EEN BRUG ZO HOOG ALS OOK WIJ VERGEVEN ONZE SCHULDENAREN


Emmanuel Le Roy Ladurie
De eeuw van de Familie Platter, 1499 - 1628
De reis van Thomas Platter de Jongere, 1595 - 1599
Bert Bakker, 2003

In het laatste jaar van de 16e eeuw wordt in het Zwitserse Wallis Thomas Platter geboren. Hij groeit op in de armoede van een schaapherder, beproeft zijn geluk als touwslager in Bazel, laat zich door preken van Zwingli tot de reformatie bekeren, leert zichzelf lezen en schrijven, werkt zich op tot leraar Latijn, Grieks en Hebreeuws, richt zijn huis in als een pensionaat voor studenten, die hem soms ook behulpzaam zijn bij het vouwen van door hem gedrukte katernen, want Thomas is ook uitgever: de eerste druk van Calvijns Institutie rolt van zijn persen.
In 1536 wordt Felix geboren. Nauwelijks zestien jaar oud verlaat hij het ouderlijk huis om in Montpellier medicijnen te gaan studeren. In Genève bezorgt Calvijn het kleine gezelschap een extra reisgenoot: Michel Héroard, de vader van de latere lijfarts van Lodewijk XIII. Na zijn terugkeer in Bazel zal Felix zich ontwikkelen tot een in de wijde omtrek befaamd arts en hoogleraar.  
Zijn vader is de zeventig al gepasseerd als hij hertrouwt met de vijfentwintigjarige weduwe en domineesdochter Hester Gross. In de acht jaar die hen samen gegeven zijn, gewint Thomas nog zes kinderen. Eén daarvan is Thomas jr (1574), die opgroeit in het huis van zijn beroemde, achtendertig jaar oudere, kinderloos gebleven broer Felix. Ook Thomas jr verlaat betrekkelijk jong het huis om in Montpellier te gaan studeren. Vier jaar lang doorkruist hij te paard en te voet Frankrijk en Noord-Spanje. Regelmatig verstuurt hij reisverslagen naar zijn broer en mecenas Felix. Vooral het zuiden van het door godsdienstoorlogen verscheurde Frankrijk ten tijde van Henri IV komt door de onafhankelijke, nergens vooringenomen manier waarop Thomas jr registreert op een unieke manier in beeld.
Omdat ook van Thomas sr en Felix memoires en dagboeknotities bewaard bleven, bieden drie generaties van de familie Platter een uniek beeld van het dagelijks leven in de tijd van reformatie en renaissance. Uitgelezen kost voor historici: alleen al de annotaties bij zoveel bronmateriaal. De Franse historicus Emmanuel Le Roy Ladurie  (bekend van Montaillou en De boeren van de Languedoc) maakte ook deze twee kloeke delen voor een breder publiek toegankelijk.

onversneden literatuur
Boeken hebben hun tijd nodig, wachten die af ook. Toen ik in 2003 geruime tijd nergens trek in had, liet ik me onthalen door de familie Platter. Onderstaande tekst is geen recensie. Tijdens het lezen zette ik streepjes of een enkel woord in de kantlijn. Sommige daarvan wil ik doorgeven: als smaakmaker of handreiking voor wie misschien nooit aan de boeken zelf toekomt.
Hoewel ik nauwelijks voor de klas gestaan heb, leerde ik daar ooit wel voor door. De invloed van Mr L.J.M. Hage, de docent geschiedenis, cultuur, kunst en - op de vrije zaterdag! - filosofie, was blijvend. Zijn relativering van didactiek als het zoeken van dure woorden voor open deuren, pendelbewegingen van circa zeven jaar: alles vanuit het kind, gevolgd door de meer vette jaren waarin de vorming van de mens vóór de klas centraal stond. Wat wilde je meer dan een goed verhaal? Het enige dat je ervoor nodig hebt, is een boekenkast met dagboeken, memoires, biografieën en brieven. Het Geheim dagboek van Samuel Pepys (1633-1703) is er zo een. Tijdens een van de Engelse oorlogen ziet hij vanuit zijn raam alweer een oorlogsschip de Thames opvaren en roept: ‘Het is of de duivel Hollanders schijt’ (de 1e druk van dit dagboek dateert trouwens uit 1825). Zo werd ik een liefhebber van de reeks Privédomein, die begon met Annie Romein-Verschoor, Omzien in verwondering. Aanvankelijk mocht je de katernen zelf open snijden. Een eerste druk, de geur van een maagdelijke, alleen voor jou ontsloten hof. Ook deze genoegens waren trouwens van korte duur: ongeveer tot de dag waarop iemand in de Volkskrant schreef, dat ze bij de Arbeiderspers nu kennelijk ook al te beroerd waren om hun boeken fatsoenlijk open te snijden.

papen en pappenheimers
Terug naar de familie Platter: wereld van reformatie en renaissance. Wie nog opgroeide met knokploegen tussen de roomse school en die met de bijbel kan hier zijn ogen uitwrijven. Ondanks en misschien ook wel dankzij de godsdienstoorlogen – waarin het om de macht ging - waren onder het gewone volk de grenzen nog vaag en doortrokken van een begrijpelijk soort pragmatisme. Dat van een maraan, een jood, die verplicht werd een rooms camouflagepak te dragen, waaronder hij een zwak voor de reformatie verbergt. Ketters en katholieken lopen in de geest van Erasmus en Montaigne nog bij elkaar in en uit: ‘omdat het kerstavond was, zijn we om middernacht naar de papistenkerk gegaan, waar we prachtige muziek en allerlei kerstliederen hebben gehoord.’ Aldus Thomas jr, maar eerder gaf Felix over Gascogne al te kennen: ‘dat de intellectuelen, onder wie magistraten en andere juristen, zich liever aan de verlokkingen van de schone letteren wijden dan aan de veeleisende gestrengheid van de ketterij.’
De bisschop die de Bazelers aan zijn tafel nodigt en hun paarden in zijn stallen. De protestante kapitein, die zich onderscheidt in oorlog en notariaat, terwijl zijn vrouw meer op wijn en heren gesteld is. De man zonder arm die al vijftien keer naar Santiago de Compostella gewandeld is om boete te doen voor anderen: wao en plaatsvervanging. De vroege reformatie was ook iets voor de grote stad. Na zijn reis door Noord-Spanje maakt Thomas een notitie over het afscheid van zijn reisgenoten, die hem als ezeldrijvers zolang vergezeld hebben: ‘Onderweg had ik veel en herhaaldelijk met hen gesproken over de Heilige Schrift, waarvan ze de meest algemene en voor het heil noodzakelijke principes niet kenden. In hun kerken hoorden ze volgens hen slechts Latijnse teksten en gezangen waarvan ze niets begrepen. Het is juist dat er in de bergen maar zelden wordt gepreekt, omdat de gereformeerde predikanten er niet kunnen komen en de boeren vaak ver van de kerk wonen, waardoor ze grof en goddeloos worden; de boze kan hen gemakkelijk in verzoeking brengen. Daardoor krijg je heksen en meestertovenaars, waarvan het in die bergen wemelt.’
 
restjes van een galgemaal
Wandelend de wereld zien en ontdekken. De sensatie van hoge, recent gebouwde, houten of stenen bruggen: soms moest je tot zestig tellen voordat een kiezel het onderliggende water deed opspatten. Meten door te tellen: ook in Hamlet komt het voor! En precies dáárin verraadt zich de nieuwe tijd. In katholieke landen werd de relatie tussen de hoogte gemeten aan de duur van een Ave Maria of Onze vader.  Er is ook een hilarisch verhaal over een put die dermate kwalijke dampen afscheidt, dat overvliegende vogels het loodje leggen; Thomas neemt de proef op de som en trekt de conclusie: ‘voordat iemand het onze vader kon bidden, was de kip morsdood.’ Wel mooi die middeleeuwse manier van tellen, stel je voor: een brug zo hoog als ook wij vergeven onze schuldenaren.
Zien en ontdekken. Thomas noteert niet alleen zijn reisbevindingen voor het thuisfront maar stuurt ook monsters van alles wat nieuw is of zijn verbazing wekt naar Bazel: (geneeskrachtige) kruiden en andere planten, geglazuurde vazen, skeletten, maar ook levende dieren als vissen, schorpioenen, voor spermabollen gehouden kwallen en het geschenk van iemand die zojuist terugkeerde uit Jeruzalem: kluitjes aarde van dezelfde samenstelling als die waaruit Adam zou zijn opgetrokken. Niets is Thomas te dol, integendeel: regelmatig ergert hij zich als hij hoort dat er opnieuw iets dood of bedorven is aangekomen.
Zien en ontdekken, de geest van de renaissance, maakt Montpellier (lang voor Parijs) tot een van de modernste universiteiten van Europa. Rond 1550 hebben Avicenna en de in de middeleeuwen nog hoog bewonderde werken van Arabische geleerden afgedaan en worden de volgelingen van Mohammed gezien als kwalijke tussenpersonen die een zuiver zicht op de Griekse teksten verhullen. Daarmee doet ook het ezeltje, waarop de ingebonden delen van het verzameld werk van Galenus hun weg vinden naar de bescheiden bibliotheek van Felix Platter op het zolderkamertje bij de apotheker Laurent Cateran, z’n intree. Over het verschil tussen middeleeuwen en renaissance kun je lang en breed in abstracto redeneren, maar bij Thomas Platter zie je de geschiedenis splijten op een manier die je nooit meer vergeet.
De avond waarop de reizigers te paard in het donker bij een klein stadje aankomen en het hoofd stoten aan de benen van een gehangene. Vrijwel bij elke stadspoort memoreert Thomas dit wat lugubere comité van ontvangst: ‘Even voorbij Hostalrich zagen we langs de grote weg de ene galg na de andere. Aan vrijwel elke galg hing een lijk, het schouwspel duurde bijna een halfuur gaans.’ Maar ook Felix kan ervan meepraten. Als hij in 1552 in Montpellier aankomt en bij voornoemde apotheker z’n intrek neemt, noteert hij het intieme detail van een dienstmeisje dat de vermoeide reiziger helpt bij het uittrekken van diens laarzen. Een paar jaar later schrijft hij dat dezelfde Beatrix op het plein aan een galg is opgehangen, omdat zij haar baby onmiddellijk na de bevalling in de toiletpot gegooid zou hebben van de zwartrok (pfaff), die zij voor haar zwangerschap verantwoordelijk hield.
Thomas vertelt omstandig over de broer van de laatste paus in Avignon die er zoveel maîtresses op na gehouden zou hebben, dat woedende Fransen hem op de stoep van de kerkvorst hebben opgehangen. Deze doet een tegenzet: hij nodigt iedereen uit voor een groot banket, zet voor zichzelf vluchtpaarden gereed en ontsteekt zodra iedereen aan tafel zit de springstof, die alle gasten in de lucht doet vliegen.  Origineel is Bin Laden dus ook al niet.
Tijdens zijn verblijf in Montpellier krijgt Felix een kaartje ‘om, vanuit een raam met uitzicht op het schavot, met een aantal dames en heren van betere stand de terechtstelling bij te wonen van een antipaapse boer en tovenaar, aan een galg bij het stadhuis.’ Het tafereel wordt opgevat als anatomieles! Keer op keer is sprake van voor dit doel heimelijk opgegraven lijken. De honger naar aanschouwelijk onderwijs is zo groot dat Felix zelfs honden ontleedt. Het komt uit omdat de toilet van zijn hospita verstopt raakt. Een collega student gaat nog een stap verder en doet autopsie op z’n schoonzus, het lijk van zijn eerste vrouw en een doodgeboren kind, hij : ‘ontleedt lijken zoals anderen ademhalen.’
Het verschil met de middeleeuwen is duidelijk. Tot die tijd bestond wetenschap uit het bewerken en interpreteren van hiërarchisch geordende schriftelijke autoriteiten: de bijbel, Aristoteles, de uitspraken van kerkvaders en de traditie van de kerk. In dit scholastieke systeem leidde de logische conclusie uit de ene waarheid vanzelf tot de volgende. Als Eva langszij komt als een uitgebouwde côtelette van Adam, telt de mannelijke ribbenkast er dus één minder dan die van een vrouw. Vóór de renaissance komt geen mens op het idee om zulke feiten aan een van de vele gehangenen empirisch te toetsen.
    
Yomanda en Oudkerk
Als je wat langer dan een paar dagen met een boek bezig bent, ontstaan er links met journaal en dagblad. Twee voorbeelden. Begin 2004 verschijnt een rapport over de dood van de actrice Sylvia Millecam, die door Yomanda en andere alternatieve genezers over de aard van haar kanker misleid zou zijn. In 1595 schrijft Thomas Platter:
In Montpellier kan geen empiricus, kwakzalver of verkoper van triakels zijn beroep uitoefenen, evenmin trouwens als een buitenlandse dokter, tenzij hij tevoren een overeenkomst heeft gesloten met de universiteit. [] Maar als een rondtrekkende genezer, kwakzalver enzovoort wordt betrapt terwijl hij in de stad de geneeskunst beoefent, kunnen doktoren en studenten hem onmiddellijk achterstevoren op een ezel zetten, waarbij hij bij wijze van leidsel of teugel de staart van het dier moet vasthouden; zo wordt hij onder spot en luid getier door de hele stad gevoerd.
Het favoriete standje van Dik Trom, die zo ook vereeuwigd werd in Hoofddorp, de plaats zijner inwoning en die van zijn schepper C. Joh Kieviet.
Voor de hoogte van hun vergoeding waren hoogleraren in die tijd afhankelijk van het oordeel van de studenten, die als een college verveelde hun docent ook het zwijgen mochten opleggen door met hun voeten te trappelen. Mooi is het verhaal van studenten die hun gebrek aan pecunia lenigden door een eiken kist te  belenen, terwijl één van hen daarin verstopt zit om die ’s nachts vol te hamsteren met allerlei kostbaarheden.  
Toen de affaire Oudkerk zich verplaatste naar het treurige toneel van heroïnehoeren las ik Thomas' beschrijving van de bordeelstraat in Barcelona: ‘Het is in feite een lang, smal steegje, afgesloten met een grote poort. Links en rechts van dit steegje liggen ongeveer veertig kamertjes als kloostercellen naast elkaar. Íedere prostituee woont alleen in zo’n onderkomentje. Ze gebruiken hun maaltijden bij een herbergier die in dezelfde wijk woont. Ze betalen de man een pensionprijs en zijn ook belasting verschuldigd aan de koning. Het straatje blijft de hele dag open, de vrouwen zitten op de drempel voor hun logement, waar ze zingen, een snaarinstrument bespelen of met anderen praten. Ze zitten op prachtige stoelen en zijn luxueus gekleed. Ze schamen zich niet om openlijk door de straten te lopen en voelen zich niet de minderen van de rest van de mensheid. Er is ook iemand die ze de koning noemen en die heen en weer loopt om erop toe te zien dat niemand de orde verstoort. Want er zijn veel verordeningen waarvan het niet in acht nemen zwaar wordt gestraft. Zo mag in deze straat niemand een wapen of mes bij zich dragen. Er is ook een chirurgijn om voor deze dames te zorgen. In Barcelona wordt dit verkeer niet als een erg grote zonde beschouwd. Ook de predikanten schreeuwen geen moord en brand, ze zijn allang blij dat ze zelf het straatje kunnen bezoeken.’

Jamie Oliver
Bijbeluitleg en koken zijn verwante metiers. De maaltijd is een kernbegrip. Profeten verorberen als het moet een complete boekrol, chocoladeletters en banketstaven met Sinterklaas herinneren er nog aan: voedzame taal. De opbouw van een diner om de eetlust te prikkelen als een zorgvuldig gecomponeerde liturgie: het op elkaar afstemmen van smaken en contrasten, verhaal in geuren en kleuren, het vertrouwde op een andere manier gepresenteerd. Gaandeweg begon ik me ook te interesseren voor scholen en de bijbehorende exegetische handboeken.
De universiteit van de smaakstijlen en hoe je daar taal voor vindt (Peter Klosse), maar ook de gerechten van de beduidend minder hoogdravende Jamie Oliver is een regelrechte smaaksensatie: ook om de manier waarop hij zijn succes inzet ten gunste van kansarme kinderen. Van hem kun je leren hoe je wild en gevogelte voor het de oven in gaat, kunt kruiden door met je wijsvinger voorzichtig ruimte te maken tussen vel en vlees. Welnu, Thomas Platter geeft veel terloopse informatie over de flora in relatie tot hetgeen hem ’s avonds in de herberg wordt voorgeschoteld. Daardoor onderkende ik hoe kunstmatig de ingrepen van Oliver zijn: het dier krijgt postuum wat het vroeger van nature bezat, toen radijsjes en tomaten nog niet alleen naar water smaakten.   
‘Naast deze goede landbouwgrond is er ook veel onvruchtbare grond, vooral aan zee. Daarop laten ze voornamelijk de schapen grazen. Ze grazen er heerlijke wilde planten zoals tijm, rozemarijn, allerlei soorten lavendel en andere aromatische gewassen. Deze dieren geven dus een zeer geparfumeerd vlees. [] Grammont bestaat slechts uit één boerderij, waar het krioelt van de wilde konijnen. Het vlees daarvan is voortreffelijk. De heerlijke smaak is te danken aan de planten waarmee ze zich voeden en die zeer aromatisch zijn.
Ons Franse huis heet sinds de bouw: canteperdric, - een occitaanse verbastering van de zingende patrijs, vogels die altijd een (vast) koppel vormen: ‘In een speciaal vertrek werden we vorstelijk onthaald. Eerst op patrijs, die altijd op het menu staat; zelfs wanneer er maar een gast is, krijgt hij patrijs aangeboden. Het is een soort hapje vooraf dat niet in rekening gebracht wordt.’
 
heilig avondmaal
Ze zijn er nog: mensen die dromen van Europa zoals dat eruit gezien zou hebben als Frankrijk geen bloedbruiloft gekend zou hebben, als de doorgaans beter opgeleide, meer tolerante minderheid van veertig procent protestanten de macht gegrepen zou hebben. Het klinkt misschien bizar maar je kunt er soms een glimp van opvangen als je het zelfbewustzijn ziet waarmee men in een piepkleine église reformée samenkomt. Zomaar een voorbeeld bij Thomas Platter: Nîmes, - vier burgemeesters, allemaal protestant; ‘de kerk van de gereformeerden is ook nieuw; ze staat vlak bij het Maison carrée. Hier gaan vaak zo’n tienduizend mensen tegelijkertijd ter communie.’  Diensten, die een etmaal! duurden. Thomas beschrijft het avondmaal, zoals dat in de Nederlandse bijbelgordel viermaal per jaar nog altijd gehouden wordt, inclusief censura morem en opzieners. Onderstaande tekst is uit 1595 en beschrijft de situatie in Montpellier, een wat langer citaat omdat vooral de details de tekst interessant maken:
‘Het heilig avondmaal wordt slechts viermaal per jaar gevierd: met Kerstmis, Pasen, Pinksteren en in september; er wordt dus erg goed op gelet dat er geen geëxcommuniceerden worden toegelaten. Daartoe moet iedere gelovige die de tafel des Heren wil naderen bij zijn predikant een bewijs halen: een loden letter die in alfabetische volgorde wordt uitgereikt, waarna men weer van voren af aan begint. Als de predikant de persoon in kwestie nog niet kent, maakt hij van de gelegenheid gebruik om hem te ondervragen. Als de gelovige ter communie wil, legt hij het bewijsstuk op een schaaltje dat hem wordt voorgehouden door een ouderling, een zogenaamde surveillant. Na van de predikant het brood te hebben ontvangen, gaat de communicant naar een tweede tafel. Ernaast zitten ouderlingen; ze reiken de postulant een glas rode wijn aan waarvan hij een beetje drinkt alvorens het glas terug te geven. Om dit allemaal op één ochtend te kunnen doen, begint de preek twee of drie uur voor het aanbreken van de dag. Na de preek begint de communie. Ondertussen worden er vanaf de kansel enkele hoofdstukken uit het Nieuwe Testament voorgelezen. Nadat alle mannen, en na hen de vrouwen, ter communie geweest zijn, dankt de dienstdoende predikant God. Er wordt gezongen, en tegen zeven uur in de ochtend verlaat iedereen de kerk, die onmiddellijk door een tweede groep mensen wordt betreden die voor de deuren van het heiligdom het einde van de eerste dienst hebben afgewacht. Zodra de zaal is volgelopen, wordt er gezongen en gepreekt en gaan ze net als tevoren ter communie. Dit alles duurt vaak tot elf of twaalf uur. Want aan de hand van de bewijzen is vast te stellen dat in Montpellier tijdens een van die lange ochtendbijeenkomsten vier- tot zesduizend mensen de Heilige Tafel naderen. Er zijn zoveel mensen in de kerk verzameld dat het er hartje winter zo warm is alsof er wordt gestookt. Na de dienst nemen de ouderlingen in de deuropeningen de aalmoezen voor de armen in ontvangst. Tijdens het communiceren brengen de predikanten en ouderlingen het sacrament onder twee gedaanten ook buiten de kerk, om het onder de daar wachtende armen uit te reiken.
Het ‘gedoe’ met de loden drukletters roept herinneringen op uit een ver (inmiddels voorbij?) verleden: mensen, die in een ander dorp logeerden als er avondmaal was en dan ’s zaterdags toestemming moesten vragen om ‘aan te mogen gaan’. Maar wat me het meest intrigeert zijn de dominees, die met wapperende toga’s tijdens de liturgie de straat opgaan om het sacrament uit te reiken aan de armen… Zij hadden geen loodje nodig? Zij geloofden als de arme Lazarus met hun zweren? Het is bijna te mooi om waar te zijn.

de Jodenstraat
Regelmatig schrijft Thomas over Joden. Hij wisselt er geld, ruilt bij een uitdragerij zijn kleren als hij een periode van reizen en trekken afsluit en weet dat Joden tot zulke bedrijvigheden veroordeeld zijn omdat handel in onroerend goed voor hen verboden is. Het krioelde overigens van dergelijke bepalingen en belastingregels, ook in relatie tot andere bevolkingsgroepen: net buiten Montpellier bezoekt Thomas een glasblazerij, ‘daar zagen we hoe in fluweel en satijn geklede edellieden glas bliezen. Naar we hadden vernomen, bestaat er in Frankrijk een wet die het verbiedt glas te vervaardigen, tenzij de aspirant-glasblazer van adellijken bloede is. Daarom geven edellieden die hun geld en goed hebben verspeeld zich over aan deze activiteit.’
In Avignon doet Thomas een uitvoerig, onpartijdig, beter: sympathiserend onderzoek naar de uit vijfhonderd joden bestaande gemeenschap, die hem bij alle rituelen kennelijk ook gastvrij onthaalde. Het resultaat is een unieke tekst van ruim twintig bladzijden.
Voor wie het prachtige boek Joodse riten en symbolen van rabbijn De Vries kent, bevat de tekst weinig nieuws, en toch: een boek waar wij zólang op moesten wachten, was hier in een notendop al sinds de renaissance voorhanden. Ik beperk me tot een paar saillante details, die mij in deze vorm ook niet bekend waren.
Tijdens een besnijdenis gaat de voorhuid in een kommetje met zand, symboliek voor het zaad uit deze penis, dat zal zijn als het zand aan de oever der zee. De besnijder zuigt bloed van het gewonde geslacht en spuugt dat in een glas wijn, vervolgens strijkt hij de met bloed vermengde wijn driemaal over de lippen van de besnedene, daarmee verwijzend naar Ezechiël 16,6: En ik zag jou spartelend in je geboortebloed en riep: ‘mensenkind leef!’ De rituelen gaan vergezeld van lange gebeden ‘waaraan de genodigden nochtans weinig aandacht schenken.’
Van het gebod om de sabbat te heiligen, begrijpt Thomas dat er geen vlo gedood mag worden en geen vogel gevoerd, het mocht eens gaan regenen waardoor het zaad op die dag nog ontkiemt, waarna hij samenvattend opmerkt: ‘Hun hele opzet is goed te leven en lief te hebben, knoflook te eten en trouwerijen te organiseren.’ Tijdens een bruiloft ‘verscheuren de gasten onder luid gelach een kip, om aan te geven dat de jonge vrouw gemakkelijk, met vreugde en zonder pijn moet bevallen, zoals de kip kakelend haar ei legt.’

Tenslotte: een spreekwoord dat tegenstanders van de periodieke Oranjegekte misschien leuk vinden. In Orange zouden geen eetbare sinaasappels groeien, vandaar: ‘En Orange, il n’y a point d’oranges.

december 2003,
zie ook: Dagmaat, Frankrijk,
Calvijn en Nérac, november 2009