The artist is present
uit het dagboek New York, maart 2010


De dag waarop een decorbouwer van het Shaffy-theater bij de inrichting van een expositie voor blinden [1988] over de volle breedte van het oude kerkje in Kortenhoef Rideau d’Os van Marina Abramovic had opgehangen. Een rinkelend gordijn van honderden koeienbotten uit een Argentijns slachthuis. Toen ik er ‘s avonds nog even alleen van wilde genieten, kwam ik precies op het moment toen de stalen buis die het gewicht torste, heel langzaam doorboog en de beenderen ruisend omlaag kwamen. Toen wist ik heel zeker: dit wonderschone geluid heeft Ezechiël gehoord toen hij in een visioen het tot leven komen van de dorre doodsbeenderen schouwde. Niet als beeld, laat staan bewijs van een hierna[nog]maals maar als antwoord op de vraag of er leven is vóór de dood: weg uit de ballingschap, thuiskomen uit de verlorenheid, deze mijn zoon was dood maar is weer levend geworden [Ez.37,1-10; Lk 15,24].

marina-2marina-3

Het werk van Marina Abramovic volg ik al zo’n veertig jaar en het komt dus heel goed uit dat terwijl wij een maand in The big Apple zijn, het Moma als het belangrijkste museum ter wereld een groot retrospectief aan haar werk wijdt: The artist is present [2010]. In de kranten is volop discussie over de vraag: Hoe conserveer je een performance? Is dat alleen de videoregistratie of is er met andere spelers en hun onvermijdelijk andere uitstraling een reperformance mogelijk? Tot 31 mei kiest het Moma voor beide: dagelijks kunnen bezoekers plaats nemen tegenover Abramovic, tien minuten, een half uur of de hele dag maar voor Marina gaat het om een marathonzitting van 700 uur. Van vrijwel al het vroegere werk zijn er levensgrote videobeelden, foto’s en andere documentatie maar tegelijkertijd zijn er jonge kunstenaars die spraakmakend werk reperformen, dus net als dertig jaar geleden wringt het publiek zich tussen twee bloteriken door naar de volgende zaal [Imponderabilia] waar een vrouw in het licht van een schijnwerper naakt op een fietszadel aan de muur hangt [Luminosity: naked floating or crucified] of zich in een levend schilderij uit de renaissance nader probeert te verstaan met een geraamte. Ook Relation  in Time en Point in Contact zijn tot 31 mei elke dag live te zien. 
Tussen zoveel ‘vleselijke aanvechting’ valt een reeks ingelijste A4tjes aan de muur pas op tijdens een tweede keer bezoek. Het zijn jeugdherinneringen van Marina zoals ik die nooit eerder onder ogen kreeg, een samenvatting in telegram:

1 Ouders: partizanen in de oorlog en daarna als helden bevoorrecht in de omgeving van Tito. Tijdens de zwangerschap meent de moeder dat zij een reusachtige gifslang in zich om draagt. Bij de geboorte blijft ongemerkt de helft van de placenta achter, de vergiftiging die daarvan het gevolg is, overleeft zij ternauwernood.
2 De oma van moeders kant neemt de verzorging op zich; haar zwager is de in 1939 vermoorde patriarch van de Servisch Orthodoxe kerk, in diepst geheim laat zij Marina dopen. Tot haar zesde komen de ouders alleen op haar verjaardag om haar aan te staren als een vreemde. In 1951 ziet zij de vader voor het eerst de moeder slaan met een pistool. Als Marina tijdens de oorlog op de Balkan terugkeert, zegt oma: ‘Dankjewel, nu kan ik gaan.’
3 Thuis wil zeggen: slaag en blauwe plekken. Na het uittrekken van een melktand blijft de wond zo hardnekkig bloeden dat Marina in het ziekenhuis belandt, omdat het ziektebeeld onduidelijk is, blijft zij daar een jaar! Achteraf beschouwt zij die periode als de gelukkigste uit haar jeugd.
4 De moeder lijdt aan smetvrees. Zelfs bananen worden eerst gewassen, want zwarte mensen zijn de gevaarlijkste dragers van ziektekiemen. Wie Marina wil zien, moet een masker dragen.
5 De gezinshereniging valt samen met de geboorte van een broer: Velimir. Marina mist de aandacht van oma en voelt jaloezie. Zij laat het bad vol lopen om het broertje te wassen. Het blijft haar levenslang bij: ‘plop, plop’. De moeder redt het broertje en slaat het zusje.
6 Als een van de eerste in Belgrado beschikt het gezin over een wasmachine. Het lukt Marina om de vingers en later ook de hele arm in de draaiende machine te manoeuvreren. De helse pijn wordt verlengd omdat de toegesnelde oma nog niet vertrouwd is met de functie van de  knop of stekker. Een van de straat geplukte geweldenaar rukt het kind los met als gevolg: een enorme kortsluiting. Dan komt de moeder thuis: zij overziet het slagveld en begint met slaan.
7 Op school heet de lange Marina ‘giraf’. Zo dikwijls zij zichzelf in de spiegel ziet, huivert zij  om de fors uitgevallen neus. Als ze alleen thuis is holt zij rond de echtelijke sponde in de hoop duizelig te worden en zich bij de val op een scherpe rand zodanig te bezeren dat de neus in het ziekenhuis genormaliseerd kan worden aan de hand van een foto van Brigit Bardot die zij daarom altijd bij zich heeft. De opzet mislukt. Niet de neus maar de kaak gaat stuk, en ook nu komt er een pak slaag bovenop.
8 Op de meest onverwachte momenten valt de moeder Marina’s slaapkamer binnen: handen boven de dekens, seks is vies; het lichaam moet rein bewaard worden voor een arts, jurist of architect. Marina bemachtigt driehonderd potten schoenblink waarmee de hele kamer wordt bezoedeld; niet te harden stank: de moeder is nooit meer binnengekomen. 
9 De overspelige vader komt vaak laat thuis. Iedereen geniet mee van het geschreeuw van de moeder, die de uit bed gehaalde Marina gebruikt als schild.
10 Nadat een feest wast de vader de champagneglazen. Eentje breekt. De moeder krijst, de vader zwijgt. Als zij eindelijk stopt, vraagt hij: ‘Ben je klaar?’ Dan laat hij ook de andere elf glazen vallen. Hij verlaat het pand, mompelend: ‘ik kan dat niet nog eens elf keer aanhoren.’
11 Soep gekookt. ‘Wil jij soep?’ De hete soep wordt in een kom geschept en boven het hoofd van manlief omgekeerd. Scheiding: 1959. Marina droomt dat zij uit het raam wil springen.
12 De vader komt uit een gezin van zeventien. De jongste zus moet voor moeder zorgen, als deze eindelijk sterft [98] is haar leven voorbij [65]. Wat rest is een reisje naar Spanje. Als zij terugkomt, heeft Marina’s vader – die juist een nieuwe, veel jongere seksbom aan de haak heeft geslagen – het huis verkocht. Hij brengt haar naar een 1-kamerappartement, zwijgend betreedt zij de badkamer, een half uur later is zij dood.
13 Moeders enige commentaar op Marina’s eerste expositie [1962]: de lijsten zijn prachtig.  
14 In 1965 krijgt Marina van haar vader een pistool en leert hij haar met messen spelen. Met één kogel in het magazijn spelen Marina en een vriendje Russisch roulette. Eerst zet hij, dan zij het wapen tegen de slaap. Beide keren gebeurt er niets. Dan richt Marina het wapen op een stapel boeken. De kogel doorboort De Idioot van Dostojewski. 
15 Tot haar 29e woont Marina thuis: elke avond stipt om 22.00 binnen, ook tijdens het finest hour als na een opening iedereen naar een restaurant gaat. Op een dag belt iemand voor 22.00 met de boodschap: ‘Je dochter hangt naakt in het museum.’ De moeder wacht haar op met een kristallen asbak, een huwelijkscadeau, plus een citaat uit een novelle van Gogol: ‘Ik heb je het leven gegeven, nu neem ik het.’ In een fractie van een seconde is er de afweging: ‘Als ik me laat raken, draait zij de bak in,’ dan bukt zij en verlaat voorgoed het huis: begin van haar Amsterdamse tijd. 

marina-1
I De ingelijste A4tjes zijn door de onhandige combinatie met een vitrine moeilijk te lezen. Ik sta er al een hele tijd als iemand zich tussen mij en de vitrine wurmt, begint te lezen en keer op keer uitbarst in een schaterlach. Wordt kunst dan toch pas de moeite waard als je bloed ziet,  iemand met een oor in zijn handen?

II Ik herken de moeder. Op de meest onverwachte momenten je kamertje binnenstormen. Het idee dat je een meisje met een pepermunt al kunt bezwangeren in combinatie met een wel erg brute interpretatie van Genesis 2,21b: ‘Als je ’t waagt om thuis te komen met een meisje breek ik al je ribben stuk.’ Haar verzakking, mij aangewreven. Altijd als het leuk werd naar huis moeten, en bij weigering: de vernedering om er voor de ogen van leeftijdgenoten te worden uitgeplukt. Marina is van mijn bouwjaar, verwekt op mijn geboortedag. Hebben alle kinderen die tijdens De avonden van Gerard Reve geconcipieerd zijn - ultragereformeerd  of communist doet er niet toe – vergelijkbare moeders? De laatste generatie waarvoor Freud en… Augustinus nog niet hadden afgedaan?

III Tijdgenoten: de wonderlijke ervaring dat je ondanks werelden van verschil dicht op elkaars huid leefde. Eind jaren zestig leidde ik een aantal keren reizen naar Montenegro: op de vloer van een auto clandestien naar Albanië; het explosieve mengsel van etnisch-religieuze tegenstellingen. Milojan Djilos, de in ongenade gevallen vicepresident: een voorbeeld voor Marina, maar ook ik kocht stapels van zijn boek De nieuwe klasse op bij de Slegte om het iedereen cadeau te doen, daardoor wel linksig maar nooit enige sympathie voor het communisme; stevige discussies daarover aan de zondagse ontbijttafel met Tom Naastepad; even gesticht door zijn preken als huiverig voor de mantel der profetie.

IV Uit de mooie, zojuist verschenen biografie van James Westcott, When Marina Abramovic dies [2010] blijkt dat er in het gezin Abramovic niet zó zout gegeten werd als Marina zich dat herinnert. Toch zijn feit en fictie, mythe en geschiedenis op een intrigerende manier niet onwaar.

V Veel beelden van vroege performances lijken nu met terugwerkende kracht op hun plaats te vallen. De communistische ster die zij in 1973 met een scheermes in haar buik snijdt; de brandende ster waarin zij in 1975 door zuurstofgebrek het bewustzijn verliest en een toevallig aanwezige arts zich realiseert dat dit geen onderdeel van de performance is: al dit vroege werk heeft zich in Belgrado afgespeeld… voor 22.00 uur.

VI Levinas muntte het antwoord op de vraag ‘Waar ben je?’ ‘Hinneni’ – het hebreeuws staat niet zoals in de NLse vertaling [‘Hier ben ik’] in de nominatief maar in de accusatief, zoals ook in het Frans: ‘Me voici.’ Dat wil zeggen: ik ben niet zelf de zin en bron van mijn bestaan, maar ik sta schuldig, de ontdekking van iets waardoor ik al getekend ben.

VII Op haar 29e verjaardag wordt Marina uitgenodigd in galerie De Appel. Op Schiphol staat een kunstenaar, die haar assistent en gids zal zijn: Uwe Laysiepen [Ulay]. Begin van een artistieke samenwerking en relatie, die duurt tot The Lovers [1988]. Beiden hebben dan 90 dagen vanuit tegengestelde richting de Chinese muur gelopen. Een heftig scheidingsritueel na een reeks spraakmakende performances waarin een symbiotische relatie van beide op 30/11 geboren partners tot in de meest verstikkende aspecten verkend wordt, de harde boting tussen twee Europa’s ook.

VII Lips of Thomas [Innsbruck, 1975], reperformance als zesde van Seven Easy Pieces in het Guggenheim NY [2005]: honing en wijn, de ster en het scheermes, een kruis van ijsblokken en de geseling keren terug, nieuw: de baret van de moeder en een litanie:
O Lord, save Thy people / Blessed is Thy name
Forgive us, Lord, our sins / Committed on the Earth

Look upon is suffering / In the world Slavic souls
Nobody understands us / Our fate’s not worth a penny

Remember the times of glory  / In Thy name to wars we went
The war is our eternal cross / Our life is of a true faith / Long live our Slavic faith 

The war is our eternal cross / Long live our true Slavic faith
Tijdens de Balkanoorlog duiken in interviews vaak de woorden machteloosheid en schaamte op. Bij het zien van de video denk ik aan Kolossenzen 1,24: Thans verblijd ik mij over hetgeen ik om uwentwil lijd, en vul ik in mijn vlees aan wat ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus, ten behoeve van zijn lichaam. 

VIII Hoe zit het nu met haat en liefde? Voor Balkan Baroque [Venice, 1997] interviewt zij zowel de vader als de moeder. Beiden spelen een rol in de video waarin Marina gezeten op een berg bloederige botten doende is om die schoon te poetsen. Er is de prachtige hommage aan de vader van Marina roerloos op een schimmel, als enige beweging: een wapperende vlag, een witte. Het boek Balkan Epic [2006] opent met een foto van de dansende ouders in Marina’s geboortejaar, daaronder de tekst Dedicated to my parents. De hierboven al genoemde biografie uit 2010 heeft als opdracht: To my mother and father and my brother.

IX Zondag 15/3, 10.30, Moma, The artist is present. Geruime tijd kijken wij naar de vrouw in een lange donkerblauwe wollen jurk, die schijnbaar onaangedaan tegenover een bezoeker zit. Al in 1968 ontdekte zij het Boeddhisme. Er is vaak sprake van een Zen-meester. Maakt zij zich leeg? En zo ja, wat is dan het verschil met het bijbelse begrip kenosis [ontlediging]?  Zullen wij daar ook gaan zitten? De rij is wel erg lang. Als we alles gezien hebben, besluiten we om nog een keer te gaan en dan direct in die rij.

X Woensdag 18/3. Toch nog lang genoeg in de rij om te zien dat tijdens de sessie soms beide ogen gesloten blijven. Mijn beurt. De omstanders vallen onmiddellijk weg, de geluiden blijven. Later vraagt iemand waarom ik niet reageerde toen zij met de armen als molenwieken de aandacht probeerde te trekken. Niet gezien [gelukkig]. Het kijken is niet leeg, eerder sterk geconcentreerd zoals met één borrel, sigaret of erger. Haar linkeroog lijkt meer of anders levend dan het rechter: alsof je daardoor naar binnen kunt. Als Kaïn Abel niet ziet staan en dan doodt, valt zijn ponem, gezichtsverlies. Hier gebeurt eerder het omgekeerde: empathie. Als  even later Tineke tegenover haar zit wellen er twee tranen tot ze groot genoeg zijn om op eigen kracht over haar wang te lopen.  

marina-5marina-6

XI Boven in het museum houdt Randy Kennedy mij staande. Hij herkent me van zoeven en vraagt honderduit. Rideau d’Os, blinden, een blinde hond, het verschil tussen performance en theater, wachten op Godot, de Balkan alles komt aan bod maar de grootste fascinatie van deze kunstredacteur geldt toch het vele naakt, en al die jongeren die daardoor allerminst geschokt zijn. Misschien is het taboe niet verdwenen maar veranderd, probeer ik. Zaterdags koop ik The New York Times. Who is afraid for Marina? luidt de kop. Not many lees ik op pagina 5 boven het vervolg: visitors seem more intrigued than repulsed. Voor Randy geldt dat kennelijk niet, want van ons hele gesprek is nauwelijks meer weergegeven dan wat hij niet kon plaatsen: a former Dutch Reformed Church pastor. 

marina-4

 

 

 

Tineke Smith, Kenosis, een hommage aan Marina Abramovitch, 2010
120x150, houtskool, acryl, olieverf
geïnspireerd op het videokunstwerk: Holding the milk, 2009
http://www.youtube.com/watch?v=ZgebFPxO_PY

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

de tekst is gepubliceerd in:
In de Waagschaal, nieuwe jaargang 39, nummers 7 en 8, mei/juni 2010