk moeten voortaan eerst mede door de tegenpartij moeten worden goedgekeurd,' kortom: een nieuw breekijzer is in de maak om ons als anders gelovigen het leven onmogelijk te maken.
 
Voordat we die consequenties enigszins in kaart hebben, vordert de tegenpartij een dwangsom van duizend gulden. Voor de advocaat staat vast dat wij zowel het passend gebruik van de kerk als de zondagsheiliging met voeten getreden hebben. Natuurlijk: het staat hem nog te bewijzen maar belangrijker nog voor ons: als we dit accepteren, kunnen we elk week de deurwaarder verwachten met een dwangbevel. Inmiddels lopen de deurwaarders af en aan: op alle vijf bankrekeningen van zowel de kerk als stichting Collage is beslag gelegd, - bijna zestig duizend gulden, alle verplichtingen moeten worden opgeschort.

Onze advocaat biedt aan om het gevorderde bedrag op een separate rekening of bij een notaris vast te zetten. Zodra de rechter beslist heeft, is de tegenpartij dan van het bedrag verzekerd. Tevergeefs. In een brief van 4 mei 1993 noemt zij de maatregel buiten elke proportie en als misbruik van het procesrecht ook klachtwaardig bij de deken van advocaten.
Diezelfde dag is er een uitvoerig telefoongesprek tussen onze advocaat en dr Jan Bruin, de nieuwe scriba van de PKV, laten we zeggen: de bisschop van Noord-Holland. Beiden zijn van mening dat het probleem vrijwel onoplosbaar is en ernstig uit de hand dreigt te lopen zodat een meer prominente rol van de kerk zelf gewenst is. De volgende dag schrijft Lineke Krans-Bruins een lange brief aan de kerkprovincie waarin zij de overwegingen uit dat gesprek vastlegt met als kern dat de OSG van verder procederen terecht geen enkel heil meer verwacht. Ook de autoshow komt in dit verband ter sprake. Het probleem is de onwil van de tegenpartij om alle aanhangige procedures te royeren ten gunste van arbitrage, die niet alleen aanzienlijk goedkoper is maar - anders dan bij gerechtelijke uitspraken - bovendien kan aangeven hoe beide gemeenten, die - zolang zij van hetzelfde kerkgebouw gebruik maken - tot elkaar veroordeeld zijn, samen verder moeten.
De OSG heeft zich van de kerkordelijk voorgeschreven toestemming voor het voeren van gerechtelijke procedures verzekerd: zowel eisend als verwerend. De tegenpartij verzuimde dat laatste te vragen en de provincie zou thans die goedkeuring niet meer zou willen geven. Ligt daar wellicht een opening naar arbitrage?
 
Op 16 juni 1993 dient het kort geding. De pleitaantekeningen van beide advocaten cirkelen rond het al dan niet overtreden van de begrippen passend gebruik, zondagsrust en zelfs de toch moeilijk afdwingbare zondagsheiliging. Het laat zich allemaal raden. Nieuw is wel de president: mr J.A.J. Peeters, voorheen kantonrechter en in die functie vaak uit op een schikking.
Aan het begin van de zitting heeft hij met wat inleidende opmerkingen al enigszins de toon gezet. Hij kent het gebied van roeitochten en het kerkje als bezoeker van exposities. Hij kan zich daarom niet goed voorstellen waarom mensen omringd door zoveel moois zulke gruwelijke ruzies maken.
Anders dan anders is er na de eerste pleitronde geen tweede termijn. De president neemt zelf het woord. Hij memoreert dat er op cultureel gebied vrijwel niets meer mogelijk is zonder sponsors. Dus zoals het Concertgebouw met spandoeken van Robeco wordt ontsierd, zo zijn bij de brug naar de kerk merkvlaggen geposteerd. Mooi is anders maar met een persoonlijk smaakoordeel vel je geen juridisch vonnis.
Na lezing van de stukken heeft de president daarom overwogen om een klein visje uit te werpen. Als dominee Abma nu zou zeggen, dat hij de vlaggen - gesteld dat hij ervan geweten zou hebben - weinig stijlvol vindt, kan de tegenpartij dan niet de dwangsom teruggeven, waardoor het wijzen van vonnis en als gevolg daarvan mogelijk weer nieuwe procedures overbodig worden?

Mevrouw Krans-Bruins springt er direct op in. Waarom weigert de tegenpartij arbitrage, ondanks alle op voorhand toegestemde compromissen rond de voorwaarden? Het is sneller, goedkoper en brengt bovendien het begin van een oplossing in zicht. Hardenberg verstrakt zichtbaar tijdens de eerste termijn en heeft geen woord meer gezegd.
De president merkt op dat hij deze grote vis wel heeft overwogen maar bewust voor de kleinere gekozen heeft. Nu de advocaat van de OSG er zelf over begonnen is, geeft hij op een briefje dat we met kostbare bodemprocedures de rest van de eeuw doende zullen zijn waarna als de verliezer cassatie vraagt ook het begin van de komende eeuw nog geen oplossing zal brengen. Reden waarom de president vandaag geen uitspraak doet maar beide partijen tot 1 juli de gelegenheid geeft om zich te beraden op een door partijen zelf te vinden oplossing.

Vijf dagen later schrijft onze advocaat aan haar geachte confrère, dat zij blij is met de door de president geboden opening en hoopt dat de voorlopige uitkomst van de zitting op 16 juni tot een kentering in de verhoudingen zal leiden, te beginnen met de keuze voor arbitrage. De brief vervolgt: dat cliënte ongelukkig is met de gebruikte merkvlaggen. Als zij dit vooraf geweten zou hebben, was geen toestemming gegeven. Deze verklaring brengt niet mede dat cliënte erkent in strijd met de beheersovereenkomst te hebben gehandeld.
Anders dan de tegenpartij ter zitting suggereerde, heeft cliënte nergens een gebaar voor een minnelijke afdoening kunnen lezen, integendeel: aan de voorwaarden van verhuring werd die van goedkeuring toegevoegd, kort daarna werd de dwangsom gevorderd.
 
achteraf gezien
De titel van deze terugblik is ontleend aan Handelingen 18,17,- het spreekwoordelijk geworden optreden van de Romeinse landvoogd waaraan het optreden van de president bij dit kort geding doet denken. Seneca, de jongere broer van Gallio, schreef: Wat is er meer glorievol dan erin slagen vijandelijkheden om te zetten in vriendschap? Waar zou het Rijk nu zijn, als niet een heilzaam beleid de overwonnen met de overwinnaars op een lijn had gesteld?'
Pas tien jaar na dit kort geding en de bijbehorende papierwinkel zal het maatschappelijk debat over vrijheid van meningsuiting en het kwetsen van religieuze gevoelens rond Pim Fortuyn, Hirsi Ali en Theo van Gogh in volle hevigheid losbarsten.
In een column die ik indertijd voor HN-magazine schreef, streepte ik thans deze woorden aan: 'Moesten gelovigen zich tot voor kort kwetsbaar opstellen, de allerlaatste mode weet alleen nog van gekwetste christenzielen. Wie anders of niet gelovig is loopt op eieren: en de zachtste zijn onveranderd van God. Bij grote groepen in de kerk is de tolerantie niet veilig. Is dat erg: Klein Duimpje stampvoetend naast de suikerpot? Neen, maar toch: naarmate bekrompenheid terrein wint, wordt het isolement groter, de ruimte voor anderen kleiner en echte dialoog iets uit een andere tijd.'
De kleine nieuwsbrief van de OSG [juni 1993,- op groen papier]: weegt de kansen van de door de president van de rechtbank geforceerde doorbraak en opent met een gedicht van J.B. Charles [pseudoniem voor de jurist W.H. Nagel] uit de bundel Ik ben het [1990]. Na de oorlog vatte Nagel zijn keus voor het verzet samen met de woorden Ik verdom het. Hij tekende daarbij aan: 'Als wapenspreuk onder twee steigerende leeuwen zou dat wat vreemd staan maar als de christelijke natie die wij zeggen te zijn, zouden we als totemdier óók een lieveheersbeestje kunnen kiezen. Twee lieveheersbeestjes schuin tegen elkaar en op het ontplooide lint daaronder ‘Ik Verdom Het’.

Aan de schrijvers

Neem een schep woorden,
schep mij een taal,
kom op, vertel een verhaal.

Maar tel 't op je vingers na:
het moet helemaal
zelf zijn verzonnen.

Anders hoef ik het niet.
Wat jij hebt gevoeld
dat wil niemand horen,
ook niet wat je 'bedoelt'.
Dus doe niet te echt.
Praat mij niet van wetten,
ik stik al in recht.

Maar tover mij voor
en ik ben je knecht:
samen krijgen wij die verdomde
werkelijkheid er wel onder.

verantwoording
Naast brieven en pleitnotities: In Hervormd Kortenhoef knettert het weer flink [Trouw 8 mei 1993]; Met een wolkje melk graag [column Henk Abma, HN-magazine, pasen 10 april 1993], zie ook: Kees Schuyt, Het spoor terug, J.B. Charles/W.H. Nagel, 1910 - 1983, Balans, 2010.
Wat heet toeval. Dit stuk werd geredigeerd op 24 mei 2013. Later zie ik op internet dat mr J.A.J. Peeters op die dag tijdens een speciale afscheidszitting in de rechtbank van Amsterdam benoemd is tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. In het verslag van die gebeurtenis wordt hij onderscheiden als rechter hors category.